Oud-rechters over de toekomst

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksThema's > De rechter van de toekomst > Oud-rechters over de toekomst

Toekomstvisie

Met De rechter van de toekomst - De toekomst van de rechter, het thema van de Dag van de Rechtspraak, in het achterhoofd zijn oud-rechters gevraagd hoe zij de toekomst zien. In de aanloop naar 28 september elke week een nieuwe aflevering.

Laurien KosterLaurien Koster

Laurien Koster, voorzitter van het Kinderrechtencollectief en lid raad van toezicht van Oxfam Novib

Laurien Koster was van 1986 tot 2003 rechter, daarna tot 2008 rechtbankpresident in Alkmaar en vervolgens tot 2015 voorzitter van de Commissie Gelijke Behandeling/het College voor de Rechten van de Mens.

‘Rechter moet rechtvaardigheid voorop stellen’

‘Ik hoop dat rechters in de toekomst hun oordeel niet alleen aan de wet toetsen, maar ook meer kijken naar de waarden die we internationaal hebben afgesproken. Daardoor ga je vanzelf met een mensenrechtenbril kijken naar de feiten die voor je liggen. Daar kunnen vooral kwetsbare mensen, zoals kinderen, baat bij hebben.

Nederland heeft tal van internationale verdragen ondertekend en zich verbonden aan de waarden die daaraan ten grondslag liggen. Rechters zeggen al gauw: de staat moet die normen in regels uitwerken, anders kan ik er niets mee. Bij de hoogste rechter komt het soms nog goed, vaak pas jaren later. Zo heeft de Centrale Raad van Beroep (de hoogste bestuursrechter op het gebied van sociale zekerheid) besloten dat UWV met terugwerkende kracht een uitkering moet betalen aan zelfstandig werkende vrouwen die hun eigen zwangerschapsverlof hebben bekostigd. De overheid wilde dat niet, maar de Centrale Raad keek naar het VN-Vrouwenverdrag. Daaruit volgt dat iedere werkende vrouw rond een bevalling recht heeft op inkomsten.

De overheid heeft ook bij verdrag afgesproken dat staatloze vluchtelingenkinderen de Nederlandse nationaliteit kunnen krijgen, als ze hier geboren zijn. Maar daaraan wil de overheid soms voorwaarden verbinden die moeilijk te vervullen zijn. Voldoen die ouders daar niet aan en worden ze met uitzetting bedreigd, dan is ook die naturalisatie in gevaar. En zonder nationaliteit blijf je overal altijd tweederangsburger. De rechter kan niet zelf die nationaliteit uitdelen, maar hij kan wel zeggen: het belang van het kind bij naturalisatie weegt hier het zwaarst, eisen aan het gedrag van de ouders mogen dat belang niet schaden: we zetten dit gezin niet uit.’

 

Nol MonsterNol Monster

Nol Monster, voormalig Ombudsman Financiële Dienstverlening

Nol Monster is gepensioneerd. Van 2010 tot 2015 was hij Ombudsman Financiële Dienstverlening. Eerder was hij ruim 25 jaar rechter. Hij was ook vicepresident van de rechtbank Haarlem.

‘Rechter moet rechtvaardigheid voorop stellen’

‘Ik heb in de jaren dat ik als rechter werkte, de werkdruk alleen maar toe zien nemen. Sluipenderwijs wordt er steeds meer van rechters gevraagd. Daarom zeg ik: de rechter van de toekomst moet in staat zijn het evenwicht te bewaren tussen kwaliteit en kwantiteit. Dat wil zeggen: bestand zijn tegen werkdruk, maar ook weerstand kunnen bieden als er te veel wordt gevraagd. Rechtspreken is serieus werk, rechters moeten de tijd hebben om een rechtvaardige uitspraak te kunnen doen.

