Gevangenisstraf voor reeks woninginbraken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Gevangenisstraf voor reeks woninginbraken
Maastricht , 01 mei 2015

De rechtbank heeft een gevangenisstraf van 4 jaar opgelegd aan een 21-jarige verdachte uit Maastricht. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een twaalftal woninginbraken. Deze werden gepleegd in Zuid-Limburg in de periode december 2013 tot juli 2014. De verdachte pleegde de inbraken alleen of samen met een ander. De gestolen goederen werden meestal meteen doorverkocht aan vaste afnemers.

Georganiseerd verband

Deze zaak maakt onderdeel uit van een groot onderzoek naar (woning)inbraken in georganiseerd verband. Daarbij gaat het om wisselende dadergroepen, die actief waren in Zuid-Limburg, Belgisch Limburg en Duitsland. De medeverdachten moeten nog worden berecht.

Verklaring van verdachte

De verdachte heeft over zijn aandeel verklaard. Hij zou zo’n tien à twintigduizend euro verdiend hebben met inbraken. Hij zag inbreken als zijn “werk”. De verdachte leefde op grote voet en had veel geld nodig voor zijn drugsverslaving en om te kunnen feesten.

Schade voor de slachtoffers

Bij de slachtoffers van de woninginbraken werden waardevolle spullen zoals duur gereedschap en juwelen - vaak met grote emotionele waarde - gestolen. Daarnaast werd de nodige schade aangericht aan de woningen doordat ramen en deuren werden geforceerd. Door de inbraken werd het gevoel van veiligheid van de bewoners ernstig aangetast. Eén van de slachtoffers heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend.

Jeugdrecht niet van toepassing

De officier van justitie heeft 4,5 jaar gevangenisstraf geëist. De verdachte en zijn raadsman hebben gevraagd het jeugdstrafrecht toe te passen.
De rechtbank zal het volwassenstrafrecht toepassen. De verdachte is weliswaar nog jong, maar daar staat tegenover dat het gaat om een groot aantal strafbare feiten. Ook heeft de verdachte een strafblad en heeft hij in het verleden aangeboden hulp van de reclassering niet aangenomen. Dit alles en ook de houding van de verdachte over de gepleegde feiten maken dat de rechtbank geen pedagogische mogelijkheden ziet. Het jeugdstrafrecht is dan ook niet meer aan de orde. Daarmee volgt de rechtbank het advies van de Reclassering. De nog jonge leeftijd maakt wel dat de rechtbank komt tot een enigszins lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. Daarnaast moet de verdachte een schadevergoeding van € 14.040,37 betalen aan het slachtoffer.

Uitspraken

Meest gelezen berichten