Vennoot bar Nijmegen mocht vennootschap niet ontbinden

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Gelderland > Nieuws > Vennoot bar Nijmegen mocht vennootschap niet ontbinden
Arnhem, 17 oktober 2016

De kortgedingrechter oordeelde dat 1 van de vennoten van een bar in Nijmegen ten onrechte de vennootschapsovereenkomst heeft ontbonden.

Verloop

Vrouw in toga met dossier in handen

In juni 2016 wordt de vennootschapsovereenkomst vanwege een verstoorde verhouding door een van de vennoten opgezegd. Dit heeft tot gevolg dat volgens deze overeenkomst de andere vennoot het bedrijf mag voortzetten, wat niet de bedoeling was van de opzeggende vennoot. In juli 2016 start de opzeggende vennoot een kort geding tegen de andere vennoot over de betaling van een bedrag dat nodig is voor investeringen voor de Zomerfeesten die tijdens de Nijmeegse Vierdaagse plaatsvinden. Partijen hebben die zaak toen geschikt door afspraken te maken over de bestemming van de tijdens de Zomerfeesten te verdienen omzet.

In strijd met afspraken

In juli 2016 maakte de andere vennoot een bedrag van 2.500 euro over van de vennootschapsrekening naar zichzelf. In augustus 2016 maakte hij opnieuw een bedrag over. Naar aanleiding hiervan ontbond de opzeggende vennoot per direct de vennootschap(sovereenkomst). De betalingen zouden namelijk in strijd zijn met deze overeenkomst nu daarin is bepaald dat een voorschot op de winst alleen is toegestaan als de bedrijfsvoering dit toelaat en over de hoogte van het voorschot overleg dient plaats te vinden. Ook zouden de overboekingen in strijd zijn met de tijdens de schikking van juli 2016 gemaakte afspraak dat er voorlopig geen voorschot op de winst zou worden uitgekeerd.

Maar deze afspraak komt in kort geding niet vast te staan en de rechter oordeelt dat in de gegeven omstandigheden niet tot ontbinding van de vennootschap(sovereenkomst) had mogen worden overgegaan. Het bedrag van 2.500 euro is overgemaakt omdat de opzeggende compagnon zonder overleg en zonder een aannemelijke reden een betaling van dit bedrag aan zichzelf had klaargezet. De andere transactie betrof kosten voor levensonderhoud waarop de andere eigenaar in beginsel aanspraak kon maken. Volgens de voorzieningenrechter is niet aangetoond dat door deze betaling de bedrijfsvoering in gevaar is gekomen. De rechter oordeelt dat het niet redelijk is dat een beroep wordt gedaan op het vereiste van overleg, nu de opzeggende vennoot zelf ook geen overleg heeft gevoerd over het klaarzetten van de betaling van 2.500 euro. Het is aannemelijk dat het handelen van die vennoot de onderlinge verhoudingen en dus de mogelijkheid tot overleg heeft verslechterd. Bovendien is ter zitting gebleken dat er vaker voorschotbedragen door de vennoten werden opgenomen en dat daarover dus een zekere mate van overeenstemming bestond.

Vorderingen afgewezen

De vorderingen van de opzeggende vennoot - onder meer het ontzeggen van de toegang tot de bar aan de andere vennoot - worden afgewezen.

Uitspraken

Meest gelezen berichten