Norm Wmo gemeente Utrecht doorstaat toets

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Midden-Nederland > Nieuws > Norm Wmo gemeente Utrecht doorstaat toets
Utrecht, 09 maart 2015

De rechtbank Midden-Nederland heeft vandaag tussenuitspraak gedaan in twee bestuursrechtelijke zaken waarbij de eisers het niet eens zijn met de hoogte van het persoonsgebonden budget dat hun is toegekend in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). De rechtbank oordeelde dat de norm voor de collectieve voorziening die de gemeente Utrecht hanteert voor huishoudelijke hulp in redelijkheid is vastgesteld. De gemeente moet wel nader onderzoek doen naar het inzetten van maatwerkmodules in deze twee afzonderlijke gevallen.

Wet maatschappelijke ondersteuning

Onder de Wmo 2015 hebben gemeenten de opdracht zorg te dragen voor de maatschappelijke ondersteuning. Hierbij geldt dat mensen in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor hun leven en dus ook voor hun zelfredzaamheid en participatie. Indien dit niet lukt, kan de gemeente ondersteuning bieden. Bijvoorbeeld op het gebied van huishoudelijke hulp. De gemeente Utrecht doet dit met een collectieve voorziening, eventueel aangevuld met maatwerkmodules.

Huishoudelijke hulp

De eisers ontvangen al jaren hulp bij het huishouden in de vorm van een persoonsgebonden budget. Door de invoering van de nieuwe Wmo per 1 januari 2015 heeft de gemeente Utrecht de huishoudelijke hulp voor de eisers aanzienlijk teruggebracht. De hulp bij het huishouden voor een hoogbejaard echtpaar ging van 5,5 uur per week naar 78 uur op jaarbasis (gemiddeld 1,5 uur per week). In de andere zaak ging de hulp bij het huishouden van 3 uur per week naar 78 uur op jaarbasis. De eisers stelden beroep in tegen de beslissingen van de gemeente.

Besluit gemeente rechtsgeldig

De eisers voerden aan dat de gemeente zijn besluit van oktober 2014 had gebaseerd op de Wmo 2015 die toen nog niet gold. De rechtbank oordeelde dat de gemeente inderdaad het primaire besluit destijds baseerde op de Wmo 2015, maar dat daarvoor op dat moment geen wettelijke grondslag bestond. Toen de gemeente in januari 2015 besliste op het bezwaar van eisers, was de Wmo 2015 inmiddels in werking getreden. Daarom kon het besluit toen wel op de Wmo 2015 worden gebaseerd. 

Norm

De gemeente Utrecht heeft de collectieve voorziening voor huishoudelijke hulp vastgesteld op maximaal 78 uur per jaar. De eisers zien niet in hoe zij met 78 uur per jaar (gemiddeld 1,5 uur per week) hun huis schoon kunnen houden. De gemeente heeft uitgelegd dat deze norm tot stand is gekomen in overleg met veertien (kleine, middelgrote en grote) zorginstanties, waarna de cliëntenraad zich erover heeft mogen uitspreken. Er zijn bovendien vijftien zorginstanties die inmiddels contracten hebben gesloten met de gemeente om met die norm van 78 uur per jaar huishoudelijke hulp te verlenen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid dit beleid heeft kunnen vaststellen. De norm hoeft dus niet te worden aangepast. 

Nader onderzoek

De vraag die partijen daarnaast verdeeld houdt, is of de gemeente voldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar het inzetten van maatwerkmodules. De rechtbank is van oordeel dat de gemeente niet naar alle beperkingen van eisers voldoende onderzoek heeft gedaan. De gemeente moet dit onderzoek alsnog uitvoeren en heeft hier vier weken de tijd voor.

Uitspraken

Meest gelezen berichten