Uitspraken in faillissementsfraudezaken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Gelderland > Nieuws > Uitspraken in faillissementsfraudezaken
Arnhem, 26 juni 2014

De rechtbank heeft donderdagochtend drie verdachten van faillissementsfraude veroordeeld tot werkstraffen van 40 en 60 uur.

Negen verdachten, betrokken bij zeven zaken, moesten zich donderdag 26 juni melden bij de politierechter in Arnhem. Tegen hen was aangifte gedaan door de curatoren die belast zijn met de afwikkeling van het faillissement. Zij werden beschuldigd van het niet (volledig) afgeven van de administratie of onttrekken van goederen of geld aan de failliete boedel. De strafbare feiten werden gepleegd in Arnhem, Dreumel, Duiven, Elst, Elspeet, Harderwijk, Zutphen en Nijkerk.

Aanhoudingen

De politierechter heeft vier zaken aangehouden omdat daarin, op verzoek van de verdediging, nog getuigen moeten worden gehoord. Dit is van belang voor een goed oordeel over deze zaken. Overigens zijn er van deze vier zaken twee doorverwezen naar de meervoudige kamer. Deze zaken bleken te omvangrijk om door een politierechter af te doen.

Vrijspraak

In twee zaken zijn de verdachten vrijgesproken. Kortgezegd heeft de rechter hierbij aangegeven dat er geen bewijs is dat de verdachten de schuldeisers met opzet wilden benadelen. Dat opzet is wel nodig om tot een veroordeling te kunnen komen.

Achtergrond

Een faillissement wordt uitgesproken als een bedrijf of een privépersoon de schulden niet meer kan betalen. De curator, die door de rechtbank wordt benoemd, gaat dan de bezittingen verkopen en lost met de opbrengst zoveel mogelijk schulden af. Hij behartigt de belangen van zowel de failliet verklaarde als die van de schuldeisers. Daarbij is het van groot belang dat de curator over een volledige boekhouding kan beschikken. Daaruit blijkt immers van de financiële gebeurtenissen voor faillissement. Ook volgt daaruit welke bezittingen er moeten zijn. De failliet mag zelf in het zicht van of tijdens het faillissement geen geld of goederen uit de ‘boedel’ halen, om daarmee zichzelf of bepaalde schuldeisers te bevoordelen.

Meest gelezen berichten