Vrijspraak mensenhandel Filippijnse werknemers

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Den Haag > Nieuws > Vrijspraak mensenhandel Filippijnse werknemers
Den Haag, 08 maart 2016

Ook voor het opmaken van valse contracten (valsheid in geschrifte) en mensensmokkel wordt de verdachte vrijgesproken omdat hiervoor onvoldoende bewijs is.

Geen uitbuiting

De Rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat er ten aanzien van de Filipijnse werknemers sprake is geweest van een uitbuitingssituatie. De benadeelde partijen zijn niet ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

Valse beloftes

De verwijten aan verdachte komen er op neer dat hij een aantal Filipijnen tegen betaling van relatief grote geldbedragen naar Nederland heeft laten komen onder de valse belofte dat zij konden komen werken in de catering op booreilanden voor de kust. Eenmaal in Nederland bleek dat verdachte  hen vrijwel geen, of in ieder geval onvoldoende werk aanbood. Wel moesten zij  in verband met het beloofde werk extra kosten maken voor medische keuringen en trainingen. Deze kosten waren door hen niet voorzien. Als gevolg hiervan kwamen zij in een financieel slechte, en daarmee afhankelijke, situatie terecht. Verdachte wordt verweten dat hij hen heeft uitgebuit,  daaruit opzettelijk voordeel heeft getrokken en zich daarmee heeft schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel.

Verwachtingen niet waargemaakt

De rechtbank stelt voorop dat verdachte zeer lichtvaardig, en kennelijk zonder degelijke bedrijfseconomische onderbouwing, is overgegaan tot werving van de Filipijnen. Hij heeft bij hen verwachtingen gewekt die hij niet heeft kunnen waarmaken. Uit de verklaringen van verdachte leidt de rechtbank af dat hij er klaarblijkelijk zonder meer van is uitgegaan dat hij hen langdurig kon laten werken bij (potentiële) opdrachtgevers.

Hij had hiervoor echter onvoldoende concrete afspraken met opdrachtgevers gemaakt. Bovendien had hij zijn bedrijfsvoering kennelijk zodanig ingericht dat de opdrachtgevers op een gegeven moment niet verder met hem wilden samenwerken. Daarbij heeft verdachte de Filipijnen een relatief hoog bedrag aan 'borg' laten betalen, waarvoor op grond van het dossier geen deugdelijke reden kan worden gevonden.

De Rechtbank kan uit het dossier niet opmaken dat verdachte de Filipijnen arbeid heeft laten verrichten onder omstandigheden die wijzen op een uitbuitingssituatie. Uit hun verklaringen leidt de rechtbank juist af dat zij niet ontevreden waren over de specifieke werkomstandigheden en dat zij juist meer wilden werken dan zij deden. De kern van het verwijt dat verdachte wordt gemaakt is dan ook niet dat hij de Filipijnen heeft laten werken, maar dat hij hen juist te weinig werk heeft aangeboden.

Nadelige gevolgen

Dit heeft ten aanzien van de Filipijnen geleid tot zeer nadelige gevolgen, waarvoor verdachte mogelijk civielrechtelijk aansprakelijk is. Naar het oordeel van de rechtbank kan echter niet worden geoordeeld dat sprake was van een situatie van (arbeids)uitbuiting, zoals bedoeld in artikel 273f Sr. Hoewel het duidelijk is dat de Filipijnen door verdachte in een kwetsbare en afhankelijke situatie zijn gebracht, kan de Rechtbank niet vaststellen dat hij hiervan vervolgens gebruik heeft gemaakt, of willen maken. De activiteiten van verdachte waren er  juist op gericht de Filipijnen zo veel als mogelijk te laten werken, iets wat zij zelf ook wilden. Dit was ook in het belang van verdachte. Dat verdachte de Filipijnen relatief grote bedragen aan borg heeft laten betalen en andere kosten voor hun rekening heeft laten komen, maakt dit niet anders.

 

Uitspraken

Meest gelezen berichten