Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk door overschrijding redelijke termijn

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk door overschrijding redelijke termijn
Maastricht, 19 februari 2016

De meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg heeft op 29 januari 2016 op verzoek van de advocaat, de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van een nu 23-jarige man die in 5 verschillende rechtszaken als verdachte was aangemerkt. Hij werd daarbij onder andere verdacht van diverse overtredingen van de verkeersregelgeving, het voorhanden hebben van pepperspray en het bezit van hennep.

Niet binnen redelijke termijn

De rechtbank is van oordeel dat de berechting van al deze zaken niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden. In de oudste van de zaken is de verdachte op 18 maart 2011 gehoord. Daarna zijn er bijna vijf jaar voorbijgegaan waarin er nagenoeg niets is gebeurd. De advocaat en de verdachte hebben er niet voor gezorgd dat er zo lang niets is gebeurd. Wel wordt door het verstrijken van zo'n lange periode de verdediging bemoeilijkt en als er, bijvoorbeeld, nu nog getuigen zouden moeten worden gehoord, is het maar de vraag of die nog wel naar waarheid zouden kunnen verklaren wat is gebeurd.

Net meerderjarig

Daar komt bij dat de verdachte op 18 maart 2011 nog maar net meerderjarig was. Zou hij toen nog minderjarig geweest zijn, dan had de strafzaak eigenlijk binnen zes maanden na het eerste verhoor geëindigd moeten zijn met een vonnis.

Geen grote maatschappelijke onrust

Verder zorgen de feiten die verdachte verweten worden, in het algemeen wel voor overlast, maar deze hebben geen grote maatschappelijke onrust veroorzaakt. Zo bezien, is ook in de aard van de feiten geen reden te vinden dat het zo lang geduurd heeft voor ze opnieuw aan de rechter werden voorgelegd.

Bevel

Ten slotte heeft de rechtbank gezien dat de politierechter op 27 juni 2012 heeft bevolen om alle toen openstaande zaken op één zitting van diezelfde politierechter aan te brengen. Bij een volgende politierechterzitting op 10 oktober 2013 bleek aan dat bevel geen gevolg te zijn gegeven. De politierechter heeft toen het eerste bevel herhaald en bevolen dat de zaken op een zo kort mogelijke termijn weer op zitting moesten komen bij de eerste politierechter. Aan deze bevelen heeft het Openbaar Ministerie niet voldaan en de officier van justitie kan niet uitleggen waarom niet.

Oordeel

Gelet op dit alles is de rechtbank van oordeel dat wat de officier van justitie nog naar voren heeft gebracht over het belang om de zaken toch nog te berechten, onvoldoende gewicht in de schaal legt.

Uitspraken

Meest gelezen berichten