Coffeeshopzaken Maastricht weer voor de rechter: overzicht tot nu toe

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Coffeeshopzaken Maastricht weer voor de rechter: overzicht tot nu toe
Maastricht, 24 juni 2014

Woensdag 25 juni 2014 om 13.00 uur behandelt de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, opnieuw coffeeshopzaken.

Wat is de aard van de zitting van 25 juni?

Tijdens de openbare zitting worden de coffeeshopzaken inhoudelijk behandeld. Het Openbaar Ministerie verdenkt 14 personen ervan dat zij in mei 2013 vanuit diverse coffeeshops te Maastricht softdrugs hebben verkocht aan zogenaamde ‘niet-ingezetenen van Nederland’.

Wat voor coffeeshopzaken heeft de rechtbank Limburg eerder behandeld?

Op 26 juni 2013 heeft de meervoudige strafkamer zes verdachten veroordeeld tot voorwaardelijke taakstraffen en geldboetes. Ook toen ging het om de (medeplichtigheid aan) verkoop van softdrugs vanuit coffeeshops in Maastricht aan buitenlanders. Tegen deze uitspraken is door de verdachten hoger beroep aangetekend bij het gerechtshof in Den Bosch.

 

Op 4 september 2013 verschenen 14 personen voor de politierechter in Maastricht. Ook zij werden verdacht van (medeplichtigheid aan) de verkoop van softdrugs vanuit coffeeshops in Maastricht aan buitenlanders. De politierechter verklaarde het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk bij vervolging van deze 14 personen, omdat zij van oordeel was dat niet het strafrechtelijk belang werd gediend bij vervolging van de verdachten, maar het gemeentelijk belang.

Tegen deze uitspraak is het Openbaar Ministerie bij het gerechtshof in Den Bosch in hoger beroep gegaan.

Wat was vervolgens het oordeel van het gerechtshof?

Tijdens een speciale themazitting op 5 februari 2014 behandelde het gerechtshof in Den Bosch zowel het hoger beroep van de zes verdachten als van het Openbaar Ministerie. De rechtmatigheid van het ingezetenencriterium stond tijdens deze zaken centraal. Volgens dit criterium mogen alleen ingezetenen van Nederland worden toegelaten tot een coffeeshop om softdrugs te kopen.

 

Twee weken later, op 19 februari 2014, oordeelde het hof dat het ingezetenencriterium dat de burgemeester van Maastricht en de officier van justitie hanteren voor coffeeshops in Maastricht rechtmatig is. Het Openbaar Ministerie mag bovendien degenen die in strijd met dit criterium handelen strafrechtelijk vervolgen, oordeelt het hof.  De 14 verdachten die eerder in september 2013 voor de rechtbank Limburg moesten verschijnen, en waarover de rechter zich nog niet inhoudelijk heeft uitgelaten, staan daarom nu opnieuw op zitting.

Is de rechtbank bij de zaak van de coffeeshops op woensdag a.s. gebonden aan deze uitspraak van het gerechtshof Den Bosch?

De rechtbank is daaraan slechts deels gebonden: de beslissing van het hof dat het Openbaar Ministerie degenen die in strijd met het ingezetenencriterium handelen strafrechtelijk mag vervolgen is voor de rechtbank bindend. De rest van de  behandeling van de strafzaak  van de 14 coffeeshopzaken ligt weer helemaal open.

Wat betekent de uitspraak op 18 juni 2014 van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State op 18 juni 2014 voor de komende strafzaak coffeeshops? Uit die uitspraak blijkt namelijk dat de burgemeester van Maastricht coffeeshop Easy Going in mei 2012

Dit betreft een bestuursrechtelijke zaak en geen strafzaak. Volgens de hoogste algemene bestuursrechter is het ingezetenencriterium, waardoor niet-ingezetenen geen toegang hebben tot coffeeshops, een geschikt middel om drugstoerisme te voorkomen. "Het ingezetenencriterium is een proportionele maatregel voor de bestrijding van drugstoerisme en dat legitieme doel kan niet met andere, minder ingrijpende middelen worden bereikt", aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. Zie ook het persbericht van de Raad van State met deze uitspraak: http://www.raadvanstate.nl/pers/persberichten/tekst-persbericht.html?id=650
Tegen de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is geen hoger beroep mogelijk.

 

De uitspraak van de hoogste bestuursrechter is in de zaken van de 14 verdachten die a.s. woensdag voor de rechter verschijnen niet bindend, omdat het woensdag om een strafzaak gaat en geen bestuursrechtzaak.

Uitspraken

Meest gelezen berichten