Gevangenisstraffen voor doodslag en openlijk geweld in nieuwjaarsnacht 2016

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Gevangenisstraffen voor doodslag en openlijk geweld in nieuwjaarsnacht 2016
Haarlem, 03 februari 2017

De rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, heeft op 3 februari 2017 gevangenisstraffen opgelegd van 10, 4 en 1 jaar (deels voorwaardelijk) voor doodslag en/of openlijk geweld in de nieuwjaarsnacht 2016 in Haarlem.

Toedracht

Op grond van getuigenverklaringen en forensisch bevindingen gaat de rechtbank uit van de volgende toedracht. In de nacht van 31 december 2015 op 1 januari 2016 hebben L. Van Z. en O. op de Zomerkade in Haarlem een noodlottige confrontatie met drie mannen gehad. In de aanloop daarnaar toe kregen O. en Van Z. onder invloed van alcohol en cocaïne ruzie met een van de latere slachtoffers. Die is verzocht ter plaatse te komen. Er is een steeds grimmiger sfeer ontstaan waarbij O. en Van Z. zodanig oververhit raakten dat beiden bedreigingen uitten en Van Z. met messen ging rond lopen. L. was daarbij aanwezig. Uiteindelijk zijn zij gedrieën naar buiten gegaan. Van Z. en L. hadden in ieder geval messen bij zich. Bij de daadwerkelijke confrontatie is één slachtoffer ten gevolge van een messteek overleden, de andere twee zijn met messen in onder meer het hoofd, de buikstreek en de borststreek gestoken. O. heeft, aldus de rechtbank, vooral in de aanloop naar de confrontatie een sturende rol gespeeld en heeft tijdens het gevecht ook klappen uitgedeeld. De rechtbank vindt dan ook bewezen dat O., L. en Van Z. opzet op het plegen van het geweld in die nacht hebben gehad en daarbij ook gezamenlijk hebben opgetrokken. De verklaringen van de slachtoffers en andere getuigen worden door de rechtbank betrouwbaar geacht. Van geweldpleging tegen een vierde slachtoffer worden O., Van Z. en L. vrijgesproken.

Verdachte L

De rechtbank veroordeelt de 25-jarige L. tot 10 jaar gevangenisstraf. De straf is gelijk aan de eis van de officier van justitie. De rechtbank acht bewezen dat hij het 22-jarige slachtoffer een fatale messteek heeft toegebracht. De rechtbank vindt de verklaring van L. - die consequent heeft ontkend dat hij een mes heeft gehad en heeft volgehouden dat hij niet op de plaats delict is geweest, zich niet in het gevecht heeft gemengd en vrijwel direct rechtsomkeert is gegaan - strijdig met alle andere verklaringen over zijn handelingen en aanwezigheid op de plek van de confrontatie en bovendien in strijd met de forensische bevindingen. Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan enerzijds poging doodslag op de andere twee door deze met messen in vitale delen van het lichaam te steken en anderzijds openlijke geweldpleging tegen hen door hen met messen te steken en te slaan. L. is eerder voor geweldsdelicten veroordeeld.

Verdachte Van Z.

De rechtbank veroordeelt de 21-jarige Van Z. tot 4 jaar gevangenisstraf. Zij heeft zich op dezelfde wijze als L. schuldig gemaakt aan de poging doodslag op de twee mannen en aan openlijke geweldpleging tegen alle drie. De rechtbank legt Van Z. een lagere straf op dan door de officier van justitie was geëist, mede in verband met haar jeugdige leeftijd. Bovendien is zij niet eerder veroordeeld voor geweldsdelicten.

Verdachte O

De 22-jarige O. wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, omdat ook zij actief meegedaan heeft aan het openlijk geweld tegen de drie mannen. Dit is hoger dan de officier van justitie had geëist. Weliswaar acht de rechtbank O. op basis van de rapportages van de psychiater en de psycholoog verminderd toerekeningsvatbaar, maar de rechtbank neemt het haar zeer kwalijk dat zij een aanzienlijk aandeel in de aanleiding van het gevecht en in de aanloop er naar toe had. De rechtbank wil dat zij begeleid wordt door de reclassering en behandeld wordt door De Waag voor haar latente persoonlijkheidsproblematiek.

Strafmaat

De rechtbank heeft L. zwaar aangerekend dat hij de nabestaanden van het slachtoffer onherstelbaar groot leed heeft aangedaan dat tot op de dag van vandaag voortduurt en, wellicht nog zeer lange tijd, zo niet voor altijd, zal blijven voortduren. De rechtbank acht een langdurige gevangenisstraf, mede ter afschrikking, passend  De rechtbank vind ook de openlijke geweldpleging bijzonder ernstig nu bewust messen zijn meegenomen naar een afgesproken confrontatie en deze messen ook direct zijn gebruikt, hetgeen heeft geleid tot de dood van één persoon en verwonding van twee personen.

Schadevergoeding

Alle drie zijn veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van ruim 6.000 euro aan de moeder van het slachtoffer voor de kosten van de uitvaart. Ook moeten zij schadevergoeding betalen aan de andere twee slachtoffers, namelijk bijna 4.500 euro en ruim 2.000 euro. De rechtbank heeft de overige vorderingen van de nabestaanden niet-ontvankelijk verklaard, omdat de huidige wet geen basis biedt voor de vergoeding van affectieschade (verdriet en pijn), die bij de nabestaanden is veroorzaakt door het overlijden van het slachtoffer. Ook de vorderingen tegen de Staat voor gemaakte reis- en verblijfkosten zijn niet-ontvankelijk verklaard.
Voor meer informatie: Rechtbank Noord-Holland, afdeling communicatie, telefoon 06 18308186.


 

Uitspraken

Meest gelezen berichten