Gevangenisstraf voor ontucht met drie psychiatrisch patiënten

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Gevangenisstraf voor ontucht met drie psychiatrisch patiënten
Maastricht, 08 september 2015

Vandaag heeft de rechtbank Limburg een 29-jarige verpleegkundige veroordeeld tot 3 jaar cel, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, wegens het hebben van seks met drie psychiatrisch patiënten, die aan zijn zorg waren toevertrouwd. Gedurende de proeftijd moet de man zich houden aan een meldplicht, medewerking verlenen aan gedragskundige onderzoek en indien geïndiceerd, ambulante behandeling ondergaan. Verder wordt hem een beroepsverbod voor de duur van 5 jaren opgelegd en mag hij, zolang de proeftijd loopt, geen contact zoeken met de drie slachtoffers.

Feiten

Verdachte heeft in de periode van 24 februari 2010 tot 19 januari 2013 meerdere seksuele contacten met patiënten gehad. Het waren stuk voor stuk psychisch kwetsbare vrouwen, die voor klinische behandeling opgenomen waren op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis waar verdachte werkte.

Bewijs

Ten aanzien van ieder slachtoffer is er voldoende wettig bewijs dat de verdachte ontuchtige handelingen heeft verricht. De rechtbank acht de verklaringen van de slachtoffers betrouwbaar, omdat zij in de kern consistent hebben verklaard en hun verklaringen op meerdere punten steun vinden in andere bewijsmiddelen. De overeenkomsten in de verklaringen van de afzonderlijke slachtoffers sterken de rechtbank in de overtuiging dat de verdachte de afzonderlijke feiten heeft gepleegd.
De rechtbank heeft in strafverzwarende zin rekening gehouden met het feit dat de verdachte eerder voor een zedendelict is veroordeeld en zich mede tijdens de proeftijd van de voor dat feit opgelegde straf schuldig heeft gemaakt aan ontuchtige handelingen met een van zijn patiënten.

Schadevergoeding

Alle slachtoffers hebben om vergoeding van hun materiële schade en immateriële schade gevraagd. Immateriële schade acht de rechtbank in deze zaak weliswaar wettelijk gezien toewijsbaar, maar twee van de drie slachtoffers hebben om een voorschot op de door hun geleden immateriële schade gevraagd. Nu de strafrechter niet bevoegd is om voorschotten op civiele vorderingen toe te wijzen, worden deze twee slachtoffers in hun vorderingen niet-ontvankelijk verklaard en bepaalt de rechtbank dat zij hun vorderingen bij de civiele rechter kunnen aanbrengen. Dit geldt ook voor de door hen gevorderde materiële schade, omdat een nader onderzoek naar het verband tussen de geleden schade en de strafbare feiten een onevenredige belasting van het strafgeding vormt.
Het derde slachtoffer heeft geen voorschot geëist en ook is de door haar gestelde materiële schade onbetwist. De rechtbank acht in dat geval een bedrag van € 2.527,41 toewijsbaar.

Uitspraken: ECLI:NL:RBLIM:2015:7628

Uitspraken

Meest gelezen berichten