Mannen veroordeeld voor drugsdelicten, niet voor betalen opruimkosten

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Mannen veroordeeld voor drugsdelicten, niet voor betalen opruimkosten
's-Hertogenbosch, 25 januari 2018

De rechtbank Oost-Brabant heeft 7 mannen (28 tot 61 jaar) veroordeeld voor het verrichten van voorbereidingshandelingen voor de productie van MDMA en amfetamine. De verdachten krijgen straffen variërend van een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke celstraf van 6 maanden tot een gevangenisstraf van 30 maanden. Eén verdachte wordt vrijgesproken van betrokkenheid. De rechtbank verklaart de politie Oost-Brabant niet-ontvankelijk en heeft vragen over de vordering die in het strafproces niet beantwoord kunnen worden. De politie wilde de gemaakte kosten voor het opruimen en vernietigen van de drugs verhalen op de verdachten.

De politie hield in juni 2016 een 28-jarige man uit Geldrop aan die in een bestelbus zat waarin 45 jerrycans met chemicaliën stonden. Hierin zat in totaal 1.125 liter zoutzuur. De man had in de woning van zijn ouders bovendien een aanzienlijke hoeveelheid amfetamine opgeslagen. Via de gps-gegevens van de bestelbus deed de politie een dag later een inval in een loods in Bavel. Die loods was eigendom van een 53-jarige boer. Binnen stonden onder meer zo'n 20.000 liter aceton, 20.000 liter zoutzuur en 750 liter MDMA-afval.

De boer verhuurde zijn loods naar eigen zeggen op verzoek van zijn 61-jarige zwager voor de opslag van vaten aceton. Die zwager zou dit verzoek op zijn beurt hebben gekregen van een 54-jarige man uit St. Willebrord. Deze verdachte is volgens de rechtbank de spil in het geheel; hij benaderde actief personen en bood hen geld om zo een loods als opslagplaats voor chemicaliën te krijgen. De verdachte uit Geldrop had het zoutzuur hier afgetapt en was met zijn bestelbus onderweg naar een onbekende bestemming, naar alle waarschijnlijkheid een of meer drugslaboratoria,  toen hij op heterdaad werd betrapt. Een 28-jarige man uit Gemert hielp de man uit Geldrop bij het vervoeren van de chemicaliën. Ook kochten zij bij een bouwmarkt goederen die kunnen worden gebruikt bij de productie van MDMA en amfetamine. De chemicaliën werden verder vervoerd en afgeleverd en opgehaald door een 42-jarige man uit Terschuur. 
In hetzelfde onderzoek werd ook een inval gedaan door de politie in een loods in Halsteren. Hier trof de politie onder andere metalen vaten met chemicaliën aan voor het maken van MDMA en amfetamine. De huurder van de loods was een 58-jarige man uit Bergen op Zoom.

Straffen

De rechtbank veroordeelde de verdachte uit St. Willebrord tot een celstraf van 30 maanden voor zijn rol in het geheel. De man uit Geldrop krijgt een celstraf van 2 jaar en de verdachte uit Gemert een celstraf van 6 maanden. De andere chauffeur, de verdachte uit Terschuur, krijgt 12 maanden celstraf. De boer en zijn zwager uit Bavel zijn veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke celstraf van 6 maanden. De huurder van de loods in Halsteren krijgt 18 maanden celstraf. De rechtbank spreekt een 33-jarige man uit Terborg vrij omdat er onvoldoende bewijs is voor zijn betrokkenheid.

Hoewel de verdachten niet zelf synthetische drugs hebben geproduceerd, is hun gedrag zeer laakbaar. Met hun handelen faciliteerden zij namelijk de drugsproducenten. De mannen houden daarmee de productie van synthetische drugs in stand. De rechtbank houdt er anderzijds rekening mee dat alleen sprake is geweest van voorbereidingshandelingen, die door de wetgever minder strafwaardig worden gedacht dan de daadwerkelijke productie van en handel in harddrugs. Ook ging het om een relatief korte periode.

Vordering van politie

De chemicaliën zijn door de politie Oost-Brabant in beslag genomen en op last van de officier van justitie vernietigd door een gespecialiseerd bedrijf. De kosten hiervoor werden betaald door de politie en bedroegen 61.971,74 euro. De politie wilde deze kosten in het strafproces verhalen op de verdachten. De strafrechter heeft beslist dat - hoe begrijpelijk de keuze om de chemicaliën te vernietigen ook is - voor de beantwoording van de vraag of de politie in deze vordering kan worden ontvangen en vervolgens de vraag of deze toewijsbaar is, nader onderzoek noodzakelijk is. Immers, ongewis is - in deze strafzaak - of en in hoeverre en op welke grondslag een vordering over de door de politie gestelde schade in een civiele procedure kans van slagen heeft. Dit nadere onderzoek zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De politie wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

Uitspraak

Meest gelezen berichten