Inhoudelijk gezien denk ik dat de rechter steeds minder kan leunen op het puur juridische. In de open samenleving kalft het klassieke gezag van de rechter af. In plaats van zich op dat gezag te kunnen beroepen, zal hij steeds duidelijk moeten maken waarom zijn beslissing rechtvaardig is. Dat moet hij toelichten in normaal Nederlands. De rechter komt er niet meer mee weg door alleen te zeggen dat de Hoge Raad iets in 1983 al zo heeft bepaald. Dat is juridisch gebabbel, vinden niet-juristen. Het doel van het recht is de rechtvaardigheid te dienen. De rechters die op televisie over zaken beslissen, zoals de Rijdende Rechter, hebben het recht voor het grote publiek toegankelijk gemaakt. Dat hebben zij gedaan door het doel, rechtvaardigheid, voorop te stellen. Zij geven daarmee een uitstekend voorbeeld. De toon die de muziek maakt, zal een steeds grotere rol spelen.’

 

Dick AllewijnAdriana van Dooijeweert

Adriana van Dooijeweert, voorzitter College voor de Rechten van de Mens

Adriana van Dooijeweert is sinds september 2015 voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens. Daarvoor was zij voorzitter van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken en bijna 30 jaar rechter, in Den Bosch en Den Haag. Nu doet ze nog af en toe een zitting als rechter-plaatsvervanger.

‘De rechterlijke macht wordt veel diverser’

‘Ik hoop en denk dat de rechtspraak er over een jaar of 20 heel anders uitziet. We hebben dan rechters met een migratieachtergrond, met verschillende religies, rechters met beperkingen en transgenders. We moeten er echt voor zorgen dat de rechterlijke macht veel diverser wordt, anders verlies je het vertrouwen van de samenleving. Je ziet steeds meer kloven ontstaan, tussen burgers en overheid, hoog- en laag opgeleiden, mensen die door automatisering hun baan verliezen en anderen die daar verder mee komen. In zo’n samenleving is het des te belangrijker dat iedereen zich vertegenwoordigd voelt door de rechtspraak.
Sommige mensen zien juryrechtspraak als een oplossing, daarmee krijg je vanzelf een afspiegeling van de maatschappij. Ik ben daar geen voorstander van.
Rechtspraak moet je aan professionals overlaten. Met de automatisering wordt dat alleen maar belangrijker. Want waar de computer berekent hoe hoog een boete moet zijn, bekijkt de rechter: moet ik daar in dit geval van afwijken?
Toekomstige rechters hoeven niet veel slimmer te zijn dan nu, maar wel veel empathischer. We hebben overtuigende, sterke persoonlijkheden met gezag nodig, die tegelijk laagdrempelig zijn en in staat om problemen met mensen door te spreken. Daar is steeds meer behoefte aan; tv-programma’s als de Rijdende Rechter zijn niet voor niets zo populair. Ik hoop dat daar in de opleiding meer aandacht voor komt en dat de werkdruk vermindert, zodat er meer tijd overblijft om aandacht te besteden aan de mensen om wie het gaat.’                             

 

Dick AllewijnDick Allewijn [Foto Djim]

Dick Allewijn, bijzonder hoogleraar mediation

Dick Allewijn was van 1981 tot 2016 rechter. Sinds 2000 is hij ook MfN-registermediator. Per 1 april 2017 is Allewijn benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

‘Rechter zal vaker tussen partijen in gaan staan’

‘Over de toekomst van de procedure bij de rechter vergaderde eerder dit jaar de Nederlandse Juristenvereniging. Dit gebeurde aan de hand van zogenoemde pre-adviezen, geschreven door prominente juristen. Opvallend was dat mediation in alle rechtsgebieden een belangrijke rol werd toegedicht. Mediation bevat kennelijk aantrekkelijke ingrediënten voor de rechtspraak van de toekomst: maatwerk, zelfbeschikking, aandacht voor onderliggende belangen, een oplossing van het hele geschil, dus niet alleen een juridische uitspraak. Van: “tegen elkaar” naar “samen tegen het probleem”. Te voorzien valt dan ook, dat rechters in de toekomst vaker tussen partijen in gaan staan, in procedures waarin de tegenstellingen tussen partijen niet nodeloos worden uitvergroot. Dit alles onder de vlag van maatschappelijk effectieve rechtspraak. De rechter als olieman die plooien glad strijkt en conflictsituaties in goede banen leidt. De rechter van de toekomst zal pragmatisch en oplossingsgericht zijn, en oog hebben voor de drijfveren van partijen.

