Staatssecretaris van VenJ moet asielaanvragen van getuigen Internationaal Strafhof opnieuw beoordelen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Staatssecretaris van VenJ moet asielaanvragen van getuigen Internationaal Strafhof opnieuw beoordelen
Haarlem, 19 april 2013

De zaak

In januari 2012 hebben twee getuigen in een zaak voor het Internationaal Strafhof te Den Haag (ICC) in Nederland asiel aangevraagd. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft deze aanvragen afgewezen. De staatssecretaris vindt dat deze personen niet te vrezen hebben voor vervolging in de zin van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag) en dus geen vluchteling zijn. Het ICC zoekt namelijk een veilig ander land voor deze personen, waar ze zich kunnen opnieuw kunnen vestigen, zodat ze niet terug hoeven naar hun land van herkomst.

Het begrip ‘vluchteling’ in het Vluchtelingenverdrag

Volgens het Vluchtelingenverdrag is iemand ‘vluchteling’ als hij uit gegronde vrees voor vervolging vanwege ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, uit het eigen land is gevlucht en hij tegen die vrees in het eigen land geen bescherming kan vragen. Een ‘vluchteling’ kan in Nederland in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel.

De uitspraak

De meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag, nevenzittingsplaats Haarlem heeft in twee uitspraken van 8 maart 2013 geoordeeld dat het voor de vraag of gegronde vrees bestaat voor vervolging (en iemand dus ´vluchteling´ is) niet relevant is of er een ander veilig land is waardoor iemand niet terug hoeft naar het land van herkomst. Uit het Vluchtelingenverdrag blijkt namelijk niet dat iemand alleen ‘vluchteling’ kan zijn, als er geen ander veilig land voor hem is of gevonden kan worden. Dat blijkt ook niet uit andere wetten, beleid of rechterlijke uitspraken. De rechtbank vindt daarom dat de staatssecretaris ten onrechte gezegd heeft dat deze getuigen geen ‘vluchteling’ zijn omdat het ICC een ander veilig land voor ze zoekt, waardoor ze niet terug hoeven naar hun land van herkomst. De rechtbank vindt dat de staatssecretaris opnieuw moet bekijken of deze getuigen ‘vluchtelingen’ zijn en of ze een verblijfsvergunning asiel moeten krijgen.

Veilig derde land

De vraag of er een ander veilig land is voor iemand die asiel heeft aangevraagd kan dus geen rol spelen bij de beoordeling of die persoon onder het begrip ‘vluchteling’ valt, maar daarmee is niet gezegd dat deze vraag niet van belang is bij de beoordeling van een asielaanvraag. Op grond van de wet kan een asielaanvraag namelijk worden afgewezen als de aanvrager via een ander veilig land naar Nederland is gevlucht. De asielaanvraag wordt dan afgewezen omdat die persoon in dat andere veilige land, waar hij ook geweest is, om asiel kan vragen. Er wordt dan door Nederland helemaal niet toegekomen aan de beoordeling of die persoon te vrezen heeft voor vervolging in zijn land van herkomst. In deze zaak van de twee getuigen voor het ICC te Den Haag speelde het bestaan van een ander veilig land echter geen rol, omdat de staatssecretaris de asielaanvragen niet op deze grond had afgewezen.

 

Uitspraken

Meest gelezen berichten