Roekeloos rijden en de wet

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksThema's > Verkeersmisdrijven > Roekeloos rijden en de wet

Hoe zit dat?

Een verkeersongeluk is meestal precies wat het woord zegt: een ongeluk. Iets wat niemand heeft gewild. Iemand die verblind door de laaghangende zon een fietser over het hoofd ziet. Een bestuurder die op een tegenligger knalt door een klapband. Kleine fouten, met soms dramatische gevolgen. Het kan iedereen overkomen, ook al ben je nog zo voorzichtig. Daarbij is een ernstig verkeersongeluk niet alleen voor het slachtoffer, maar ook voor de veroorzaker verschrikkelijk.

 

Schuld

Het is natuurlijk een ander verhaal als iemand een dodelijk ongeluk veroorzaakt omdat hij veel te hard reed of dronken was. Bijna iedereen zal het erover eens zijn dat dat roekeloos gedrag is, en dat je om ongelukken vraagt als je op die manier een auto bestuurt. Over bumperkleven, afsnijden, bewust geen voorrang verlenen of gevaarlijk inhalen zullen de meeste mensen hetzelfde zeggen. Maar roekeloosheid heeft in de wet een andere betekenis dan in het normale spraakgebruik: er moet meer aan de hand zijn. Als het ongeluk niet door een relatief kleine fout is veroorzaakt, maar de bestuurder zich écht onvoorzichtig heeft gedragen, kan er sprake zijn van een misdrijf: dood door schuld in het verkeer. Hierbij geldt: hoe groter de ‘mate van schuld’, hoe hoger de straf. Deze schuld wordt verdeeld in 3 categorieën.

De lichtste vorm is ‘onoplettend/onvoorzichtig rijgedrag’. Hier valt bijvoorbeeld te hard rijden bij slecht zicht onder. Daarna komt de ‘grove verkeersfout’, waarvan sprake is als je bijvoorbeeld veel te hard rijdt en je passagiers geen gordels laat dragen. De zwaarste vorm van schuld is ‘roekeloos rijgedrag’. Maar als veel te hard rijden terwijl je passagiers geen gordel dragen niet roekeloos is, wat dan wel?

Moeilijk te begrijpen

Voordat een rechter kan spreken over roekeloos rijden, moeten er drie dingen aan de orde zijn: iemand heeft zich buitengewoon onvoorzichtig gedragen, hij heeft hierdoor zeer ernstig gevaar veroorzaakt en was zich daarvan bewust – of had zich daarvan bewust moeten zijn. Veel te hard of onder invloed rijden valt daar ook onder, zou je misschien denken. Maar dat is niet per se het geval. Die misstappen worden – samen met onder andere bumperkleven, geen voorrang verlenen of gevaarlijk inhalen – in de wet genoemd als strafverzwarende omstandigheden. De wet noemt deze omstandigheden náást roekeloosheid, en zegt: als het ongeluk mede hierdoor is veroorzaakt, kan de straf met de helft worden verhoogd. En dat maakt het juridisch nog ingewikkelder, want door deze constructie moet er nóg meer aan de hand zijn voordat een rechter kan spreken van de zwaarste vorm van schuld: roekeloosheid. Dat maakt rechterlijke uitspraken over dodelijke verkeersongelukken vaak zo moeilijk te begrijpen. Gedrag dat in ieders beleving als roekeloos wordt ervaren, is juridisch gezien slechts een ‘grove verkeersfout’. En omdat de wettelijke lat voor roekeloosheid zo enorm hoog ligt, kan een rechter zelden de maximale straf opleggen (zie kader).

Wanneer wel?

Wanneer is er dan wel sprake van roekeloos rijden? Een bekende zaak is de ‘Tilburgse-kat-en-muis-zaak’. Twee automobilisten raceten veel te hard over de weg, haalden elkaar links en rechts in. Een levensgevaarlijk kat-en-muisspel. Bij een kruising reed een van de automobilisten ook nog door rood en knalde hierbij op een auto die van links kwam. De twee inzittenden van die auto overleefden het ongeluk niet. Zigzaggend over de weg rijden, te hard, door rood licht en daardoor een dodelijk ongeluk veroorzaken: zoveel moet er aan de hand zijn voordat roekeloosheid bewezen kan worden. Een ander voorbeeld waarbij roekeloosheid is bewezen is een ongeluk op de A7 in 2012. Hierbij kwam een jong meisje om het leven en raakten twee meisjes gewond. Ze zaten zonder gordel in een auto die werd bestuurd door een man die geen rijbewijs had – en dit was niet de eerste keer dat hij zonder rijbewijs achter het stuur kroop. Hij reed te hard, zigzagde over de weg, haalde gevaarlijk in en lette tijdens het rijden ook nog eens niet goed op.

Kan dat niet anders?

Veel slachtoffers en nabestaanden vinden de straffen die voor ernstige ongelukken worden opgelegd onrechtvaardig laag. De emoties lopen vaak hoog op, in de rechtszaal en op sociale media. Laat hun leed de rechters soms koud? Nee, daar is geen sprake van. Maar rechters moeten zich in hun uitspraken houden aan wat de wet voorschrijft. En wetten worden niet door rechters gemaakt, maar door politici. Zo werkt ons staatsbestel: verschillende staatsmachten controleren elkaar, niemand heeft het alleen voor het zeggen. Een goede zaak. Maar als de wet zo ingewikkeld is en zo ver afstaat van het alledaagse taalgebruik, is het niet gek dat mensen het soms niet begrijpen.

Dit artikel verscheen eerder in het magazine Rechtspraak.