Geen aanvullend DNA-onderzoek in zaak Everink

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Den Haag > Nieuws > Geen aanvullend DNA-onderzoek in zaak Everink
Den Haag, 28 september 2017

Het Openbaar Ministerie hoeft niet mee te werken aan aanvullend DNA-onderzoek in de strafzaak tegen de verdachte van de moord op Koen Everink. De voorzieningenrechter in  Den Haag heeft de vordering van eiser afgewezen.

Geen aanleiding

De strafrechter van de rechtbank Midden-Nederland had eerder al geoordeeld dat er geen aanleiding is voor een dergelijk aanvullend onderzoek. Vrienden en familie van de verdachte boden daarna aan het onderzoek door een deskundige op hun kosten uit te laten voeren. Het Openbaar Ministerie weigert echter om in beslag genomen voorwerpen voor dat onderzoek ter beschikking te stellen. Eiser spande daarom een kort geding aan tegen de Staat om het Openbaar Ministerie tot medewerking aan dit onderzoek te veroordelen.

Strafproces niet doorkruisen

De voorzieningenrechter oordeelt dat hij terughoudend moet zijn bij het ingrijpen in zaken die nog bij de strafrechter liggen om te voorkomen dat het strafproces via de civiele rechter wordt doorkruist.  Daarvoor is ook geen reden. De strafrechter heeft immers het belang van de verdachte bij aanvullend onderzoek al meegewogen in zijn eerdere beslissing.  Alleen in zeer bijzondere gevallen kan dat mogelijk anders liggen. Zo’n uitzondering doet zich hier niet voor. Het Openbaar Ministerie mag daarom weigeren aan het gevraagde aanvullende onderzoek mee te werken.

Uitspraken

Meest gelezen berichten