Rechtbank: geen uitlevering aan Turkije zonder nader onderzoek Minister

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Amsterdam > Nieuws > Rechtbank: geen uitlevering aan Turkije zonder nader onderzoek Minister
Amsterdam, 18 augustus 2016

De Internationale Rechtshulpkamer (IRK) van de rechtbank Amsterdam heeft vandaag de Minister van Veiligheid en Justitie geadviseerd na te gaan onder welke omstandigheden een 43-jarige Turkse man gedetineerd zal worden indien hij aan Turkije wordt uitgeleverd. De man was op 26 april 2007 in Istanbul veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaar en 2 maanden voor de handel in ecstasy. De uitlevering wordt verzocht voor het resterende deel van deze straf.

De staatsgreep

Het is de rechtbank niet ontgaan dat er na de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016 verstrekkende maatregelen zijn getroffen door de Turkse regering om de schuldigen aan de coup op te sporen, te arresteren en te bestraffen. Volgens de berichten in de media gaat het daarbij om grote aantallen leraren, rechters, aanklagers, militairen en leden van andere beroepsgroepen. Ook heeft zij kennisgenomen van de zorgen die hierover zijn geuit vanuit de politiek en de advocatuur, maar ook vanuit de rechterlijke macht

Beoordeling door de rechtbank

Ondanks deze zorgen ziet de rechtbank, voor zover die beoordeling aan haar is,  geen gronden om de uitlevering ontoelaatbaar te verklaren. De man is namelijk niet veroordeeld voor een politiek delict; er is niet gebleken dat lidmaatschap van of sympathie voor de Gülen-beweging een rol heeft gespeeld bij zijn veroordeling. Er zijn geen aanwijzingen dat de man bij de opsporing, vervolging en berechting een onmenselijke behandeling heeft ondergaan en er niet is gebleken van een oneerlijk proces. Het is aan de Minister om te beoordelen of de uitlevering geweigerd dient te worden vanwege een dreigende schending van de mensenrechten (artikel 3 EVRM). Bij die beoordeling zal een rol spelen in hoeverre de vrees voor een onmenselijke behandeling in de Turkse gevangenis reëel is.

Advies aan de Minister

De rechtbank adviseert de Minister in het bijzonder aandacht te besteden aan de mogelijke gevolgen van de in Turkije ontstane situatie voor de detentieomstandigheden. Ook wijst zij erop dat het onduidelijk is of er voor gedetineerden een effectieve klacht- en beroepsmogelijkheid en effectief toezicht bestaat indien rechten (dreigen te) worden geschonden. Dit omdat er volgens berichtgeving in de media grote aantallen officieren van justitie en rechters buiten functie zijn gesteld. Tenslotte kan uit het uitleveringsverzoek niet worden afgeleid hoe lang de resterende detentie van de man exact is. De rechtbank adviseert de Minister hier ook aandacht aan te besteden.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de afdeling Voorlichting & communicatie van de rechtbank Amsterdam op telefoonnummer 088 3611440.  Het vonnis wordt gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:RBAMS:2016:5265.

Uitspraken

Meest gelezen berichten