Op de rol: ‘Een verdachte bepaalt niet zijn eigen straf’

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Op de rol: ‘Een verdachte bepaalt niet zijn eigen straf’
Alkmaar, 12 september 2018

‘Zij is de enige bij wie ik dit doe. Ze jaagt mij altijd op de kast’, zegt Jeroen (34) tegen politierechter Roché. Daar weet zijn ex alles van. Vorig jaar maart liet Jeroen haar weten dat zij hem beter niet kon tegenkomen, want anders zou hij haar in haar ‘kankerrug trappen’. Dat ze uit zijn buurt moest blijven, had hij haar een dag eerder trouwens ook al gemaild en verteld. ‘Want als ik drank en drugs heb gebruikt, dan ram ik je helemaal kapot’. Zijn ex deed aangifte en Jeroen kreeg een contactverbod, maar dit voorjaar was het weer raak. ‘Ik ga je vermoorden’, riep hij toen hij zijn dochtertje kwam ophalen bij zijn moeder en daarbij zijn ex attaqueerde.

Ja, hij heeft zijn ex bedreigd, en ja hij heeft haar ook een duw gegeven, ‘maar ze wist dat ik niets bedoel met die bedreigingen en die duw stelde ook niets voor. Ze heeft tegen de politie gezegd dat ik haar bij haar keel heb gegrepen, maar dat is niet zo. Ze had helemaal niks. Een paar dagen later zaten we alweer bij een kinderverjaardag’. Eigenlijk vindt Jeroen het ‘heel knap’ van zichzelf dat er ‘nog niks ergs’ is gebeurd. ‘Want ze vraagt erom en uiteindelijk houdt het wel op’. Zijn ex zit vanochtend trouwens ook in zaal 1 van het gerechtsgebouw in Alkmaar. Ze heeft een advocaat in de arm genomen om toe te lichten waarom een schadevergoeding van 1.500 euro op zijn plaats is. Jeroen heeft geen advocaat.

Muur

Alles draait bij de aanhoudende bedreigingen en scheldpartijen om hun 4-jarige dochtertje, houdt Jeroen politierechter Roché voor. ‘Ik wil onze dochter zien, maar mijn ex zorgt ervoor dat dat niet lukt. Vorig jaar wilde ik haar van school halen, maar mijn ex had besloten dat dat niet mocht. Ik was zo boos, ja, dan stuur ik zulke berichten. Ik had wel 100 van dit soort berichten kunnen sturen. We hebben talloze rechtszaken gehad en het kind is de dupe.’ Daar is de rechter het roerend mee eens. ‘En door zo tekeer te gaan, maakt u het niet beter voor haar. U bereikt er helemaal niets mee. Het wordt alleen maar erger. Is er geen andere manier om uw frustratie te uiten?’ ‘Vertel maar hoe’, reageert Jeroen. ‘Ik sta met mijn rug tegen de muur.’ Frustratie, woede – de context is de politierechter duidelijk, maar waar het vanochtend om gaat is: heeft Jeroen zijn ex bedreigd en mishandeld? Bedreiging geeft Jeroen toe, mishandeling niet. De politierechter pakt het dossier erbij. Politieagenten die zijn ex meteen na het incident hebben gesproken, zagen een rode plek in haar hals. ‘Uw ex heeft bij de politie verklaard dat uw moeder riep: “Jeroen, niet doen”. “Ze ging tussen ons in staan”, verklaart uw ex ook’. ‘Dat is niet zo. Er komt nooit iemand tussen mij in’, antwoordt Jeroen.

