Reglement schriftelijke voorbereiding ontnemingen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Regels en procedures > Reglement schriftelijke voorbereiding ontnemingen

Considerans

Volgens artikel 511d, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan de behandeling van de ontnemingsvordering (art. 511b Sv) ter terechtzitting worden voorafgegaan door een schriftelijke voorbereiding op de wijze als door de rechtbank te bepalen.

De strafsector van de rechtbank Noord-Holland heeft het zinvol geacht om met het Openbaar Ministerie en de advocatuur afspraken te maken omtrent het verzoek tot, de procedure en de consequenties voor partijen van een schriftelijke voorbereiding. Deze afspraken zijn vastgelegd in dit reglement dat tot stand is gekomen op initiatief van de strafsector van de rechtbank Noord-Holland, in overleg met het Openbaar Ministerie, het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) en de Orde van Advocaten in het arrondissement Alkmaar. Dit reglement is met ingang 1 mei 2005 ingevoerd en in overleg met voornoemde betrokken partijen per 1 juni 2007 aangepast.

- Versie november 2010, inwerkingtreding 1 januari 2011 -

           

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

1.1 Dit reglement heeft betrekking op alle met een vordering ex art. 511b Sv ingeleide zaken, derhalve zaken betreffende ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel in de zin van art. 36e Sr.

1.2 In dit reglement wordt verstaan onder:

a. Het OM: het Openbaar Ministerie

b. verdachte/veroordeelde: degene tegen wie de ontnemingsvordering zich richt; met deze (rechts)persoon wordt in dit reglement gelijkgesteld de raadsman/vrouw die zich voor deze persoon schriftelijk heeft gesteld.

c. partijen: het OM en de verdachte/veroordeelde tezamen.

d. zittingsdatum: de datum waarvoor de verdachte/veroordeelde op grond van art. 511b Sv is opgeroepen voor de behandeling ter terechtzitting van diens ontnemingszaak.

e. sectorvoorzitter: de voorzitter van de strafsector van de rechtbank. Met de voorzitter wordt gelijkgesteld een door deze aangewezen rechter.

f. kamervoorzitter: de voorzitter van de meervoudige kamer die de ontnemingsvordering behandelt.

1.3 Uiterlijk vier weken voor de eerste zittingsdatum dienen de rechtbank, het OM en de verdachte/veroordeelde te beschikken over de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en het proces-verbaal inhoudende de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

 

Hoofdstuk 2. Verzoek en beslissing tot een schriftelijke voorbereiding, regiezitting en verzoek en beslissing om getuigen en/of deskundigen te horen

2.1 Uiterlijk één week voorafgaande aan de eerste zittingsdatum kunnen zowel het OM als de verdachte/veroordeelde dan wel diens raadsman/vrouw de voorzitter schriftelijk en gemotiveerd in tweevoud verzoeken om een schriftelijke voorbereiding. Het OM doet dit verzoek bij voorkeur in de ontnemingsvordering, zodat de kamervoorzitter bij het appointeren daarmee rekening kan houden. De strafgriffie zal onverwijld een afschrift van het verzoek aan de wederpartij toezenden.

2.2 De kamervoorzitter of een door deze hiervoor aangewezen rechter beslist zo spoedig mogelijk op dit verzoek en bericht partijen zijn beslissing.

2.3 De rechtbank kan ook ambtshalve een schriftelijke voorbereiding gelasten. Voor zover mogelijk zal de rechtbank vóórvoorafgaande aan de zittingsdatum partijen hiervan in kennis stellen.

2.4 Indien het verzoek wordt toegewezen of een beslissing als bedoeld in nr. 2.3 wordt genomen, zal op de eerste zittingsdatum een regiezitting plaatsvinden waarop de werkafspraken en productietermijnen overeenkomstig hoofdstuk 3 van dit reglement zullen worden besproken.

2.5 Indien de verdachte/veroordeelde op de regiezitting niet verschijnt of zich niet een bepaaldelijk gemachtigde raadsman stelt, bepaalt de kamervoorzitter een datum voor de voor de behandeling van de zaak op de terechtzitting. De verdachte / veroordeelde dient voor de nieuwe zittingsdatum, waarop de zaak wordt behandeld,  te worden opgeroepen.

2.6 Preliminaire verweren kunnen door de verdachte/veroordeelde gelijktijdig met het verzoek om schriftelijke voorbereiding worden gedaan. Deze verweren zullen onderdeel uitmaken van de schriftelijke voorbereiding, tenzij zij zich door hun betrekkelijke eenvoud lenen voor onmiddellijke behandeling en beslissing op de regiezitting

2.7 Verzoeken om getuigen of deskundigen dienen uiterlijk 8 dagen voor de regiezitting te worden ingediend. Het verzoek dient concreet en gemotiveerd te zijn en aan te geven wat door deze getuige en/of deskundige verduidelijkt zou moeten worden. De rechtbank kan op de regiezitting naar aanleiding van zulk een verzoek de zaak aanhouden en naar de rechter-commissaris verwijzen. Eventueel kan door de kamervoorzitter een (tweede) regiezitting worden bepaald. Dit zou aangewezen kunnen zijn in verband met het horen van getuigen in het buitenland en de problemen die daarbij (wellicht) kunnen ontstaan.

