Ontneming van € 3,5 miljoen in drugshandelzaak

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Ontneming van € 3,5 miljoen in drugshandelzaak
Haarlem, 04 maart 2016

De rechtbank Noord-Holland heeft op 4 maart 2016 bepaald dat De K., die indertijd hoofdverdachte was in het onderzoek Vista, aan de Staat ongeveer € 3,5 miljoen moet betalen in verband met het voordeel dat hij van januari 2004 tot en met medio 2010 uit criminele activiteiten heeft behaald.

De rechtbank borduurt in haar beslissing voort op de bewezenverklaring in de strafzaak tegen De K. (vonnis van de rechtbank Haarlem van 2 augustus 2012, bevestigd bij arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2015: medeplegen van voorbereidingshandelingen van de aankoop van cocaïne in Polen in 2009, de uitvoer van XTC-pillen naar Litouwen in 2004 en diverse leveringen van cocaïnebollen in januari 2010 alsmede medeplichtigheid aan de uitvoer van amfetamine naar Duitsland in 2010 en het kweken van hennep). 
Tevens sluit de rechtbank in haar beslissing aan bij de berekening in de ontneming rapportage, waarbij alleen de contante geldstromen inzichtelijk zijn gemaakt.

Voordeel uit criminele activiteiten

Aan de hand van de bankopnames van de diverse bankrekeningen, het aangetroffen geld tijdens de doorzoeking in de woning van De K. en aangetroffen documenten heeft de rechtbank vastgesteld welk bedrag De K. aan legale inkomsten heeft gehad, van hoeveel contant geld er sprake is geweest en wat er contant is uitgegeven. Dit alles leidt tot de conclusie dat De K. van 2004 tot en met medio 2010 voor ongeveer 3,5 miljoen euro aan voordeel uit criminele activiteiten heeft gehad. Dit bedrag komt overeen met het bedrag dat het openbaar ministerie heeft gevorderd.

Verweren door de rechtbank verworpen

Volgens de verdediging is er helemaal geen sprake van wederrechtelijk verkregen voordeel voor De K. geweest. Want bij de berekening van het voordeel is uitgegaan van een onjuist beginsaldo, zijn er meer legale inkomsten ontvangen en minder contante uitgaven gedaan.

Al deze verweren zijn door de rechtbank verworpen. Enerzijds heeft de verdediging, zo oordeelt de rechtbank, deze stellingen onvoldoende onderbouwd met feiten. Anderzijds acht de rechtbank de afgelegde verklaringen niet geloofwaardig.

Geen matiging bedrag

De rechtbank matigt het bedrag dat De K. aan de Staat moet terugbetalen, niet. Het is niet aannemelijk geworden dat De K. nu en in de toekomst over onvoldoende financiële draagkracht zal beschikken. Bovendien is er ook geen sprake van een overschrijding van de redelijke termijn, zoals de verdediging heeft aangevoerd. Het is juist, zo stelt de rechtbank, dat er zeer veel tijd is verstreken. Maar die vertraging ligt grotendeels in de risicosfeer van de verdediging. De K. is door het verstrijken van deze tijd ook niet in zijn belangen geschaad. De rechtbank houdt ook geen rekening met het bedrag van ruim € 179.000,- dat door het hof verbeurd is verklaard, omdat die beslissing nog niet onherroepelijk is geworden.

Uitspraken

Meest gelezen berichten