Zwembad De Koornmolen verliest rechtszaak van gemeente Zuidplas

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Den Haag > Nieuws > Zwembad De Koornmolen verliest rechtszaak van gemeente Zuidplas
Den Haag, 19 augustus 2015

Zwembad De Koornmolen krijgt van de Haagse rechtbank ongelijk in de door haar aangespannen civielrechtelijke procedure tegen de gemeente Zuidplas. De Koornmolen vond dat de gemeente de twee andere zwembaden onrechtmatig bevoordeelde, maar de rechtbank heeft de bezwaren afgewezen.

Subsidies aan zwembaden

De volgens De Koornmolen bestaande bevoordeling van de gemeente bestaat ten dele uit subsidies. De civiele rechter kan daar vanwege het beginsel van formele rechtskracht geen inhoudelijk oordeel over geven. Voor de bezwaren van De Koornmolen tegen de subsidiebesluiten van de gemeente kon het zwembad namelijk naar de bestuursrechter. De Koornmolen had haar bezwaren tegen de subsidiebesluiten bij de bestuursrechter aan de orde moeten stellen. De civiele rechter kan deze bezwaren niet inhoudelijk beoordelen.

Mededingingswet

De Koornmolen stelde dat de gemeente de twee andere zwambaden ook op andere manieren bevoordeelde en daarmee handelde in strijd met de Mededingingswet (MW). Op grond van de MW mag de gemeente overheidsbedrijven waarbij zij is betrokken niet bevoordelen ten opzichte van concurrerende bedrijven. Voor een geslaagd beroep van De Koornmolen op de MW is vereist dat de exploitanten van de andere twee zwembaden overheidsbedrijven zijn in de zin van de MW. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat dit niet het geval is.

Afspraak en toezegging over exploitatiebijdrage

De Koornmolen stelde verder dat zij op grond van een afspraak met de gemeente recht had op een exploitatiebijdrage van de gemeente gelijk aan de opbrengst toeristenbelasting voor het gebruik van haar zwembad. Naar het oordeel van de rechtbank staat die afspraak echter onvoldoende vast. De rechtbank heeft de stelling van De Koornmolen dat zij op grond van een toezegging van de voormalig wethouder recht had op een bijdrage in de exploitatie ook niet gehonoreerd.

Motie gemeenteraad

Tot slot heeft de rechtbank geoordeeld dat er – mede gezien de terughoudendheid die de rechter moet betrachten ten aanzien van uitspraken in de politieke verhouding tussen raad en het college van B&W – geen grond is voor toewijzing van de vordering van de Koornmolen om een motie van de gemeenteraad uit te voeren.

Uitspraken

Meest gelezen berichten