9 jaar gevangenisstraf voor doodslag op buurtgenoot

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > 9 jaar gevangenisstraf voor doodslag op buurtgenoot
Maastricht, 07 juli 2017

Rechtbank Limburg heeft vandaag uitspraak gedaan in de zaak tegen een 33-jarige man uit Maastricht die terecht stond voor doodslag op een 44-jarige man, eveneens uit Maastricht. De rechtbank acht doodslag bewezen en veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren.

Wat is er gebeurd?

Op 22 juli 2015, kort voor middernacht, heeft de verdachte het slachtoffer 20 keer met een mes in zijn lichaam gestoken. De volgende ochtend is het slachtoffer overleden aan de gevolgen van de steekverwondingen. Verdachte heeft bekend dat hij heeft ingestoken op het slachtoffer, dat in hetzelfde wooncomplex als verdachte woonde.

Verklaring verdachte

Het slachtoffer was met een schep naar de woning van de verdachte gekomen en heeft verdachte met de schep op zijn hoofd geslagen. Toen zij vervolgens beiden op de grond lagen, lag verdachte onderop en zou het slachtoffer hem in de wurggreep hebben gehouden. De verdachte heeft verklaard dat hij vervolgens uit zelfverdediging heeft ingestoken op het slachtoffer.

Geen sprake van zelfverdediging, dus geen noodweer

De rechtbank heeft geoordeeld dat de verklaring van verdachte over de toedracht niet aannemelijk is geworden. De verdachte is ten eerste zelf op de provocatie van het slachtoffer ingegaan. Hij had in zijn woning kunnen blijven. Het steken is pas gebeurd, nadat de schep al was weggegooid en toen het slachtoffer en de verdachte in een worsteling op de grond lagen.

De verdachte heeft eerst verklaard dat hij heeft gestoken omdat zijn vinger eraf werd gebeten. Daarna heeft hij verklaard dat hij heeft gestoken omdat hij dreigde te stikken omdat hij verwurgd werd. De forensisch arts heeft geen tekenen van verwurging aangetroffen. En ook geen wondjes aan de vingers van de verdachte. De getuigen die er dicht bij stonden, hebben geen verwurging gezien. Daarom kan niet worden gesproken van zelfverdediging en is er van noodweer geen sprake volgens de rechtbank.

Overige strafbare feiten

De rechtbank heeft ook nog 8 andere strafbare feiten bewezen en de verdachte van 1 feit volledig en van 3 feiten gedeeltelijk vrijgesproken. Daarom heeft de veroordeling ook nog betrekking op 2 winkeldiefstallen bij Kruidvat en Blokker, verzet bij zijn aanhouding door een politieagent, mishandeling van een 3 personen, een bedreiging van een persoon en ook nog op het samen met een ander proberen zwaar lichamelijk letsel toe te brengen aan hetzelfde slachtoffer van de doodslag op een eerder moment.

Bepaling van de straf

De verdachte heeft het slachtoffer tijdens een worsteling 20 messteken toegebracht, waarna deze het leven heeft gelaten. De verdachte heeft daarmee een van de ernstigste strafbare feiten gepleegd die het Wetboek van Strafrecht kent. De straf ziet dan ook met name op dit feit.

Door het doden van het slachtoffer heeft de verdachte alle nabestaanden zwaar leed toegebracht. Ook diverse buurtbewoners zijn van het gebeuren getuige geweest. Dat alles heeft impact op hen en leidt tot gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

Ook de andere strafbare feiten getuigen van zinloos geweld door de verdachte. Hij gaat onnodig de confrontatie aan en schuwt verbaal en fysiek geweld niet. Zo sloeg de verdachte een van zijn slachtoffers een gebroken neus. Het gemak waarmee de verdachte diefstallen pleegt, laat zien dat hij niks geeft om andermans eigendommen.

Straf

De ernst van de doodslag en het veelvoud van de andere feiten maken dat de rechtbank komt tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaar.

De officier van justitie had ook 9 jaar geëist. Omdat de rechtbank minder feiten bewezen heeft, legt zij per saldo een hogere straf op dan door de officier van justitie is geëist.

De rechtbank heeft ook bepaald dat de verdachte, die in een schorsing van de voorlopige hechtenis liep, weer terug moet naar de gevangenis.

Tenslotte heeft de rechtbank de vordering van de nabestaanden voor door hen gemaakte kosten voor de rouwplechtigheid toegewezen. De verdachte zal deze kosten moeten vergoeden aan de nabestaanden.

Uitspraken

Meest gelezen berichten