De Staat veroordeeld tot schadevergoeding voor voormalige agent MIVD

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Den Haag > Nieuws > De Staat veroordeeld tot schadevergoeding voor voormalige agent MIVD
Den Haag, 31 augustus 2016

De rechtbank in Den Haag heeft in een vonnis van 31 augustus 2016 de Staat veroordeeld om € 1.167.000 aan schadevergoeding te betalen aan een Nederlandse zakenman die in de periode 2006-2007 in Afghanistan door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD, onderdeel van het Ministerie van Defensie) feitelijk is ingezet als informant en agent.

Eerdere uitspraak van de rechtbank in deze zaak

De zakenman had een breed maatschappelijk en politiek netwerk in Afghanistan, ook binnen de hogere politieke echelons. In een eerdere uitspraak, van 11 november 2015, had de rechtbank al geoordeeld dat de MIVD onvoldoende aan zijn zorgplicht tegenover deze zakenman had voldaan. De rechtbank baseerde zich daarbij op de verklaringen van een groot aantal getuigen, onder wie (oud-) MIVD’ers, die in 2015 waren ondervraagd. In de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 is vastgelegd dat de directeur van de MIVD een zorgplicht heeft ten opzichte van informanten en agenten, omdat het “runnen” van informanten of agenten in feite het exploiteren van menselijke bronnen betreft. De MIVD heeft ook een eigen werkinstructie, die gedetailleerd voorschrijft dat de dienst de relatie met een informant of agent zorgvuldig moet beëindigen door “een gedegen afbouw”, om zoveel mogelijk te voorkomen dat het netwerk van die informant of agent zich tegen hem keert.

In de eerdere uitspraak van november 2015 oordeelde de rechtbank dat de MIVD onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de zakenman, omdat de dienst de relatie met hem in 2007 niet zorgvuldig heeft afgebouwd. De MIVD had de zakenman – kortweg – aan zijn lot overgelaten nadat zijn “runner” van de MIVD halverwege 2007 was geschorst en Afghanistan had verlaten. Dit terwijl de zakenman als gevolg van zijn uitgebreide netwerk in Afghanistan een groot afbreukrisico kende.

​De vordering van de zakenman

De nu uitgesproken eindbeslissing gaat over de vraag of de zakenman recht heeft op schadevergoeding, en zo ja op welk bedrag. Volgens de zakenman is hij in 2009 – dus enkele jaren na het einde van zijn relatie met de MIVD – bedreigd door personen uit zijn netwerk en heeft hij daardoor Afghanistan (moeten) verlaten. Hij heeft zijn bedrijfsactiviteiten in dat land halsoverkop moeten staken en vele eigendommen moeten achterlaten. Hij wil dat de Staat hem een bedrag van € 5 miljoen – volgens hem slechts een deel van zijn werkelijke schade – betaalt. 

​De beoordeling van de rechtbank

De rechtbank stelt nu in deze uitspraak vast dat de zakenman in 2009 inderdaad (doods)bedreigingen heeft ondervonden en dat hij daardoor Afghanistan heeft moeten verlaten. De rechtbank oordeelt ook dat de zakenman voldoende heeft bewezen dat die bedreigingen en zijn vertrek uit Afghanistan verband houden met het niet-zorgvuldig afbouwen van zijn relatie met de MIVD, waardoor zijn netwerk zich tegen hem heeft gekeerd. Door de bijzondere omstandigheden van dit geval heeft de rechtbank minder strikte eisen gesteld aan het bewijs dat de zakenman moest leveren van het causale verband tussen de onzorgvuldige afbouw en de schade; hij moest immers feiten boven water halen die zich jaren geleden hebben afgespeeld in een veraf gelegen, gevaarlijke en in veel opzichten chaotische omgeving. Aan de andere kant heeft de rechtbank oog gehad voor het grote tijdsverloop tussen het beëindigen van de relatie met de MIVD in 2007 en de eerste bedreigingen in 2009 (een periode van twee jaren), waardoor serieuze onzekerheid bestaat over de vraag of en in welke mate het niet-zorgvuldig afbouwen van die relatie de schade heeft veroorzaakt.

De rechtbank komt tot het oordeel dat 60% van de schade is veroorzaakt door de onrechtmatige daad van de MIVD, en voor het resterende deel aan andere oorzaken is toe te schrijven. De Staat had terecht aangevoerd dat de schade ook door andere gebeurtenissen kon zijn veroorzaakt, gelet op de vele zakelijke activiteiten van de zakenman, terwijl niet valt uit te sluiten dat de schade ook zou zijn geleden als de Staat zijn zorgplicht wel was nagekomen en de relatie van de MIVD met de zakenman gedegen had afgebouwd.

​De omvang van de schade

De rechtbank heeft de totale schade begroot op € 1.945.000 en de Staat veroordeeld om 60% daarvan, ofwel € 1.167.000, aan de zakenman te betalen bij wijze van schadevergoeding. De Staat is verplicht om een bedrag van € 500.000 direct uit te betalen aan de zakenman, ook als de Staat in hoger beroep gaat tegen dit eindvonnis van de rechtbank.

Publicatie van het geanonimiseerde vonnis

Het eindvonnis zal op vrij korte termijn – binnen twee weken na vandaag – worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Deze termijn is nodig voor het anonimiseren van het vonnis, in een verdergaande mate dan gebruikelijk is, en voor overleg van de rechtbank met de advocaten daarover. Het anonimiseren is onder meer nodig om veiligheidsrisico’s van personen die met naam en functie in het vonnis worden genoemd, zoveel mogelijk te voorkomen. Het anonimiseren omvat mogelijk ook andere onderdelen van het vonnis.

 

Uitspraken

Meest gelezen berichten