Tussenvonnis Andijkse zaak: observatie verdachte in PBC noodzakelijk

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Tussenvonnis Andijkse zaak: observatie verdachte in PBC noodzakelijk
Alkmaar, 14 april 2015

De rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar heeft op 14 april 2015 een tussenvonnis gewezen in de zaak van de 39-jarige vrouw die verdacht wordt van poging tot moord/doodslag op haar echtgenoot. De vrouw zou op 3 oktober 2014 in Medemblik haar man diverse keren hebben gestoken met een mes en hem hebben geslagen met een honkbalknuppel of een ander hard voorwerp. De vrouw zegt zich niets te kunnen herinneren van de toedracht.

Beslissing rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het persoonlijkheidsonderzoek in deze zaak onvolledig is geweest. De vrouw wordt verdacht van een zeer ernstig en gruwelijk feit. Er heeft weliswaar (neuro-) psychologisch onderzoek plaatsgevonden bij verdachte maar dat heeft zich vooral gericht op het door haar gestelde geheugenverlies. Bij de rechtbank zijn ook andere vragen gerezen over de persoonlijkheid van verdachte zodat aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Naar het oordeel van de rechtbank moet dat plaatsvinden middels observatie van verdachte in het Pieter Baan Centrum (PBC). 

Verwijzing van de zaak naar de rechter-commissaris

De mogelijke plaatsing van verdachte in het PBC is op de zitting niet besproken, terwijl de wet wél voorschrijft dat verdachte hierover wordt gehoord. Om die reden verwijst de rechtbank de zaak naar de rechter-commissaris voor het horen van verdachte zodat dit op korte termijn kan plaatsvinden.

Uitspraken

Meest gelezen berichten