Beroepen tegen sloop monument St. Ludwig Vlodrop ongegrond

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Beroepen tegen sloop monument St. Ludwig Vlodrop ongegrond
Roermond, 04 september 2014

De rechtbank Limburg heeft op 3 september 2014 uitspraak gedaan in de zaak met betrekking tot het rijksmonument St. Ludwig in Vlodrop. De door de Stichtingen Cuypersgenootschap en Burgercomité St. Ludwig ingestelde beroepen zijn ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden gezegd dat het college van Burgemeester en Wethouders van Roerdalen met vooringenomenheid heeft gehandeld.

Nadat eerdere vergunningen door de toenmalige rechtbank Roermond en de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waren vernietigd, heeft het college van B&W van Roerdalen aan de eigenaar - de Stichting Maharishi European Research University (MERU)  - een omgevingsvergunning verleend voor het slopen van het rijksmonument St. Ludwig. Dit op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
 
De Stichting Cuypersgenootschap en de Stichting Burgercomité St. Ludwig, die behoud van het monument nastreven, hebben daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank Limburg. De Stichtingen wijzen op het belang van het rijksmonument en stellen zich op het standpunt dat de Stichting MERU van het monument af wil en het daarom bewust heeft verwaarloosd. Het college verwijten zij vooringenomenheid bij de besluitvorming. Volgens de Stichtingen zijn de onderzoeken die zijn uitgevoerd en waaruit blijkt dat een herbestemming van het monument financieel niet haalbaar is, naar het door de eigenaar gewenste resultaat toegeschreven. Het college zou volgens de Stichtingen alleen een sloopvergunning mogen verlenen als het belang van de Monumentenzorg zich daar niet tegen verzet.
 
Namens het college is gewezen op de uitgebreide rapporten die zijn uitgebracht, waarin de herbestemmingsmogelijkheden en de subsidiemogelijkheden voor het enorme kloostercomplex dat dichtbij het beschermde gebied, de Meinweg, is gelegen, in kaart zijn gebracht. Uit de berekeningen en subsidiemogelijkheden blijkt dat een herbestemming of hergebruik door de Stichting MERU geen realistische optie is. Opknappen van het complex zou vele malen duurder zijn dan vergelijkbare nieuwbouw en daarom financieel onhaalbaar. Bij de kostenbeoordeling heeft het college geen rekening gehouden met de kosten van herstel van de voorgevel die de eigenaar in 2001 illegaal heeft gesloopt. Ook heeft het college geen rekening gehouden met de Vedische principes waarmee de Stichting MERU bij haar (nieuw)bouwplannen rekening wil houden.  
 
Het college van B&W heeft externe deskundigen ingeschakeld om de uitgebreide rapporten, waarin herbestemmingsmogelijkheden financieel zijn uitgewerkt, op juistheid en volledigheid te kunnen beoordelen.
Dat is geen reden om vooringenomenheid aan te nemen, aldus de rechtbank. Gelet op de door de ingeschakelde deskundigen in kaart gebrachte mogelijkheden tot herbestemming van het voormalig klooster of tot hergebruik door eigenaar MERU en de hoogte van de daaraan verbonden kosten, is de rechtbank verder van oordeel dat het college voldoende inzicht heeft gegeven in de gemaakte belangenafweging. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college, gelet op het ontbreken van reële mogelijkheden voor herbestemming, het belang van de eigenaar bij sloop zwaarder mogen laten wegen dan het belang bij behoud van het rijksmonument.
 
De Stichtingen Cuypersgenootschap en Burgercomité St. Ludwig kunnen binnen zes weken tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg in hoger beroep gaan.

Uitspraken

Meest gelezen berichten