Celstraf voor woninginbraak met geweld tegen 90-jarige bewoonster

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Celstraf voor woninginbraak met geweld tegen 90-jarige bewoonster
Alkmaar, 02 juli 2014

De rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar heeft op 2 juli 2014 twee jongens van 17 en 18 jaar veroordeeld tot straffen van respectievelijk 20 maanden jeugddetentie waarvan 6 voorwaardelijk en 4 jaar gevangenisstraf. Dit voor de diefstal met geweld die plaatsvond op 22 februari 2014 in Venhuizen.

Geweld

Het 90-jarige slachtoffer lag te slapen toen ze plotseling twee jongens in haar kamer zag. Het slachtoffer is vastgepakt, er is een doek over haar hoofd gelegd en zij is in het gezicht geslagen. De armband en ring die zij droeg zijn met kracht losgetrokken. In de woning werd een schoenspoor aangetroffen wat leidde naar de 17-jarige verdachte A. Kort daarna werd ook de 18-jarige W. aangehouden. De jongens hebben verklaard dat zij alleen spullen uit de woning wilden stelen maar dat dit plan uit de hand liep toen zij de bewoonster aantroffen. Beide jongens hebben de diefstal toegegeven maar wezen naar elkaar voor wat betreft het toepaste geweld. W. heeft wel toegegeven het slachtoffer tweemaal te hebben geslagen, maar lichtjes. De hardste klap was volgens hem door A. uitgedeeld.

Ernstig feit

De rechtbank heeft aan de 18-jarige W. een gevangenisstraf opgelegd van 4 jaar. De rechtbank houdt hem verantwoordelijk voor het plan en ziet hem als degene die het geweld heeft gebruikt. Om die reden en omdat hij onder het volwassenstrafrecht valt, is zijn straf fors hoger dan die van de medeverdachte.  Aan de 17-jarige A., die nog onder het jeugdrecht valt, heeft de rechtbank een gevangenisstraf opgelegd van 20 maanden jeugddetentie waarvan 6 maanden voorwaardelijk waaraan reclasseringscontact en een verplichte behandeling is gekoppeld. Deze straf is hoger dan geëist door de officier van justitie omdat de rechtbank het feit zeer ernstig vindt.  A. wordt – ondanks dat hij geen geweld heeft gebruikt - door de rechtbank als medepleger gezien omdat hij zich op geen enkel moment heeft verwijderd van de gebeurtenissen terwijl er genoeg momenten waren waarop hij die keuze had kunnen maken. Voordat zij de slaapkamer van het slachtoffer binnen gingen hebben de jongens overleg gehad en heeft W. gezegd dat hij een doek over haar hoofd ging doen en haar zou vasthouden terwijl A. de woning moest doorzoeken. A. heeft niets gedaan om W. tegen te houden of het geweld te voorkomen. Ook zijn de beide jongens die avond nog een keer terug gegaan naar deze woning omdat W. zijn telefoon had laten liggen. De rechtbank ziet A. ook als medepleger omdat hij de dag na de gewelddadige beroving samen met W. de gouden armband heeft verkocht aan een juwelier in Hoorn waarna ze de opbrengst hebben gedeeld.

Vrijspraak

Het slachtoffer had in haar aangifte ook verklaard dat zij door één van de jongens onzedelijk was betast. Zij kon niet goed omschrijven door wie van de twee. De beide jongens hebben deze handelingen ontkend. De rechtbank heeft in haar vonnis overwogen geen enkele reden te hebben om te twijfelen aan de lezing van het slachtoffer. Toch komt de rechtbank tot vrijspraak omdat er – naast de aangifte – geen enkel bewijs is wat de aangifte ondersteunt zodat het bewijsminimum niet wordt gehaald.
Het 90-jarige slachtoffer kampt tot op de dag van vandaag met de lichamelijke en geestelijke gevolgen van de gewelddadige overval. Aan haar is door de rechtbank een schadevergoeding toegekend van ruim 9.000,- euro die door de jongens aan haar moet worden betaald. 

Uitspraken

Meest gelezen berichten