Taakstraf en rij-ontzegging voor dodelijke aanrijding Maasbracht

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Taakstraf en rij-ontzegging voor dodelijke aanrijding Maasbracht
Roermond, 27 oktober 2015

Een 35-jarige man uit Roermond heeft vandaag een taakstraf van 240 uur en een rij-ontzegging van 1 jaar opgelegd gekregen. De meervoudige strafkamer van rechtbank Limburg, locatie Roermond, acht bewezen dat hij als bestuurder van een personenauto op 24 december 2013 in Maasbracht een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij een 17-jarige fietser om het leven is gekomen.

De bestuurder van de personenauto was op dat moment aan het werk als taxichauffeur en vervoerde in die nacht klanten in zijn taxi. De rechtbank heeft op basis van de VerkeersOngevallenAnalyse vastgesteld dat de bestuurder met een snelheid van minimaal 90,9 km/u en maximaal 92,3 km/u reed, terwijl ter plaatse maximaal 50 kilometer is toegestaan. Uit de aangetroffen sporen op het wegdek en een getuigenverklaring volgt dat de aanrijding vóór dan wel op een oversteekplaats heeft plaatsgevonden.

De bestuurder was naar eigen zeggen ter plaatse bekend en wist dus dat die oversteekplaats daar lag en dat hij daar overstekende fietsers kon verwachten. Hij had de fietser ook op de weg kunnen zien fietsen gelet op de reflectoren op de fiets en het feit dat de taxi verlichting voerde. Dat de bestuurder de fietser niet heeft gezien of pas op het allerlaatste moment heeft gezien en niet meer in staat was zijn auto op tijd tot stilstand te brengen, komt doordat hij bijna twee keer zo hard heeft gereden als toegestaan. De fietser overleed korte tijd later aan de verwondingen opgelopen door dit ongeval.  
De rechtbank is van oordeel dat de bestuurder zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen en dat het verkeersongeval daarom aan zijn schuld als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 is te wijten en dat de fietser als gevolg daarvan is komen te overlijden.

Voor de nabestaanden van de fietser betekent dit een tragisch een onomkeerbaar verlies. Zij moeten na dit verkeersongeval verder zonder hun geliefde zoon en broer. Op de bestuurder heeft het ongeval ook een grote impact gehad. Hij zal de rest van zijn leven met zich mee moeten dragen dat door zijn handelen een jongeman het leven heeft verloren.

De officier van justitie eiste een taakstraf van 240 uur en een rij-ontzegging voor 15 maanden. De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Ook is rekening gehouden met de hoge snelheid en het feit dat taxichauffeur niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit. De omstandigheid dat de fietser in strijd met de aldaar geldende verkeersregels midden op de hoofdrijbaan reed in plaats van op het naast de hoofdrijbaan gelegen fietspad is niet van invloed op de schuldvraag, maar speelt wel een matigende rol bij het bepalen van de straf. De rechtbank is van oordeel dat een maximale taakstraf voor de duur van 240 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van één jaar passend en geboden is.

Uitspraken: ECLI:NL:RBLIM:2015:8996

Uitspraken

Meest gelezen berichten