Taakstraf en voorwaardelijke rijontzegging voor dodelijk ongeluk Wijkertunnel

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Taakstraf en voorwaardelijke rijontzegging voor dodelijk ongeluk Wijkertunnel
Haarlem, 11 juli 2017

De rechtbank Noord-Holland heeft een automobilist veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur en een voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden voor een verkeersongeval met dodelijke afloop in Beverwijk. Verdachte botste op 15 september 2015 vlak voor de ingang van de Wijkertunnel met hoge snelheid op de stilstaande auto van het slachtoffer. Door die aanrijding vloog de auto van het slachtoffer in brand en is het slachtoffer overleden. De straf is lager dan de eis van de officier van justitie.

Schuld aan ongeval

Volgens de verdachte ontstond het ongeluk door slecht functionerende matrixborden en niet door gevaarlijk rijgedrag. De rechtbank acht echter op basis van getuigenverklaringen bewezen dat de matrixborden en het verkeerslicht functioneerden. Dat wordt bekrachtigd door de omstandigheid dat het slachtoffer zijn auto juist tot stilstand bracht. Nu verdachte zowel de matrixborden met de waarschuwing en snelheidsbeperking (van 70 respectievelijk 50 km per uur), als het knipperende verkeerslicht, en de stilstaande auto van het slachtoffer niet heeft gezien en hij met onverminderde snelheid van 112 km per uur op het slachtoffer is gebotst, is de rechtbank van oordeel dat hij aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend verkeersgedrag heeft vertoond.

Straf

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank, naast het blanco strafblad van verdachte, meegewogen dat verdachte zeer begaan is met de nabestaanden van het slachtoffer en hij oprecht berouw heeft getoond. Ook heeft hij direct na het ongeval nog samen met anderen gepoogd het slachtoffer uit zijn auto te redden. Dat is niet gelukt, waardoor hij getuige is geweest van het levenloze lichaam van het slachtoffer en het verbranden daarvan. De rechtbank weegt mee dat die ervaring in het geheugen van verdachte gegrift staat, en hij sinds het ongeval onder behandeling staat van een psychiater. De straf is dan ook slechts in beperkte mate gericht op specifieke preventie van verdachte om hem te weerhouden meer van dit soort feiten te plegen. Wat resteert aan straf is vooral ingegeven door het algemene maatschappelijke signaal dat dit soort verkeersgedrag niet onbestraft kan blijven.

Uitspraken

Meest gelezen berichten