Doodslag op huisgenoot in Raamsdonksveer: 7 jaar cel

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Zeeland-West-Brabant > Nieuws > Doodslag op huisgenoot in Raamsdonksveer: 7 jaar cel
Breda, 09 augustus 2016

Een 56-jarige man uit Raamsdonksveer is door de rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar voor doodslag. In oktober 2015 doodde hij zijn 41-jarige huisgenoot door hem in zijn woning met een ijzeren staaf op het hoofd te slaan. De straf valt lager uit dan de geëiste 9 jaar, onder meer omdat de verdachte in de maanden voorafgaand aan het incident door zijn huisgenoot werd mishandeld, bedreigd en uitgebuit.

Sloten vervangen

In de maanden voorafgaand aan de doodslag werd de verdachte volgens de verdediging ‘geterroriseerd’ door zijn huisgenoot. Hij werd mishandeld en bedreigd met de dood. Ook haalde het slachtoffer de bankrekening van de verdachte leeg. Hoewel tot tweemaal toe de sloten werden vervangen, slaagde het slachtoffer er steeds weer in de woning binnen te komen.

Nadat hij het slachtoffer had gedood, liet de verdachte diens lichaam nog twee dagen in zijn woning liggen voordat hij de politie op de hoogte stelde. In de tussentijd bezocht hij nog een café en ging hij langs vrienden en de voedselbank. Hij ging ook nog terug naar zijn woning om spullen veilig te stellen en te slapen.

Extreem geweld

Volgens de rechtbank maakte de verdachte zich op 14 oktober 2015 schuldig aan extreem geweld. Zijn huisgenoot kwam de woonkamer binnen, liep op de verdachte af, riep dat hij ‘zijn kaken zou breken’ en zakte vervolgens onder invloed van GHB in elkaar. Vervolgens sloeg de verdachte hem met een ijzeren staaf meermalen op het hoofd. De verdediging stelde tijdens de zitting dat de verdachte handelde uit zelfverdediging, maar daarbij heeft overgereageerd. Omdat het slachtoffer op de grond lag en de verdachte in de aanval ging terwijl hij ook andere uitwegen had, gaat de rechtbank daar niet in mee.

Niet verminderd toerekeningsvatbaar

Ook het beroep op psychische overmacht door de omstandigheden waarin de verdachte verkeerde, wordt afgewezen. Uit onderzoek blijkt dat de verdachte tijdens het incident niet verminderd toerekeningsvatbaar was, ondanks zijn kwetsbare persoonlijkheid en het feit dat hij kort daarvoor van de woningbouwvereniging had gehoord dat hij zijn huis uit moest. Volgens de rechtbank kan niet worden gezegd dat verdachte handelde uit ‘een drang waaraan hij redelijkerwijs geen weerstand kon en behoefde te bieden’. Daarbij weegt de rechtbank mee dat er alternatieven voor hem waren, zoals het zoeken naar een andere woning zoals de woningbouwvereniging hem had aangeboden.

Uitspraken

Meest gelezen berichten