Gevangenisstraf en rijontzegging voor verkeersongeval met dodelijk slachtoffer

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Gevangenisstraf en rijontzegging voor verkeersongeval met dodelijk slachtoffer
Maastricht, 19 januari 2015

De rechtbank Limburg heeft een 57-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden onvoorwaardelijk en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaren.

Op 16 april 2013 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden op de kruising van de Hoge Weerd met de Oeslingerbaan te Maastricht. Verdachte reed in een personenauto op de Oeslingerbaan. Het slachtoffer reed op zijn motor over de Hoge Weerd. De Hoge Weerd is een voorrangsweg. Doordat verdachte bij het oprijden van de kruising geen voorrang verleende aan de voor hem van links komende  motorrijder, kwamen beide voertuigen met elkaar in botsing. De motorrijder is daarbij overleden.

Uit onderzoek is gebleken dat het zicht van verdachte bij de kruising naar links over tenminste 200 meter mogelijk was. Uit onderzoek is verder gebleken dat verdachte had gedronken. Ook is uit onderzoek gebleken dat de motorrijder de kruising naderde met een snelheid van ongeveer 97 km/uur, terwijl daar voor hem een snelheidslimiet gold van 50 km/uur en dat het ongeval niet zou hebben plaatsgevonden als de motorrijder met een snelheid van 50 tot 70 km/u had gereden.

Vast staat dat verdachte een verkeersfout heeft gemaakt door geen voorrang te verlenen aan de zich op de voorrangsweg bevindende motorrijder.

Verdachte heeft aangevoerd dat hij de motorrijder niet heeft kunnen zien aankomen, gelet op diens snelheid. De rechtbank is van oordeel dat de hoge snelheid van de motorrijder niet de oorzaak is geweest voor het niet opmerken van de motorrijder door verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte bij het oprijden van de kruising weliswaar één keer naar links heeft gekeken, maar dat hij vervolgens enkel gefocust is geweest op het verkeer van rechts, omdat hij de kruising in één vloeiende beweging wilde oversteken en niet op het opstelvlak in de middenberm wilde wachten. Die focus heeft verdachte ervan weerhouden nog een tweede keer naar links te kijken om te zien of er in de tussentijd misschien toch verkeer van links aankwam. Door dit na te laten heeft verdachte een tweede verkeersfout gemaakt.

Verder had verdachte alcohol gedronken (naar eigen zeggen 4 glazen port). Uit onderzoek blijkt dat zijn ademalcoholgehalte 465 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht was. Dit levert de derde verkeersfout op. Het is een feit van algemene bekendheid dat door het gebruik van alcoholhoudende drank het reactievermogen en het waarnemingsvermogen afnemen.

Verdachte heeft gesteld dat hij daar – als gewoontedrinker – geen last van heeft. Uit het door een deskundige van het NFI uitgebracht rapport blijkt echter dat deze stelling – zeker bij hoeveelheden zoals waar het hier om gaat – niet opgaat. Verder blijkt uit dit rapport dat de kans op een ongeval toeneemt door het gebruik van alcohol, met name bij concentraties van alcohol in het bloed boven 1.0 mg/ml. Verdachte had omgerekend een bloed/alcoholgehalte van 1.07 mg/ml.

Tot slot heeft de rechtbank nog stil gestaan bij het feit dat de motorrijder veel te hard heeft gereden. Doet deze (veel) te hoge snelheid af aan de schuld van de verdachte? De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend. Eventuele medeschuld aan de zijde van (in dit geval) de bestuurder van de motor heft in beginsel de schuld aan de zijde van verdachte niet op. In uitzonderlijke gevallen kan dit anders zijn, maar de rechtbank is van oordeel dat een dergelijke situatie zich hier niet voordoet, nu verdachte de motorrijder niet heeft gezien en hij hem ondanks diens te hoge snelheid, toch had kunnen en moeten zien.

Meest gelezen berichten