Veroordeling voor veroorzaken dodelijk ongeval op 29 juni 2014 in Weert

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > Veroordeling voor veroorzaken dodelijk ongeval op 29 juni 2014 in Weert
Maastricht, 26 juli 2016

Een 56 jarige man uit Weert is vandaag veroordeeld voor het veroorzaken van een dodelijk ongeval op 29 juni 2014. Hij krijgt een taakstraf en een voorwaardelijke rijontzegging.

Wat is er gebeurd?

De verdachte heeft beduidend harder gereden (105 km/u) dan ter plaatse was toegestaan (70 km/u). Ook had hij teveel alcohol gedronken (een promillage van 0,93). Verdachte kende de weg goed. Hij wist dat hij een gevaarlijk kruispunt naderde en zag daar twee auto’s zijn richting op rijden. Dat alles was voor de verdachte echter geen aanleiding om zijn snelheid te minderen. Daardoor kon hij niet meer tijdig reageren toen de auto van het slachtoffer de kruising opreed. Op het kruispunt heeft een botsing plaatsgevonden. Ten gevolge van haar (inwendige) verwondingen is de bestuurster van de andere auto ter plaatse overleden.

Was het ongeval te voorkomen?

De verkeersdeskundigen van de politie hebben onderzoek gedaan. Hun conclusie is dat als de verdachte zich aan de toegestane snelheid had gehouden, het ongeval waarschijnlijk niet zou zijn gebeurd. Dan had hij op tijd kunnen stoppen. Of, als in het ergste geval toch een ongeval zou zijn gebeurd, dan zou het ongeval minder ernstige gevolgen hebben gehad.

Geen twijfel over het onderzoek van de politie

Volgens de raadsman klopte dit onderzoek niet. De verdachte kon er niets aan doen, dat hij niet op tijd is gestopt toen de andere auto de weg op kwam rijden. De rechtbank twijfelt niet aan het onderzoek van de politie. Het was de verdachte die (veel) te hard reed. De bestuurster van de andere auto hoefde daar geen rekening mee te houden.

Welke straf is op zijn plaats?

Geen enkele straf kan recht doen aan het verlies van het slachtoffer en aan het verdriet van de nabestaanden, haar familie en vrienden. Op de zitting hebben de moeder en zus van de overleden jonge vrouw verteld wat het tragisch ongeval voor hen betekent. Verdachte heeft oprecht spijt van het ongeval. Ook hij gaat er onder gebukt dat een jonge vrouw ten gevolge van het ongeval is overleden. Hij zal met die schuld moeten leven en heeft professionele hulp gezocht om daar mee om te leren gaan.

Vanwege het tijdsverloop – de zaak is pas twee jaar na het ongeluk op zitting gekomen – en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte vindt de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet (meer) op zijn plaats. De verdachte is veel voor zijn werk op de weg. Hij heeft één enkele snelheidsovertreding op een verder blanco strafblad. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou voor het bedrijf waarvan hij directeur is, de nodige gevolgen hebben. Aan de verdachte wordt daarom de maximale taakstraf opgelegd van 240 uur.
Om de ernst van het strafbare feit tot uitdrukking te brengen, legt de rechtbank wel nog een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden op, met een proeftijd van 2 jaar. Dat is een hogere straf dan door de officier van justitie is geëist. Een voorwaardelijke gevangenisstraf was niet geëist.

Een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid vindt de rechtbank nu niet meer passend. Dit met name omdat de verdachte al weer geruime tijd over zijn rijbewijs beschikt. Hij heeft zich niet opnieuw aan verkeersovertredingen schuldig gemaakt. Hij heeft het rijbewijs ook voor zijn werk nodig. Wel wordt een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 1 jaar opgelegd om de verdachte er van te doordringen dat hij zich voortaan aan de snelheidslimieten moet houden. En ook om te voorkomen dat hij met alcohol op achter het stuur gaat zitten.

Uitspraken

Meest gelezen berichten