Taakstraffen in Valkenburgse zedenzaak

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Taakstraffen in Valkenburgse zedenzaak
Maastricht, 26 april 2016

Rechtbank Limburg heeft vandaag uitspraak gedaan in drie resterende zaken in de zogenoemde Valkenburgse zedenzaak. De 3 verdachten stonden terecht voor ontucht met een minderjarige prostituee. Het Openbaar Ministerie eiste in al deze zaken gevangenisstraffen, variërend van 8 tot 12 maanden. De rechtbank heeft de verdachten veroordeeld tot een taakstraf met daaraan gekoppeld 1 dag gevangenisstraf.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft in deze zaken geoordeeld dat de verdachten seksuele handdelingen hebben verricht met een minderjarige prostituee. De verdachten hebben daarmee de lichamelijke integriteit van het minderjarige meisje ernstig geschonden. Bovendien is haar hierdoor psychische schade toegebracht. De verdachten hebben door hun handelen bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie.

Beroep op ‘afwezigheid van alle schuld’ afgewezen

In één zaak is het verweer gevoerd dat de verdachte geen straf zou moeten krijgen omdat hij niet wist dat het meisje minderjarig was. De rechtbank gaat hier niet in mee. De verdachte heeft onvoldoende deugdelijk onderzoek verricht naar de leeftijd van het meisje en is daarom strafbaar.

Strafmaat

Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank is van oordeel dat uit de strafdossiers niet kan worden afgeleid dat deze verdachten bewust op zoek waren naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Zij reageerden op een advertentie op een website waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld. Alle verdachten hebben aangegeven dat zij er niet aan twijfelden dat zij inderdaad 18 jaar was. Toch hadden de mannen dit moeten controleren. Dat hebben zij niet gedaan. Zo zijn zij in werkelijkheid terechtgekomen bij een prostituee die minderjarig was en daarvoor dragen zij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat deze verdachten kan worden gemaakt minder groot dan in het geval dat iemand welbewust op zoek is gegaan naar een minderjarige prostituee.

Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware straf is. De rechtbank is van oordeel dat een taakstraf, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, het meest passend is. Deze strafmodaliteit is echter voor jeugdprostitutie volgens de wet niet meer mogelijk. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag in combinatie met een taakstraf.

Aan twee verdachten legt de rechtbank een taakstraf van 180 uur en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 dag op. Een verdachte krijgt een taakstraf van 240 uur en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 dag.

 

Vordering van de benadeelde partij

De rechtbank heeft in twee zaken geoordeeld dat de behandeling van de vorderingen van de benadeelde partij een onevenredige belasting vormen voor het strafgeding. In een civiele procedure heeft de verdediging meer juridische instrumenten beschikbaar om op een adequate wijze de vordering te betwisten. De vorderingen worden niet-ontvankelijk verklaard en kunnen alsnog bij de civiele rechter worden ingediend. In de derde zaak was de vordering van de benadeelde partij tijdens de zitting ingetrokken.

Uitspraken

Meest gelezen berichten