Fosfaatreductieregeling voorwaardelijk buiten werking gesteld

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Den Haag > Nieuws > Fosfaatreductieregeling voorwaardelijk buiten werking gesteld
Den Haag, 09 augustus 2017

De voorzieningenrechter in Den Haag heeft vandaag uitspraak gedaan in de zaken van drie groepen melkveehouders tegen de Staat over de buitenwerkingstelling van de Fosfaatreductieregeling.

Wat vooraf ging

In een zestal vonnissen van 4 mei 2017 heeft de voorzieningenrechter de Fosfaatreductieregeling buiten werking gesteld voor de melkveehouders die daartegen waren opgekomen. Deze regeling verplicht melkveehouders feitelijk tot reductie van hun veestapel tot een niveau gekoppeld aan de peildatum 2 juli 2015. Wordt deze reductie niet uitgevoerd, dan worden hoge heffingen opgelegd. Het verzet kwam van de boeren die voor de peildatum (aanzienlijke) investeringen hadden gedaan voor de uitbreiding van hun bedrijf, maar deze uitbreiding niet meer konden benutten. De financiële verplichtingen die zij voor 2 juli 2015 al waren aangegaan, vormden een bedreiging voor het voortbestaan van de bedrijven van deze boeren.

Hoger beroep kon niet worden afgewacht

Door de Staat is (spoed)appel tegen de vonnissen van 4 mei 2017 ingesteld bij het Haagse gerechtshof. De behandeling hiervan zal pas plaatsvinden op 18 september 2017, zodat de beslissing niet voor medio oktober is te verwachten. Inmiddels meende een groot aantal andere melkveehouders dat zij ook verkeerden in dezelfde positie als de boeren die in de vonnissen van 4 mei 2017 in het gelijk waren gesteld. Omdat de Staat niet (zonder meer) bereid was om ook hen te behandelen overeenkomstig de vonnissen van 4 mei 2017 en inmiddels aan hen heffingen werden opgelegd, waren zij van mening dat de beslissing in hoger beroep niet kon worden afgewacht. Ook deze melkveehouders hebben daarom bij de voorzieningenrechter gevorderd dat de regeling tegenover hen buiten toepassing wordt verklaard.

De nu gegeven beslissingen van de voorzieningenrechter

In de zaken van drie groepen melkveehouders heeft de voorzieningenrechter nu uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter ziet onvoldoende reden om af te wijken van de beslissingen die hij op 4 mei 207 heeft genomen.

Wel is de rechter met de Staat van mening dat moet worden vastgesteld of de gevallen waarover nu wordt beslist inderdaad gelijk zijn aan de gevallen waarover op 4 mei 2017 is beslist. Om dat vast te stellen heeft de Staat een eenvoudige en snelle procedure ontwikkeld (de zogenoemde lichte toets). Boeren die dat willen, kunnen binnen korte termijn laten vaststellen of zij aan deze toets voldoen. De nu gegeven beslissingen van de voorzieningenrechter komen erop neer dat de Regeling ook buiten werking wordt gesteld voor die boeren die aan deze toets al hebben voldaan of alsnog hieraan zullen voldoen. Van de Staat wordt verlangd dat hij de toets uitvoert binnen veertien dagen nadat een verzoek is gedaan (waarbij een aantal vereiste stukken moet worden overgelegd).

Uitspraken