Bestuursrechter kan saneringssteun aan Vestia niet beoordelen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Bestuursrechter kan saneringssteun aan Vestia niet beoordelen
Alkmaar, 17 juni 2015

De vraag of de saneringssteun voor Vestia moet worden beschouwd als ongeoorloofde staatssteun, kan de bestuursrechter niet beantwoorden, zo blijkt uit de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 17 juni 2015.

Zes woningcorporaties hebben beroep ingesteld tegen de heffing van een bijdrage voor het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV). Het CFV heeft in oktober 2013 van alle woningcorporaties in Nederland een bijdrage geheven omdat zijn financiële middelen waren uitgeput na het verlenen van saneringssteun aan met name Vestia.

Standpunt woningcorporaties

De zes woningcorporaties voeren in beroep aan dat de financiële problemen van Vestia zijn voortgekomen uit de handel in derivaten. Zij vinden dat een activiteit die een woningcorporatie niet mag ontplooien. Het verstrekken van saneringssteun aan Vestia komt daarom neer op het subsidiëren van niet toegelaten activiteiten en dat is volgens het Europees recht verboden staatssteun. En omdat het verstrekken van saneringssteun niet mag, kan ook het heffingsbesluit volgens de zes niet in stand blijven.

Geen dwingend bestemmingsverband

De rechtbank stelt echter vast dat de zes woningcorporaties niet zijn opgekomen tegen het saneringsbesluit zelf, waarbij is beslist tot steunverlening aan Vestia. Het saneringsbesluit staat dus al vast en de juistheid daarvan kan niet meer beoordeeld worden door de rechtbank. Alleen als er een zogenoemd dwingend bestemmingsverband is tussen de heffing van de bijdrage en de saneringssteun kan dat alsnog. Dat dwingend bestemmingsverband is er volgens de rechtbank in dit geval niet. De opbrengst van de heffing is niet direct en uitsluitend gebruikt voor de steun aan Vestia. Deze is ook gebruikt voor steun aan andere woningcorporaties en om de financiële reserves van het CFV aan te vullen. De heffing is ook niet bepalend geweest voor de omvang van de saneringssteun aan Vestia. 

​Ongegrond

De rechtbank beoordeelt het beroep tegen de heffing daarom zonder daarbij te betrekken dat deze onder meer is gebruikt voor het verlenen van saneringssteun aan Vestia. De rechtbank concludeert dat de heffing niet in strijd is met de Nederlandse wet- en regelgeving op het gebied van volkshuisvesting en verklaart het beroep van de zes woningcorporaties ongegrond.

Uitspraken

Meest gelezen berichten