Zeven en drie jaar voor woninginbraken geen verband tussen geweld en dood slachtoffer

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Zeven en drie jaar voor woninginbraken geen verband tussen geweld en dood slachtoffer
Alkmaar, 27 mei 2015

De rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar heeft op 27 mei 2015 zeven jaar gevangenisstraf opgelegd aan de 25-jarige A. die verdacht werd van zeven woninginbraken en drie pogingen daartoe. Eén inbraak op 5 maart 2014 sprong daarbij in het oog omdat verdachte in de woning werd betrapt door de 88-jarige bewoonster. Verdachte raakte in paniek en sloeg haar meermalen tegen het hoofd, waardoor zij viel en ernstig hoofd- en hersenletsel opliep. De straf valt lager uit dan geëist door de officier van justitie, omdat de rechtbank tot een deels andere bewezenverklaring komt. De rechtbank ziet, net als de officier van justitie, geen causaal verband tussen de dood van het slachtoffer en het door A. gebruikte geweld, maar komt ook niet tot een poging tot doodslag. Ook wordt A. van één woninginbraak vrijgesproken en blijft één inbraak bij een poging.

Aan de 31-jarige medeverdachte S. is een gevangenisstraf opgelegd van drie jaar. S. was bij de meeste woninginbraken niet aanwezig. Hij leverde wel informatie en een breekijzer aan A., maar wordt niet verantwoordelijk gehouden voor het geweld tegen het slachtoffer. Daardoor valt zijn straf lager uit.

Geen verband tussen geweld en overlijden bewoonster

De rechtbank acht bewezen dat verdachte A. op 5 maart 2014 geweld heeft gebruikt tegen de bewoonster, waardoor zij verwondingen aan het hoofd en hersenletsel opliep. Vast staat dat zij als gevolg van dat geweld nooit meer de oude is geweest, niet meer zelfstandig kon wonen en zeven maanden na de woninginbraak is overleden. Naar het oordeel van de rechtbank kan echter niet zonder twijfel worden vastgesteld dat zij is overleden als gevolg van het door A. gebruikte geweld. Door een patholoog en twee deskundigen is onderzoek gedaan naar de doodsoorzaak, maar zij komen niet tot een eensluidend advies. De doodsoorzaak is volgens hen gelegen in afwijkingen aan het hart, waar zij reeds jaren aan leed. Of en in welke mate het door A. gebruikte geweld die klachten heeft verergerd is niet vast te stellen; het blijft mogelijk dat het slachtoffer is overleden aan de reeds bij haar bestaande hartklachten. Om die reden moet A. van doodslag worden vrijgesproken. A. wordt ook vrijgesproken van de poging tot doodslag. Maatstaf daarbij is of A. door het geweld dat hij gebruikte de kans aanvaardde dat het slachtoffer kon overlijden. De rechtbank komt niet tot een bewezenverklaring nu slaan tegen het hoofd niet zonder meer tot iemands dood hoeft te leiden. A. wordt wel veroordeeld voor diefstal met geweld.

Medeverdachte S.

De rechtbank volgt de verklaringen van A. over de rol van S. De rechtbank acht deze verklaringen betrouwbaar, omdat hij consistent heeft verklaard, vooral belastend over zichzelf en zijn verklaringen ondersteund worden door ander bewijs. A. heeft verklaard dat hij de woninginbraken heeft gepleegd in opdracht van S. ter vereffening van een schuld in het drugscircuit. S. is bij één woninginbraak aanwezig geweest en heeft bij de andere woninginbraken informatie verschaft, goederen in ontvangst genomen en het breekijzer verschaft. De rechtbank acht bewezen dat S. daarbij een leidende en organiserende rol heeft gespeeld.

De rechtbank veroordeelt S. voor zes woninginbraken en drie pogingen daartoe, alsmede voor schuldheling en verboden wapenbezit tot drie jaar gevangenisstraf.
 

Vordering tot schadevergoeding van de nabestaanden

Voor de rechtbank staat vast dat aan het 88-jarige slachtoffer en haar nabestaanden onbeschrijflijk leed is toegebracht. De rechtbank komt echter niet toe aan toekenning van schadevergoeding op juridische gronden; de ingediende vorderingen tot schadevergoeding zijn zo complex dat zij zich niet lenen voor behandeling in de strafzaak. Deze vorderingen kunnen desgewenst worden aangebracht bij de civiele rechter.

Uitspraken

Meest gelezen berichten