Maar we slaan door als we de rechter als zo maar een conflictoplosser gaan beschouwen. De rechtspraak is een dragend bestanddeel van de democratische rechtsstaat. De rechter houdt de rechtsstaat mede op de rails. En het spreekt niet meer vanzelf dat de andere staatsmachten daar aan meedoen. In landen om ons heen lijkt steeds vaker het doel van de uitvoerende macht de middelen te heiligen, en dreigt de “rule of law” het onderspit te delven. Ook in Nederland dreigt dit. Daarom moet de rechter van de toekomst niet alleen pragmatisch en oplossingsgericht zijn, maar in voorkomend geval ook principieel, eigenzinnig en magistratelijk. En steeds wijs genoeg om te bepalen wanneer waar de nadruk op moet liggen.'

 

Annemarie Penn-te StrakeAnnemarie Penn-te Strake

 

Annemarie Penn-te Strake, burgemeester Maastricht

Annemarie Penn-te Strake is sinds 2015 burgemeester van Maastricht. Voor die tijd werkte ze 20 jaar als rechter in Limburg en daarna 9 jaar bij het Openbaar Ministerie.

‘Rechter, doe mee!’

'In de 20 jaar die ik als rechter werkte, heb ik gemerkt dat 1 vraag eeuwig terugkomt: gaat de rechter verder van de burger af staan of komt hij dichterbij? Persoonlijk vind ik dat de rechter heel dichtbij moet zijn, maar ik heb het gevoel dat hij steeds meer naar de achtergrond verdwijnt. Dat vind ik zorgelijk.
Een kenmerk van deze tijd is dat de samenleving horizontaal is georganiseerd. Conflicten worden niet van bovenaf opgelost, maar lokaal en kleinschalig. In een burenraad bijvoorbeeld, of bij de mediator. Dat is heel goed. Maar echt gezaghebbend een conflict oplossen, dát is bij uitstek een taak van de rechter. Iedereen vindt het logisch dat je doet wat hij zegt.
Een risico van die horizontale ontwikkeling is dat de rechter steeds minder zichtbaar wordt. Onze rechtsstaat, waarin rechtvaardigheid hoog in het vaandel staat en de staatsmachten elkaar controleren, kan dan ook vervagen. Daarom vind ik dat de rechter meer op de voorgrond moet treden.
Neem mijn eigen stad. Als wij last hebben van jongeren die een wijk terroriseren, proberen we dat met zijn allen te tackelen. Scholen, de politie, buurthuizen, veiligheidsambtenaren, de zorg, iedereen zit met elkaar om tafel. Maar de rechter is er niet. Waarom denkt hij niet mee? Rechters kunnen veel bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen, ze hebben zoveel potentie.
Rechters zijn veel te voorzichtig, uit angst hun onafhankelijkheid te verliezen. Come on! Onafhankelijk zijn is: vrij zijn in je hoofd. Dat zit hem niet in afstand houden. De rechter moet juist zorgen dat hij erbij blijft, wil hij mee blijven tellen. Daarom zeg ik: rechter, doe mee, je hebt gezag!'

 

Peter OskamPeter Oskam

 

Peter Oskam, burgemeester Capelle aan den IJssel

Peter Oskam is sinds begin 2016 burgemeester van Capelle aan den IJssel. Hij was daarvoor Kamerlid voor het CDA en woordvoerder Justitie. Eerder was hij kinderrechter en vicepresident van de rechtbank Amsterdam.

