Dagvaarding kinderpornozaak nietig

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Dagvaarding kinderpornozaak nietig
Maastricht, 08 april 2014

In het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2011, en in navolging onder meer in diverse arresten van Gerechtshoven, waaronder het arrest van het Hof Den Bosch van 10 februari 2014, wordt aangegeven dat ook bij het bezit van grote hoeveelheden kinderporno grafische afbeeldingen het Openbaar Ministerie duidelijk moet concretiseren om welke strafbare feiten het gaat. Daarbij is het, aldus de Hoge Raad en het Gerechtshof, niet voldoende als in globale beschrijvingen wordt aangegeven welke gedragingen op niet nader genoemde foto’s zichtbaar zijn (de categorie scan).  

Toch heeft de officier van justitie er voor gekozen om voor deze door de Hoge Raad en meerdere Hoven verworpen manier van tenlasteleggen te kiezen. De officier van justitie heeft daarbij gewezen op een aantal uitspraken van rechtbanken die een dergelijke globale beschrijving wel voldoende duidelijk vinden. De rechtbank heeft deze uitspraken bestudeerd maar kan daarin geen andere motivering ontdekken dan dat deze rechtbanken deze manier van tenlasteleggen wel voldoende duidelijk vinden. Echter, gelet op de hiervoor genoemde uitspraken van de Hoge Raad en de Gerechtshoven kan deze rechtbank die motivering van de aangehaalde lagere rechters niet voldoende overtuigend achten.

Daarbij komt dat in situaties waar sprake is van een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen zich niets ertegen verzet dat de steller van de tenlastelegging zich beperkt tot een selectie van (representatieve) afbeeldingen die concreet in de tenlastelegging worden aangegeven. Hiermee kan zowel aan de praktische bezwaren van het concreet beschrijven van (zeer) grote hoeveelheden kinderpornografische afbeeldingen als aan de behoefte van verdachte met concrete feiten te worden geconfronteerd tegemoet gekomen worden. 

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de gekozen verfeitelijking niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging zal op dit onderdeel nietig worden verklaard. 

Doordat de tenlastelegging wat betreft de kinderpornografische afbeeldingen nietig is verklaard, komt aan de rechtbank nu enkel nog een oordeel toe over het verwijt betreffende de heimelijke opnames van twee personen. Dit betreffen feiten van een wezenlijk andere orde dan het bezit van kinderpornografische afbeeldingen. De wetgever heeft dat onder andere tot uitdrukking gebracht doordat op het bezit van kinderporno, als daar een gewoonte van wordt gemaakt, maximaal 8 jaar gevangenisstraf is gesteld. Op het maken van heimelijke foto’s heeft de wetgever echter een maximale straf van 6 maanden gezet. Bovendien is voor deze feiten geen voorlopige hechtenis mogelijk.

Nu het feit waarop de voorlopige hechtenis was gebaseerd is komen te vervallen en voor de resterende feiten geen voorlopige hechtenis mogelijk is heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis van verdachte opgeheven met ingang van heden. 

De zaak is voor onbepaalde tijd aangehouden.

Uitspraken

Meest gelezen berichten