Miljoenenvordering Buba Entertainment B.V. tegen Schiphol Nederland B.V. afgewezen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Miljoenenvordering Buba Entertainment B.V. tegen Schiphol Nederland B.V. afgewezen
Haarlem, 14 februari 2018

De rechtbank Noord-Holland heeft de vordering van Buba Entertainment van ongeveer 1 miljoen euro tegen Schiphol Nederland afgewezen. De ‘tegenvordering’ van Schiphol tot ontbinding van de vaststellingsovereenkomst van eind 2013 is toegewezen.

Voorgeschiedenis

In 2009 heeft Buba, een exploitant van spelautomaten, een exploitatieovereenkomst met Aviodrome gesloten en simulators op het terrein van Aviodrome geplaatst. Aviodrome is in november 2011 failliet verklaard. Volgens Buba zou Schiphol mede verantwoordelijk zijn voor dat faillissement. Buba stelde schade te hebben geleden. In november 2013 is na mediation een vaststellingsovereenkomst tussen Buba en Schiphol gesloten. Onderdeel daarvan was een ‘preferred suppliership’ voor Buba op de locatie Schiphol. De commerciële voorwaarden moesten nog nader worden uitgewerkt. Over het bestaan en de inhoud van de vaststellingsovereenkomst zijn Buba en Schiphol geheimhouding overeengekomen. Eind 2016 bleken partijen er niet in te zijn geslaagd overeenstemming te bereiken over het plaatsen van meerdere machines op meerdere locaties op Schiphol. In juni 2017 is er in de Telegraaf een artikel verschenen met als kop ‘Gedupeerd door Schiphol’, waarin de directeur van Buba vertelt over zijn afspraken met Schiphol en zijn claim van 1.2 miljoen euro schadevergoeding, omdat Schiphol de afspraken niet zou nakomen.

De procedure

Buba stelt in de huidige procedure dat er sprake is van wederzijdse dwaling omdat beiden er ten onrechte van uitgegaan zijn dat er voor Buba op Schiphol een substantiële future business mogelijk zou zijn. Nu Buba deze business niet gekregen heeft, wil zij de overeenkomst laten wijzigen en eist zij bijna 900.00 euro van Schiphol dan wel ontbinding van de vaststellingsovereenkomst met een vergoeding van 1.2 miljoen euro.

De rechtbank oordeelt dat niet duidelijk is geworden waarover precies gedwaald zou zijn. Indertijd is onderhandeld over de verplichtingen van Schiphol in dit verband. Uiteindelijk is er een tekst tot stand gekomen waarmee ook Buba akkoord was, en is de vaststellingsovereenkomst ondertekend. Dat partijen in de afgelopen jaren geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over (aanvullende) plekken voor het plaatsen van extra apparaten maakt dat niet anders. Schiphol heeft voldoende aannemelijk gemaakt een aantal voorstellen aan Buba te hebben gepresenteerd, die door Buba niet werden geaccepteerd. Overigens hebben ook derden, onder wie de architect, invloed op de plaatsingsmogelijkheden die Buba kunnen worden aangeboden. Ook het argument van Buba dat het niet redelijk zou zijn haar aan het ontbindingsverbod te houden nu er geen future business beschikbaar is, wordt door de rechtbank verworpen, op grond van dezelfde argumenten als ten aanzien van de vermeende dwaling. Bovendien heeft Buba expliciet afstand gedaan van het recht om schadevergoedingsvorderingen in te stellen tegen Schiphol. De rechtbank wijst dus de vorderingen van Buba af.

Geheimhoudingsplicht geschonden

Wel stelt de rechtbank vast dat Buba, vanwege de publicatie in de Telegraaf van juni 2017, de overeengekomen geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Daarom kan de door Schiphol gevraagde ontbinding van de vaststellingsovereenkomst worden toegewezen. Reeds gedane betalingen moeten weer terugbetaald worden. Schiphol beperkt die vordering tot een bedrag van 200.000,- euro. Buba wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten veroordeeld.

Uitspraken

Meest gelezen berichten