Beperken invloed tabaksindustrie op anti rookbeleid niet mogelijk via artikel 5 lid 3 WHO-verdrag

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Den Haag > Nieuws > Beperken invloed tabaksindustrie op anti rookbeleid niet mogelijk via artikel 5 lid 3 WHO-verdrag
Den Haag, 09 november 2015

De Stichting Rookpreventie Jeugd kan niet via artikel 5 lid 3 van het Kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) afdwingen dat de Staat meer maatregelen neemt om de invloed van de tabaksindustrie op het anti-rookbeleid, ook wel tabaksontmoedigingsbeleid genoemd, te beperken. Hiervoor biedt deze bepaling te weinig aanknopingspunten, zo oordeelt de rechtbank Den Haag in een procedure van de stichting om de Nederlandse overheid tot meer actie te bewegen.
 

​Regels van Wereldgezondheidsorganisatie over roken

Centraal in het vonnis van de rechtbank staat het oordeel over de betekenis van artikel 5 lid 3 van het Kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie. Dit verdrag bepaalt dat de aangesloten landen bij de vaststelling en uitvoering van het anti-rookbeleid maatregelen nemen ter bescherming tegen de commerciële en andere belangen van de tabaksindustrie.
 

​Oordeel rechtbank over het WHO-verdrag

De rechtbank oordeelt dat burgers van een land het genoemde verdragsartikel niet kunnen gebruiken om hun overheden te dwingen meer te doen. De reden hiervoor is dat het in dit verdragsartikel beschreven resultaat, namelijk de bescherming van het anti-rookbeleid, onvoldoende nauwkeurig omschreven is om door de rechter te kunnen worden toegepast.
 
Ook bij de het verdrag behorende Aanbevelingen verheffen artikel 5 lid 3 volgens de rechtbank niet tot een bepaling die voldoende nauwkeurig is. Dit betekent dat de Stichting tegenover de Staat geen beroep kan doen op artikel 5 lid 3. Om dezelfde reden is een indirect beroep op deze bepaling – via het in verschillende mensenrechtenverdragen neergelegde recht op leven en gezondheid en de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm – evenmin mogelijk. De rechter oordeelt daarom dat ook via deze weg de stichting niet kan vragen om meer maatregelen van de overheid.

Uitspraken

Meest gelezen berichten