Celstraf Haelenaar gelijk aan voorarrest

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Celstraf Haelenaar gelijk aan voorarrest
Roermond, 02 april 2013

De rechtbank Limburg, locatie Roermond, heeft vandaag uitspraak gedaan in de zaak van G.R. uit Haelen. De Haelenaar werd verdacht van poging tot moord, zware mishandeling en bedreiging van 7 personen, waaronder een aantal politieambtenaren.

Tijdens de heropening van de zaak op 19 maart jl. is het strafdossier aangevuld met de politiemutaties en het strafrechtelijke handhavingstraject en ook een verslag van het bestuursrechtelijke handhavingstraject.
 

De door verdachte geschetste situatie van jarenlange conflicten, bedreigingen en ellende vindt bevestiging in de stukken. Verdachte heeft vele juridische procedures gevoerd en alle mogelijke legale wegen gevolgd om zijn recht te krijgen en de rust en veiligheid van zijn gezin te waarborgen. De rechtbank heeft oog voor zijn grote frustratie doordat zijn pogingen om zijn gezin een rustige en veilige woonomgeving te bieden, stukliepen. Het gegeven dat de gemeente tegen allerlei misstanden op het woonwagenkamp niet handhavend optrad, maar met betrekking tot zijn hekwerk wel, heeft hieraan ongetwijfeld bijgedragen. De rechtbank kan zich voorstellen dat verdachte zich door de autoriteiten in de steek gelaten voelde en om die reden op 21 juni 2012 wilde verhinderen dat zijn hekwerk werd verwijderd. 

Dergelijke motieven en de geschetste angst, onmacht en frustratie mogen naar het oordeel van de rechtbank echter nimmer leiden tot gewelddadige acties jegens anderen. En dat is uitdrukkelijk de andere kant van de zaak. De in deze zaak als slachtoffer betrokken personen deden die dag niets anders dan hun werk en waren – behoudens een enkeling – op geen enkele wijze persoonlijk betrokken bij het conflict tussen verdachte, de woonwagenbewoners en de gemeente. Hoewel achteraf wellicht geoordeeld kan worden dat het doorzetten van de handhavingsactie en de wijze waarop minder opportuun was, maakt dit niet dat daarmee een vrijbrief is gegeven voor gewelddadig verzet tegen rechtmatig overheidsoptreden.  

De rechtbank heeft een andere visie op de zaak dan de officier van justitie. De rechtbank heeft de juridische beoordeling van de feiten en wat nu precies de bedoelingen van verdachte zijn geweest nadrukkelijk tegen het licht van de achtergrond en aanleiding gehouden. Dat leidt tot een andere bewezenverklaring dan die waar de officier bij haar eis van is uitgegaan en wordt om die reden sterk afgeweken van de eis

Er is sprake geweest van ernstig, onrust veroorzakend, publiek geweld of bedreiging daarmee, aldus de rechtbank. Zijn handelen is niet verontschuldigbaar of aanvaardbaar. Verdachte is te ver gegaan en uit een oogpunt van normhandhaving acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Een schuldigverklaring zonder oplegging van straf doet geen recht aan de ernst van de feiten en de rol van verdachte daarin. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat kan en moet worden volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 9 maanden.  

De voorlopige hechtenis van G.R. is reeds op 19 maart jl. opgeheven. Dit op grond van artikel 67 A, lid 3 van het wetboek van Strafvordering. Dat artikel houdt in dat een verdachte in vrijheid moet worden gesteld als de voorlopige hechtenis waarin hij zich bevindt langer dreigt te gaan duren dan de uiteindelijke straf. 

De vorderingen van de verbalisanten worden niet ontvankelijk verklaard, omdat de beoordeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding met zich mee brengt. De vorderingen zijn mede gebaseerd op de invloed van de media-aandacht en de stelling dat de verbalisanten op hun werk alsook in privé op hun optreden werden aangesproken. Voor wat betreft dat onderdeel van de vordering is nader onderzoek noodzakelijk naar de vraag of en zo ja in hoeverre voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde en dat onderdeel van de gestelde schade.

Uitspraken

Meest gelezen berichten