'De communicatie moet beter'

'Vooropgesteld: ik ben trots op de rechtspraak in Nederland. Die is van hoog niveau en goed georganiseerd, ondanks het feit dat er op rechtspraak in de afgelopen jaren flink is bezuinigd. Dat is wel klaar hoop ik. Dat gezegd hebbend: ik zie wel dat veel mensen niet goed begrijpen wat er gebeurt in de rechtszalen. Ik snap de onvrede van krantenlezers. Als ik kijk naar de rechter van de toekomst, dan vind ik daarom dat er nog beter moet worden uitgelegd waarom uitspraken zijn zoals ze zijn. Het is al wel beter dan het was, ik zie vlotte persrechters uitspraken goed uitleggen. Dat was bijvoorbeeld zo bij de uitspraak over de klassenfoto, toen kinderen schadevergoeding kregen omdat ze daar niet op stonden. In mijn tijd als Kamerlid had ik het ook wel eens dat ik een uitspraak niet goed begreep. Ik herinner me bijvoorbeeld de kopschopperszaak in Eindhoven. De rechter hield er toen in vergaande mate rekening mee dat er bij de opsporing herkenbare beelden werden gebruikt. Ik vind dat een rechter daar minder rekening mee moet houden. Als Kamerlid zeg je niets over een uitspraak van een rechter, dat is not done, maar nu doe ik dat wel. Je hebt recht en rechtvaardigheidsgevoel. Die twee moeten zoveel mogelijk met elkaar in overeenstemming worden gebracht door goed te communiceren.'

 

Corine Dettmeijer-VermeulenCorine Dettmeijer-Vermeulen [foto: Arenda Oomen]

 

Corinne Dettmeijer-Vermeulen, Nationaal Rapporteur Mensenhandel 

Corinne Dettmeijer-Vermeulen is sinds 1 oktober 2006 Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Van 1995 tot 2014 was ze rechter in Den Haag in de functie van vice-president.

‘Gebruikmaken van data en wetenschap’

‘De rechter van de toekomst maakt gebruik van data en staat dichter bij de wetenschap. De Rechtspraak heeft een schat aan data tot haar beschikking, een schatkist die roept om geopend te worden. Het gebruik van data maakt het mogelijk zaken met elkaar te vergelijken en zo patronen te ontdekken. Met één druk op de knop. Elke zaak moet uiteraard op zijn merites worden beoordeeld, maar dat neemt niet weg dat veel zaken kenmerken hebben die overeenkomen. Bij mensenhandel denk ik dan aan omstandigheden als de vorm en de duur van de uitbuiting en de leeftijd van het slachtoffer. Ook bij seksueel geweld tegen kinderen zijn omstandigheden als de leeftijd van het slachtoffer, de relatie met de dader en de aard van de gepleegde seksuele handelingen objectief en geschikt om met elkaar te worden vergeleken. Daarin kan de wetenschap voor rechtspraak van wezenlijke betekenis zijn. Een digitale databank van strafvonnissen, bijvoorbeeld, kan worden geanalyseerd en zo een bron aan informatie over deze en andere kenmerken opleveren. Zo’n wetenschappelijke analyse kan inzichtelijk maken welke omstandigheden rechters in hun strafmotivering betrekken en in hoeverre zij dezelfde waarde aan deze omstandigheden toekennen. De rechter van de toekomst kan in een concrete zaak, aan de hand van die kennis en de omstandigheden van het geval, gemotiveerd een eigen positie innemen. De rechter van de toekomst is voor mij een rechter die dicht bij de wetenschap staat. Kennis en inzicht in patronen in vergelijkbare zaken leiden tot een goed geïnformeerde rechter, een betere afweging en begrijpelijker vonnis.’

