Zwemleraar veroordeeld voor ontucht met 15 kinderen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Zwemleraar veroordeeld voor ontucht met 15 kinderen
Haarlem, 25 maart 2015

De rechtbank Noord-Holland heeft op 25 maart 2015 de 29-jarige zwemleraar Jacob V. veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, en een proeftijd van 10 jaar omdat hij jonge kinderen tijdens de zwemles heeft betast.

Zwemles

V. was zwemleraar in Spaarnwoude en gaf les aan kinderen in de leeftijd van vier tot zeven jaar. Tijdens de zwemlessen was V. bij de kinderen in het zwembad en ging hij, wanneer zij aan het zwemmen waren, met zijn hand in (of over) hun zwembroek en betastte hij de schaamstreek van de kinderen.

Bewezenverklaring

Aan V. waren 26 gevallen van ontucht ten laste gelegd. Daarvan heeft de rechtbank 15 bewezenverklaard. In deze gevallen was op essentiële punten steeds sprake van overeenkomsten in uitvoering en werkwijze van verdachte, waarbij de kinderen onafhankelijk van elkaar over de handelingen van de zwemleraar hebben verteld. Deze verklaringen versterken elkaar over en weer en zijn daarmee redengevend voor het bewijs in elkaars zaken.
In 11 gevallen was de rechtbank van oordeel dat niet uit te sluiten was dat de verklaring van het betreffende kind was beïnvloed door de manier waarop deze was bevraagd of omdat het kind voor het afleggen van zijn verklaring informatie over de gedragingen van de zwemleraar bij andere kinderen had gekregen. Dit stond aan een bewezenverklaring in de weg.

Straf

Alhoewel V. van meer feiten is vrijgesproken dan de officier van justitie in haar eis had betrokken heeft de rechtbank bepaald dat niet kon worden volstaan met een lagere straf dan was gevorderd, gelet op de aard, de ernst en de veelheid van feiten. Daarbij was ook van belang dat V. niet heeft willen meewerken aan onderzoek naar zijn persoon en er daardoor geen aanknopingspunt was om V. ter bescherming van de maatschappij een vorm van behandeling of toezicht op te leggen. V. heeft met zijn handelen het vertrouwen dat de slachtoffers en de ouders in hem stelden als zwemleraar op zeer ernstige wijze beschaamd. Vertrouwen dat hij eerst had gewonnen door zichzelf en de zwemschool aan te prijzen als een plek waar - ook kwetsbare - kinderen terecht konden voor hun zwemles. De verschillende indringende slachtofferverklaringen illustreren welke impact het handelen van verdachte op de kinderen en andere gezinsleden heeft gehad.
Bijzondere voorwaarden
De rechtbank heeft een proeftijd van tien jaar aan het voorwaardelijk opgelegde deel van de straf verbonden. Deze proeftijd gaat lopen op het moment dat V. uit de gevangenis komt. Gedurende deze proeftijd mag hij niet als zwemleraar werken en mag hij geen werkzaamheden of activiteiten met kinderen onder de zestien jaar verrichten. Als hij dat wel doet kan de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer worden gelegd, wat betekent dat hij dan opnieuw de gevangenis in moet.
Schadevergoeding
De rechtbank heeft in de gevallen, waarin tot een bewezenverklaring is gekomen, aan de slachtoffers, die schade hadden gevorderd, zowel materiële als immateriële schade toegekend. De materiele schade ziet op kosten die zijn gemaakt, zoals reis- en parkeerkosten en door ouders opgenomen verlofdagen. De immateriële schade, ook wel smartengeld genoemd, heeft betrekking op psychische of lichamelijke gevolgen van de ontucht voor de kinderen. De benadeelden hoeven niet zelf te proberen deze bedragen te incasseren, dat zal in eerste instantie de Staat doen, omdat de rechtbank in alle gevallen de bijbehorende schadevergoedingsmaatregelen heeft opgelegd.

Uitspraken

Meest gelezen berichten