Magda Koole

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechters > Bijzondere Rechters > Magda Koole

 

Magda Koole, rechter-commissaris bij de rechtbank Den Haag, reist over de wereld om getuigen te horen van oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid. De Haagse WIM-kamer - genoemd naar de Wet Internationale Misdrijven – behandelt die ver van hier gepleegde misdrijven. Het vooronderzoek dat rechter-commissaris (rc) Koole doet, helpt de zittingsrechters bij het vormen van een oordeel.

Portret van Magda Koole met toga over de schouder Magda Koole

 

Daders en slachtoffers

Oorlogsmisdaden, volkerenmoord, foltering op grote schaal, mensen laten verdwijnen en vernieling van werelderfgoed lijken ver van de Nederlandse werkelijkheid af te staan. Maar al is ons land niet in oorlog, Nederlanders kunnen wel dader of slachtoffer zijn van zulke misdrijven. Bovendien kunnen buitenlandse daders of medeplichtigen zich in Nederland bevinden. “De rechtbank Den Haag is dan bevoegd”, zegt Koole. “Ook als verdachten van oorlogsmisdaden later naar Nederland komen, bijvoorbeeld als asielzoeker.”

       

 

Bestraffen

Het ontstaan van de WIM-kamer vloeit indirect voort uit de Verdragen van Genève, waar veel landen bij zijn aangesloten. “Dat houdt in dat zij zoveel mogelijk moeten doen om oorlogsmisdadigers te bestraffen”, zegt de rc. “Nederland vat dat op als een verplichting om die misdadigers zelf te vervolgen. Daarmee kent ons land zichzelf dus internationale rechtsmacht toe. We zijn trouwens niet de enige; België, Duitsland, Frankrijk, Noorwegen en Canada bijvoorbeeld doen dat ook.”

       

 

Extra verantwoordelijk

Nederland voelt zich extra verantwoordelijk omdat het Internationaal Strafhof in Den Haag is gevestigd, zegt Koole. Maar waarom is er dan ook nog een WIM-kamer nodig? Koole: “Het Internationaal Strafhof heeft de handen vol aan hooggeplaatste verdachten, zoals (ex-)presidenten, andere regeringsleiders en hoge militairen. Maar er is een veel grotere groep minder bekende verdachten. Daar richt de WIM-kamer zich op. Sinds de oprichting in 2003 zijn bij ons ongeveer tien zaken afgehandeld; het Strafhof heeft er een paar kunnen afronden.”

       

 

Chemische wapens

Niet alleen de Rechtspraak, ook de politie en het OM hebben speciale teams opgericht om plegers van internationale misdaden op te sporen en te vervolgen. Zij gaan aan de slag met tips van getuigen (bijvoorbeeld asielzoekers die folteraars uit het land van herkomst tegenkomen in een asielzoekerscentrum) en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (als die een asielzoeker afwijst vanwege een verdenking van internationale misdrijven) of berichtgeving in de media. Op die manier heeft een Nederlandse zakenman 16,5 jaar gevangenisstraf gekregen voor het leveren van grondstoffen aan Saddam Hoessein, waarmee mosterdgas werd gemaakt dat duizenden Koerden doodde. Ook werden folteraars van het communistische regime in Afghanistan veroordeeld tot lange straffen, en Rwandezen die zich schuldig hadden gemaakt aan (opruien tot) genocide. Eén van hen kreeg levenslang.

       

 

Soepeler

Na een periode van pionieren verlopen de onderzoeken steeds soepeler, vertelt Koole. “Ze leveren steeds meer op. In het begin moest iedereen zoeken naar manieren om deze atypische zaken aan te pakken, maar in de loop der jaren bouw je ervaring op, waardoor volgende onderzoeken beter lopen.” Dat geldt ook voor de rc van de WIM-kamer, vertelt ze. “Wij hebben te maken met heel omvangrijke dossiers, waar veel haken en ogen aan zitten. De internationale component maakt het juridisch ingewikkeld. Verder moet ik al mijn diplomatieke gaven uit de kast halen om toestemming van autoriteiten te krijgen voor het horen van getuigen. En om de officier van justitie en de advocaat van de verdachte mee te nemen. Als de advocaat niet mee mag, moet de officier ook thuisblijven. We proberen dan een andere oplossing te vinden, bijvoorbeeld door een videoverbinding tot stand te brengen.”

       

 

Doorvragen

Voor een zaak over fondsenwerving voor de verboden Tamil Tijgers reisde Koole naar Sri Lanka. “Soms zeggen autoriteiten: stuur de vragen maar op, wij stellen ze wel”, vertelt ze. “Ik doe het veel liever zelf, want ik moet kunnen dóórvragen. In elke cultuur praten mensen anders over wat ze hebben gehoord of gezien. Je kunt te maken krijgen met getuigen die een verhaal van een derde in de ik-vorm te vertellen, omdat ze diegene vertrouwen. Of met mensen die autoriteiten altijd gelijk geven. Zij zullen alles beamen wat de officier van justitie ze voorlegt, waar een Nederlander direct zegt: ik heb dat niet gedaan. De enige manier om door zulke cultuurverschillen heen te prikken, is doorvragen en zaken heel expliciet maken. Dat maakt de verhoren - waar ook nog een tolk tussen zit - heel tijdrovend; ze kunnen soms dagen duren.”

       

 

Getraumatiseerd

Een extra obstakel vormt het feit dat veel mensen in oorlogsgebieden getraumatiseerd zijn. Dat kan invloed hebben op wat zij zich herinneren, vertelt Magda Koole. Tegelijkertijd motiveren die mensen haar om de waarheid boven water te halen. “Ik vind het heel belangrijk dat wij meehelpen om ook deze zaken te onderzoeken en de schuldigen te veroordelen.”