Regiezitting in zaak 'dode man chalet Ermelo' moet opnieuw

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Gelderland > Nieuws > Regiezitting in zaak 'dode man chalet Ermelo' moet opnieuw
Zutphen, 15 februari 2016

In de strafzaak rondom de dood van een Amersfoortse man in een chalet in Ermelo in maart 2014 heeft de rechtbank op 15 februari 2016 beslist dat de pro-formazitting van 1 februari 2016 opnieuw gehouden moet worden. Na 1 februari 2016 is namelijk gebleken dat een van de rechters 'besmet' is, omdat hij in 2014 als (waarnemend) rechter-commissaris opdracht heeft gegeven voor onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Onderzoekswensen

De zaken van de 4 verdachten zijn op de terechtzitting van 1 februari 2016 pro forma behandeld, waarbij de advocaten van de verdachten hun onderzoekswensen kenbaar hebben gemaakt. De officier van justitie heeft haar standpunt over de onderzoekswensen naar voren gebracht. De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting vervolgens geschorst tot 15 februari 2016 voor het nemen van een tussenbeslissing op die onderzoekswensen.

Waarnemend rechter-commissaris

Twee boeken van Strafvorderingen

Maar na schorsing van het onderzoek op 1 februari 2016 merkte de rechtbank op dat in 2014 één van de leden van de rechtbank als rechter-commissaris opdracht heeft gegeven tot onderzoek door het NFI. Die opdracht heeft geleid tot 3 rapporten van achtereenvolgens 8, 9 en 10 oktober 2014. Deze rapporten hebben betrekking op onderzoek naar het stoffelijk overschot van het slachtoffer.
De betrokken rechter, toen werkzaam als rechter-commissaris in Arnhem, heeft in 2014 tijdens de zomervakantieperiode als waarnemer werkzaamheden verricht op het kabinet rechter-commissaris in Zutphen en toen in deze zaak de betreffende opdracht verstrekt.

In artikel 268, lid 2 Wetboek van Strafvordering (Sv) is bepaald dat de rechter die als rechter-commissaris enig onderzoek in de zaak heeft verricht, op straffe van nietigheid, niet deelneemt aan het onderzoek op de terechtzitting.

Handeling niet opgemerkt

Recent is de rechtbank dus gebleken dat de betrokken rechter als zittingsrechter 'besmet' is geraakt door het in 2014 als rechter-commissaris nemen van de betreffende beslissing. Dat juist deze rechter die handeling heeft verricht, is door de rechtbank - waaronder de betrokken rechter - niet opgemerkt toen deze plaats nam in de meervoudige kamer die de zaak ter terechtzitting van 1 februari 2016 behandelde. De vorderingen van de officier van justitie tot het verrichten van het betreffende NFI-onderzoek en de daarop door de betrokken rechter gegeven beslissingen bevinden zich niet in het dossier waarover de rechtbank voor de zitting van 1 februari 2016 de beschikking heeft gekregen. De rechtbank heeft de handeling van de betrokken rechter ontdekt doordat zijn naam op het voorblad van de betreffende NFI-rapporten in het eindproces-verbaal staat.

Gevolgen

De rechtbank heeft zich vervolgens gebogen over de vraag of en zo ja welke gevolgen dit heeft voor de behandeling van deze zaak. Het gaat in dit geval niet om handelingen of dwangmiddelen die rechtstreeks betrekking hebben op de persoon van de verdachten zelf, maar om een opdracht aan het NFI voor nader onderzoek aan het stoffelijk overschot.
Naar het oordeel van de rechtbank biedt artikel 268 Sv echter geen ruimte voor de zittingsrechter om de omstandigheden van het geval een rol te doen spelen bij de uitleg en toepassing van deze bepaling.  Er is daarom geen ruimte voor een eventuele relativering van het rechtsgevolg dat de wet aan de hier ontstane situatie verbindt.

Zitting 1 februari 2016 moet over

Dit leidt tot de conclusie dat het onderzoek ter terechtzitting van 1 februari 2016 nietig is geweest. Het onderzoek zoals dat op de zitting van 1 februari 2016 in de zaken heeft plaatsgevonden, zal opnieuw plaats moeten vinden. De voorlopige hechtenis van verdachte J.L.S. loopt ondertussen door. De rechtbank heeft de betrokken rechter inmiddels vervangen en zal de zaken binnen 1 maand opnieuw pro forma behandelen. De advocaten kunnen dan hun onderzoekswensen kenbaar maken.

Uitspraken

Meest gelezen berichten