Gevangenisstraf voor zware mishandeling ex-partner

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Gevangenisstraf voor zware mishandeling ex-partner
Maastricht, 18 juni 2014

De rechtbank heeft verdachte, een 42-jarige vrouw, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, terzake van zware mishandeling. Verdachte is op 30 april 2013 te Heerlen met haar personenauto op het slachtoffer afgereden en vervolgens over het lichaam van het slachtoffer, haar ex-partner, heengereden. Het slachtoffer heeft hierdoor potentieel dodelijk letsel heeft gelopen, te weten (onder meer) vele gebroken ribben, fracturen in de rug, fracturen in het bekken en een fractuur in het heupgewricht. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de handelswijze van verdachte niet kan worden aangemerkt als een poging tot doodslag, omdat verdachte van meet af aan heeft verklaard dat zij het slachtoffer niet dood wilde rijden, maar ‘slechts’ zijn benen wilde breken en dat verdachte, gelet op de paniektoestand waarin ze verkeerde, zich er niet van bewust was dat ze over het slachtoffer heen reed.

Het betoog van de officier van justitie en de raadsvrouwe, strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging wegens een geslaagd beroep op noodweer, wordt door de rechtbank verworpen. Het slachtoffer heeft op 30 april 2013 de 12-jarige dochter van verdachte met zijn personenauto opgehaald met de bedoeling om haar mee te nemen naar België. Gelet op de inhoud van de verklaring van verdachte en de verklaring van de zoon van verdachte, inhoudende – kort samengevat – dat het slachtoffer verdachtes kinderen zonder voorafgaande toestemming van verdachte altijd kon komen bezoeken en ophalen, is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake was van een (onmiddellijk dreigende) wederrechtelijke aanranding van de 12-jarige dochter van verdachte. Het feit dat er geen familierechtelijke betrekking tussen het slachtoffer en de 12-jarige dochter bestond, maakt het gedrag van het slachtoffer niet aanstonds wederrechtelijk.

Voorts heeft de rechtbank het beroep op psychische overmacht verworpen, nu niet aannemelijk is geworden dat het slachtoffer gedurende de relatie met verdachte een zodanige psychische druk op verdachte heeft uitgeoefend dat verdachte ten tijde van het begaan van strafbare feit niet anders kon of behoorde te handelen dan zij heeft gedaan.

Bij de strafmaat heeft de rechtbank de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht als uitgangspunt genomen. Daarbij heeft de rechtbank in strafverzwarende zin meegenomen dat verdachte een buitengewoon zwaar middel, namelijk een personenauto, heeft ingezet om het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. In strafverminderende zin heeft de rechtbank betrokken dat verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd alsmede dat het bewezenverklaarde moet worden gezien tegen de achtergrond van reeds langdurig bestaande relatieproblemen tussen verdachte en het slachtoffer. Verdachte is in deze relatie meermalen door het slachtoffer lichamelijk en geestelijk mishandeld.

Uitspraken

Meest gelezen berichten