Stichting MEE Twente verliest kort geding over schadevergoeding

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Den Haag > Nieuws > Stichting MEE Twente verliest kort geding over schadevergoeding
Den Haag, 17 februari 2015

De kortgedingrechter in Den Haag heeft de vordering afgewezen van de stichting MEE Twente tot vergoeding van de schade die zij lijdt doordat de middelen voor cliëntondersteuning die nu nog via de AWBZ-subsidieregeling aan MEE organisaties worden verstrekt, per 1 januari 2015 zijn overgeheveld naar de gemeenten.

MEE Twente startte een juridische procedure, omdat de Staatssecretaris een toezegging zou hebben gedaan om eventuele schade te vergoeden. Omdat deze toezegging niet blijkt uit de bestaande bestuurlijke afspraken tussen de Staatssecretaris en MEE Twente, wijst de kortgedingrechter de vordering af.

Standpunt MEE Twente

MEE Twente heeft medio 2013 vernomen dat de subsidierelatie met haar en alle andere MEE organisaties per 1 januari 2015 zou worden beëindigd. Zij stelt dat zij vervolgens alles in het werk heeft gesteld om zich voor te bereiden op de nieuwe bekostigingsstructuur. Zij is er echter niet geslaagd om met voldoende gemeenten contracten af te sluiten waardoor zij in zodanige financiële problemen is gekomen dat zij heeft moeten besluiten haar activiteiten per 1 januari 2015 te beëindigen. Daardoor ontstaan voor MEE Twente zogenoemde frictiekosten, te weten resterende kosten voor huisvesting en wachtgeld voor haar personeel die doorlopen na de beëindiging van de activiteiten. Volgens MEE Twente heeft de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegezegd deze frictiekosten voor zijn rekening te nemen. Dat staat volgens haar letterlijk in de bestuurlijke afspraken die zijn gemaakt.

Kortgedingrechter volgt standpunt Staat

De Staat heeft betwist dat een dergelijke toezegging door de Staatssecretaris is gedaan. De kortgedingrechter volgt dat standpunt. In de bestuurlijke afspraken staat alleen dat als blijkt dat ondanks alle inspanningen van MEE Twente, onvermijdelijke frictiekosten overblijven, het Rijk het initiatief zal nemen om met onder meer MEE Nederland te bespreken hoe daarmee zal worden omgegaan en dat op basis daarvan een besluit zal worden genomen over passende maatregelen. Het standpunt van MEE Twente dat alleen vergoeding van de resterende frictiekosten als passende maatregel kan worden aangemerkt, deelt de kortgedingrechter niet.

Meest gelezen berichten