 

Reinier van ZutphenReinier van Zutphen

 

Reinier van Zutphen, Nationale Ombudsman

Reinier van Zutphen is sinds april 2015 de Nationale Ombudsman. Daarvoor was hij jarenlang rechter in Den Haag, Almelo, Luxemburg, Amsterdam, Alkmaar en op Curaçao.

‘Ik zie 2 grote behoeftes’

'Als ik kijk naar waar in de Nederlandse samenleving écht behoefte aan is, dan zie ik 2 dingen die er met kop en schouder bovenuit steken. Dat is in de eerste plaats het hooggespecialiseerde juridische werk. Dan denk ik bijvoorbeeld aan richtinggevende uitspraken over hoe gemeenten de zorg en huishoudelijke hulp voor hun inwoners moeten invullen. Of aan uitspraken die richting geven aan de praktijk van euthanasie. In deze categorie hoort ook rechtspraak die bepalend is voor de Nederlandse economie, denk bijvoorbeeld aan specialismes als cybercrime en octrooirecht. De tweede behoefte die ik zie, is rechtspraak voor mensen die voor hun dagelijks welzijn afhankelijk zijn van de staat. In mijn huidige functie zie ik pas goed dat veel mensen niet in staat zijn echt mee te doen in de Nederlandse maatschappij. Zolang alles goed gaat in het leven is er niets aan de hand. Maar gaat er iets mis, bijvoorbeeld door scheiding, een sterfgeval, ziekte of een schuld, dan gaat het vaak meteen ook goed mis. De rechter van de toekomst kijkt in dit soort gevallen niet alleen naar het ene juridische geschil dat aan hem wordt voorgelegd, maar naar het hele probleem en heeft ook de middelen daar iets aan te doen. Mensen worden daardoor sneller en meer afdoende geholpen bij het weer oppakken van hun leven.'

 

Jeroen RecourtJeroen Recourt [foto: Lex Draijer]

 

Jeroen Recourt, oud-Tweede Kamerlid PvdA

Jeroen Recourt was van 2004 tot 2010 rechter, eerst in Amsterdam en daarna op de Nederlandse Antillen. Van 2010 tot 23 maart 2017 was hij voor de PvdA lid van de Tweede Kamer en Justitiewoordvoerder.

‘Rechter moet kijken naar wat mensen gemeen hebben’

'Mijn wens is dat de rechter in de toekomst op een eerder moment betrokken wordt bij de procedure, die er ook anders uit moet gaan zien. Ik ben een groot voorstander van herstelrecht. Iedere procedure moet als uitgangspunt hebben wat partijen gemeen hebben en wat hun gezamenlijke belangen zijn. De rechter is er om knopen door te hakken op die onderdelen waar partijen zelf niet uitkomen. Dat zal altijd nodig blijven, bijvoorbeeld bij een boedelverdeling. In dit model moet ook ruimte zijn voor niet-juridische argumenten. We zitten nu te veel vast in een systeem dat mensen eerder uit elkaar drijft dan dat ze tot elkaar kunnen komen. Verder zal de rechter het algemeen belang kunnen meewegen. Op deze wijze zal het recht veel meer echte en duurzame oplossingen bieden dan nu het geval is.'

In de tweede plaats zou ik graag zien dat de Rechtspraak veel klantgerichter gaat werken. Rechters denken nu, vaak noodgedwongen, vanuit hun eigen koker. Dan gebeurt het bijvoorbeeld dat mensen van de civiele rechter naar de bestuursrechter worden gestuurd. Dat kost veel tijd, geld en ergernis. Het zou niet moeten gaan om het loket, maar om de vraag waar de rechtzoekende het meest bij gebaat is. Dit is vooral een organisatie-en wetgevingsvraagstuk. Burgers hebben er geen boodschap aan dat er verschillende rechtsgebieden zijn met verschillende loketten. Ze hebben een probleem dat zo goed mogelijk moet worden opgelost, met of zonder rechter.'

 

Dag van de Rechtspraak