Boete

Jeroen komt telkens terug op de achtergrond van zijn woede. ‘Als de oorzaak niet wordt aangepakt, dan zit ik hier nog 8 keer. Ik verander niet en doe het op mijn manier, welke straf ik ook krijg. En ik vertel u nu al: een werkstraf ga ik niet doen, want dat slaat nergens op, en een boete betaal ik ook niet, want ik heb geen geld.’ Jeroen heeft zijn piketpaaltjes geslagen. Dat heeft de reclassering ook. Jeroen heeft wel met ze gesproken maar hun rapport niet gelezen. ‘Zonde van mijn tijd’. De reclassering adviseert aan een straf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat Jeroen zich meldt bij de reclassering en dat hij meewerkt aan een behandeling bij de GGZ. ‘Er zit veel agressie in u. Zou u daar wat voor voelen?’, vraagt de rechter. ‘Dat hangt af van de behandelaar. Ik kan het altijd proberen, maar ik heb er geen vertrouwen in’, antwoordt Jeroen. De rechter: ‘Als ik dit opleg, dan móet u meewerken.’ Jeroen: ‘En als ik dat niet doe, ga ik dan de gevangenis in?’ De rechter: ‘Dat risico loopt u’. Jeroen: ‘Dat is echt beter voor mij. Heerlijk rustig’.

Menu

Dat is een streep door de rekening voor de officier van justitie, die helemaal geen celstraf wilde vragen. ‘De verdachte zegt een werkstraf niet te zullen uitvoeren. Anderzijds kan de verdachte niet kiezen uit een menu. Maar ik heb ook geen zin in een spektakel omdat mijnheer zijn taakstraf niet wil uitvoeren. Daarom eis ik helaas een gevangenisstraf van 5 weken, waarvan 3 weken voorwaardelijk met een meldplicht en een behandelverplichting als bijzondere voorwaarde.’ Een schadevergoeding van 1.500 euro voor het psychische leed vindt officier Schermer erg veel. ‘Want waar 2 vechten, hebben 2 schuld’. Zij vindt 500 euro op zijn plaats. Jeroen vindt van niet. ‘Jullie kunnen opkankeren’, roept hij witheet, smijt een stoel weg en beent de rechtszaal uit. ‘Mijnheer’, roept politierechter Roché nog, maar Jeroen is al weg. De rechter: ‘Ik denk dat de parketpolitie er even bij moet komen en dat de bode gebeld moet worden, want ik weet niet wat hij gaat doen. Laten we proberen om hem weer naar binnen te krijgen. Als hij het gebouw heeft verlaten, dan houdt het op.’

Moeite

De griffier gaat de gang op, maar Jeroen is al vertrokken. Dan houdt het op. Politierechter Roché vindt de bedreigingen en de mishandeling bewezen. De rechter: ‘Mijnheer heeft gezegd dat hij niet wil werken en dat hij kiest voor een gevangenisstraf. Normaal gesproken zou ik voor zo’n feit een gevangenisstraf opleggen als er sprake is van herhaling. Ik begrijp dat de officier een gevangenisstraf vraagt, maar dat vind ik niet passend. Het is een stap te ver. Daar komt bij dat een verdachte niet zijn eigen straf bepaalt. Ik leg mijnheer daarom tóch een werkstraf op van 80 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Hij moet maar zien of hij die werkstraf uitvoert. En ik leg hem als bijzondere voorwaarde een meldplicht en een verplichte behandeling op.’

Geld

Als Jeroen het onvoorwaardelijke deel van de werkstraf aan zijn laars lapt, dan kan hij 20 dagen zitten. Negeert hij ook de bijzondere voorwaarde en weigert hij vervolgens het onvoorwaardelijke deel van de werkstraf uit te voeren, dan komen daar mogelijk 20 dagen bij. Vond de officier een schadevergoeding van 500 euro op zijn plaats, de rechter vindt het volle pond eerder op zijn plaats. Er is volgens haar voldoende verband tussen de bedreiging en de mishandeling en de psychische klachten van Jeroens ex. ‘U krijgt dat geld via de Nederlandse staat. Als mijnheer niet betaalt, dan gaat hij 25 dagen de gevangenis in’.

Uitspraken

Meest gelezen berichten