TBS met dwangverpleging voor moord op Thuiszorgmedewerkster

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > TBS met dwangverpleging voor moord op Thuiszorgmedewerkster
Roermond, 10 juni 2014

De rechtbank Limburg, locatie Roermond, heeft een 61-jarige vrouw vandaag schuldig bevonden aan de moord op een Thuiszorgmedewerkster in Weert en aan haar de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd.

De vrouw heeft de Thuiszorgmedewerkster in september 2013 in haar woning met een mes in de hals gestoken. Volgens de rechtbank is de daad een gevolg geweest van een enige tijd van tevoren door de vrouw genomen besluit en kan er worden gesproken van het willens en wetens met een vooropgezet plan handelen door verdachte. Immers heeft zij niet alleen de betreffende dag een filmopname in haar huis gemaakt, waarop zij met betrekking tot de keuken de uitspraak doet dat het daar gaat gebeuren, het mes in de keuken klaargelegd en een briefje heeft gemaakt met hetgeen zij mee moest nemen naar de politie, maar op het bewuste moment heeft zij bovendien het slachtoffer naar zich toe geroepen om haar vervolgens te steken. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw in de tijd tussen het maken van het filmpje in de ochtend en het daadwerkelijk steken van het slachtoffer heeft kunnen nadenken over, en zich rekenschap heeft kunnen geven van, de betekenis en de gevolgen van haar voorgenomen daad. Het is de rechtbank niet gebleken dat de vrouw geen enkel inzicht had in haar handelen en de strekking daarvan. Zij heeft immers verklaard dat het slachtoffer dood moest vanwege de impact die dat zou hebben. Hiertoe heeft zij voorbereidingen getroffen en vervolgens haar doen verwezenlijkt. Hieruit vloeit opzet én voorbedachte raad voort. Dat de vrouw heeft gehandeld vanuit psychotische belevingen en overtuigingen, waardoor zij door de deskundigen van het Pieter Baan Centrum volledig ontoerekeningsvatbaar wordt geacht, sluit volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad niet uit dat er sprake is geweest van opzettelijk handelen en voorbedachte raad.

De rechtbank heeft, gelet op de inhoud van de rapportages van het Pieter Baan Centrum over de bij de vrouw geconstateerde ziekelijke stoornis van de geestvermogens, echter geoordeeld dat het feit niet aan haar kan worden toegerekend en haar ontslagen van alle rechtsvervolging. Wel acht de rechtbank, gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde, de vastgestelde psychotische stoornis en het daarmee samenhangende hoge recidivegevaar, oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege gerechtvaardigd en noodzakelijk. De door de verdediging verzochte plaatsing in een GGZ-instelling biedt naar oordeel van de rechtbank onvoldoende waarborg voor langdurig noodzakelijk geachte behandeling van de vrouw en de bescherming van de maatschappij.

Uitspraken

Meest gelezen berichten