Procedure ontnemingszaken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Procedure ontnemingszaken

Algemeen

  1. De ontnemingsvordering wordt in beginsel tegelijk met de strafzaak aanhangig gemaakt.
  2. De ontnemingsvordering wordt in beginsel tegelijk met de strafzaak afgedaan, tenzij de vordering daarvoor te complex is.

De schriftelijke procedure

  1. De rechtbank kan ambtshalve of op verzoek van de officier van justitie dan wel de verdediging bepalen, dat aan de inhoudelijke behandeling van de ontnemingsvordering een schriftelijke procedure voorafgaat. Het verzoek van de officier van justitie of de verdediging dient te worden gemotiveerd. Hierbij kan gedacht worden aan onderzoekshandelingen of andere zwaarwegende belangen.

  2. Bij het ambtshalve gelasten van een schriftelijke procedure zal de rechtbank voor de zittingsdatum partijen hiervan in kennis stellen en zal de zittingsdatum bekend worden gemaakt waarop de regiezitting zal plaatsvinden.

  3. Indien de ontnemingsvordering gelijktijdig met de strafzaak wordt aangebracht en daarbij een schriftelijke procedure wordt gelast, geldt de zitting als regiezitting in de ontnemingszaak.

  4. Van de regiezitting waarop de termijnen die gelden voor de schriftelijke procedure (zie hierna onder 11) zijn vastgelegd, wordt een proces-verbaal opgemaakt.

  5. Een afschrift van dit proces-verbaal wordt binnen twee weken door de strafgriffie aan de officier van justitie, de verdediging en eventueel de rechter-commissaris verzonden.

  6. De officier van justitie voegt uiterlijk zes weken voor de regiezitting een onderbouwde ontnemingsvordering in het dossier, neergelegd in een schriftelijke conclusie van eis. Indien de vordering uitsluitend gebaseerd is op het SFO dan wel het rapport van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, en het gevorderde bedrag gelijk is aan het bedrag dat in het SFO of het rapport wordt genoemd, kan in de conclusie van eis worden volstaan met een verwijzing hiernaar. De verdediging ontvangt een gelijkluidend afschrift van deze conclusie van eis.

  7. Eventuele onderzoekswensen dienen door de verdediging uiterlijk tien dagen voor de regiezitting aan de rechtbank kenbaar te worden gemaakt.

  8. De rechtbank kan naar aanleiding van de door de verdediging gedane onderzoekswensen op de regiezitting beslissen dat de ontnemingszaak wordt verwezen naar de rechter-commissaris. Indien mogelijk zal tevens worden bepaald hoe het verdere verloop van de schriftelijke procedure zal zijn. In het proces-verbaal van de zitting zal in dat geval worden opgenomen dat de termijnen gaan lopen vanaf het moment waarop de aanvullende stukken gereed zijn, zonder daarbij een concrete datum te noemen. De zaak wordt alsdan voor onbepaalde tijd aangehouden, waarna de zittingsdatum voor inhoudelijke afronding van de zaak door de Verkeerstoren in overleg met de verdediging zal worden bepaald. Indien de termijnen voor conclusiewisseling nog niet kunnen worden vastgesteld, kan een (tweede) regiezitting plaatsvinden.

  9. Indien tijdens de regiezitting niet blijkt dat nog nader onderzoek noodzakelijk is wordt de navolgende procedure gevolgd:
    • de verdediging legt uiterlijk zes weken na de regiezitting een schriftelijke conclusie van antwoord aan de rechtbank over, met gelijktijdig afschrift daarvan aan de officier van justitie (beide exemplaren dienen te worden verstuurd naar de Verkeerstoren, zie hierna onder 12). Preliminaire verweren worden in de schriftelijke conclusiewisseling opgenomen.
    • het openbaar ministerie heeft, indien daaraan behoefte bestaat, vier weken de gelegenheid voor het indienen van een nadere schriftelijke reactie (repliek), met een afschrift daarvan aan de verdediging.
    • de verdediging heeft vervolgens vier weken de gelegenheid voor het indienen van een nader schriftelijk verweer (dupliek), met een afschrift daarvan aan de officier van justitie.
    • in beginsel vindt de inhoudelijke behandeling ter zitting vier weken na de laatste conclusie plaats. De datum wordt in overleg met de Verkeerstoren in het rooster vastgelegd.
    • de termijnafspraken voor het indienen van stukken en de datum waarop de inhoudelijke behandeling ter zitting plaatsvindt, worden in het proces-verbaal van de regiezitting opgenomen. Tevens wordt hierin opgenomen hoeveel tijd voor de inhoudelijke behandeling wordt uitgetrokken.

  10. Op de schriftelijke stukken dienen steeds de administratieve gegevens, zoals de naam van veroordeelde en het parketnummer van de zaak te worden vermeld.

    De schriftelijke conclusies dienen (in drievoud) gestuurd te worden aan:
    de rechtbank Zeeland-West-Brabant
    Postbus 90110
    4800 RA Breda.

  11. Partijen kunnen gemotiveerd verzoeken om uitstel van termijnen. Het verzoek tot uitstel dient schriftelijk (per brief, fax of e-mail) en uiterlijk één week voor het verstrijken van de vastgestelde termijn te worden ingediend. Bij het niet tijdig nemen van een conclusie, dan wel indien niet tijdig om uitstel is verzocht, vervalt het recht tot concluderen. De zaak zal vervolgens op zo kort mogelijke termijn op zitting worden gepland.

  12. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat standpunten uitgebreid aan de orde komen tijdens de inhoudelijke behandeling ter zitting als men geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om deze op voorhand schriftelijk kenbaar te maken.

  13. De rechtbank bepaalt de datum waarop vonnis wordt gewezen, welke in beginsel zes weken na de laatste zittingsdatum is gelegen.