2.8 Op de regiezitting zal tevens bepaald worden tot welke dag en welk tijdstip de zaak wordt aangehouden, teneinde de zaak inhoudelijk af te ronden. Voorts zullen data worden bepaald voor het nemen van een conclusie van eis (indien door het OM gewenst), voor de conclusie van antwoord, de repliek en dupliek. Indien na de conclusie van antwoord blijkt dat het OM geen behoefte heeft aan een conclusie van repliek, deelt het OM dit mede in een brief aan de kamervoorzitter.

2.9 Partijen geven voorafgaand aan de regiezitting hun verhinderdata op.

2.10 Indien het verzoek tot schriftelijke voorbereiding wordt afgewezen, zal de behandeling van de ontnemingsvordering op de zittingsdatum op de gebruikelijke wijze plaatsvinden.

 

    

Hoofdstuk 3. Termijnen, conclusiewisseling, producties, nadere verzoeken

3.1 Conclusie van eis

Indien tot een schriftelijke voorbereiding wordt besloten overeenkomstig hoofdstuk 2 kan het OM op de regiezitting desgewenst  aangeven een schriftelijke conclusie van eis te verlangen, waarin de ontnemingsvordering nader wordt onderbouwd. Deze conclusie wordt genomen binnen vier weken na de regiezitting. De verdachte/veroordeelde ontvangt bij voorkeur op voorhand een afschrift.

3.2 Conclusie van antwoord

De verdachte/veroordeelde dient binnen zes weken, te rekenen vanaf de dag van de regiezittingsdatum, een conclusie van antwoord in te dienen. Indien de zaak is verwezen naar de rechter-commissaris voor het horen van getuigen zal bedoelde termijn eerst gaan lopen, nadat de rechter-commissaris schriftelijk aan partijen heeft bericht dat alle getuigen zijn gehoord. De rechter-commissaris stuurt gelijktijdig de afschriften van deze verhoren naar de strafgriffie, het OM en de raadsman/vrouw van de verdachte/veroordeelde.

3.3 Het OM heeft, indien daaraan behoefte bestaat, vier weken de tijd voor het indienen van een conclusie van repliek.

3.4 De verdachte/veroordeelde heeft desgewenst vervolgens vier weken de tijd voor het indienen van een conclusie van dupliek.

3.5 De conclusies worden rechtstreeks toegestuurd aan de strafgriffie van de rechtbank onder toezending van een kopie aan de andere partij. Op de eerste regiezitting hebben de partijen laten weten aan wie en aan welk adres de stukken kunnen worden toegestuurd. Dat zal in het proces-verbaal van die zitting worden opgenomen.

3.6 Overschrijding van de gestelde termijn leidt tot het niet kennisnemen van de inhoud door de rechtbank.

3.7 Uitstel of verlenging van deze termijnen wordt in beginsel niet verleend. Uitsluitend indien er sprake is van een dringende reden kan de kamervoorzitter op schriftelijk verzoek, nader onderbouwd en zo mogelijk onder overlegging van relevante stukken uitstel of verlenging van de termijn toestaan. De kamervoorzitter bepaalt in dat geval de nieuwe termijn en bericht zulks schriftelijk aan partijen.  

3.8  Producties

Partijen kunnen aan hun stukken genummerde producties toevoegen welke uitsluitend dienen ter verduidelijking of onderbouwing van hun stellingen.

3.9 Een gemotiveerd verzoek aan de rechtbank, ter attentie van de kamervoorzitter om naar aanleiding van de genomen conclusies  andere getuigen te horen, moet schriftelijk in tweevoud binnen tien dagen na het verzenden van deze conclusies worden gedaan. De strafgriffie zendt onverwijld een afschrift van het verzoek aan de andere partij.

 

Hoofdstuk 4. De behandeling ter terechtzitting

4.1 Ter terechtzitting krijgen het OM en vervolgens de verdachte/veroordeelde de gelegenheid hun stellingen te verduidelijken.

4.2 Ter terechtzitting opgeworpen stellingen en verweren die niet in de stukken zijn verwoord en dus voor de rechtbank nieuw zijn, zullen worden beschouwd als niet te zijn gehouden, tenzij deze zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die ten tijde van de schriftelijke voorbereiding bij degene die deze opwerpt of voert niet bekend waren of bekend konden zijn. Degene die zulk een stelling of verweer poneert, zal bedoelde nieuwe feiten en omstandigheden aannemelijk moeten maken.

4.3 Ter terechtzitting overgelegde producties zullen worden beschouwd als niet te zijn overgelegd, tenzij deze zijn gebaseerd op feiten en gegevens die ten tijde van de schriftelijke voorbereiding bij degene die deze overlegt niet bekend waren of bekend konden zijn.

4.4 Voor de sluiting van het onderzoek zal de kamervoorzitter de datum van de uitspraak vaststellen. In beginsel wordt de uitspraak bepaald op 6 weken. Indien de omvang of de ingewikkeldheid van de zaak of het rooster van de rechtbank daartoe aanleiding geeft, kan een langere termijn worden bepaald.

 

Hoofdstuk 5. Overige bepalingen

Indien daarvoor naar het oordeel van de kamervoorzitter voldoende gronden zijn kan de kamervoorzitter een afwijking van dit reglement toestaan.

- Sectie Strafrecht, rechtbank Noord-Holland -