Thomas van Groeningen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechters > Bijzondere Rechters > Thomas van Groeningen

Thomas van Groeningen 

Strafrechters oordelen vaak over mensen die aan lager wal zijn geraakt en hun leven niet op de rails krijgen. Dat ligt bij de militaire kamer van de rechtbank Arnhem anders, zegt voorzitter Thomas van Groeningen (43). Aflevering 3 in een serie over bijzondere kamers in ons rechtsstelsel, die zich bezighouden met specialistische onderwerpen. Wie werken daar en wat houdt hen bezig?

 

Wat is de maandagkamer?

"De meervoudige kamer bij de Arnhemse rechtbank die strafzaken tegen militairen behandelt. Die houdt altijd zitting op maandag, vandaar. In veel landen komen militairen voor de krijgsraad als ze de wet hebben overtreden, maar bij ons behandelen sinds 1991 gewone rechters zulke zaken, bijgestaan door één militair. Daartoe is besloten om te voorkomen dat de krijgsmacht een eigen wereldje binnen de samenleving vormt, waar verder niemand zicht op heeft. Strafzaken tegen Nederlandse militairen worden door de rechtbank Arnhem behandeld en in hoger beroep door het gerechtshof Arnhem. Eenvoudige zaken komen voor de militaire politierechter of kantonrechter. Die rollen vervul ik ook regelmatig. Al met al ben ik de helft van de tijd bezig met militaire en de andere helft met gewone rechtszaken."

       

 

Waarom hebben militairen een aparte kamer?

"Omdat er speciale wetten zijn die alleen voor militairen gelden: het militair tuchtrecht en het Wetboek van Militair Strafrecht. Militairen hebben een bijzondere positie, ze kunnen altijd over wapens beschikken, worden ook opgeleid om geweld te gebruiken en werken in een hiërarchische wereld, met eigen regels en overtredingen. Bevelen moeten worden opgevolgd, wapens mogen alleen onder bepaalde voorwaarden worden afgevuurd, ongeoorloofde afwezigheid kan als deserteren worden beschouwd. In de burgermaatschappij word je ontslagen als je niet op je werk verschijnt, in het leger kan je daar gevangenisstraf voor krijgen."

       

 

Gevangenisstraf?

"Dat kan, maar in de praktijk wordt het door verzachtende omstandigheden vaak een boete of taakstraf. Deserteurs blijken nogal eens psychische problemen te hebben waardoor ze zich niet hebben gemeld. Wij onderzoeken of het gedrag verwijtbaar is en of het gevaar heeft opgeleverd. Ik heb bijvoorbeeld meegemaakt dat een militair in Irak in slaap was gevallen tijdens het wachtlopen, terwijl het daar toen behoorlijk onveilig was. Gelukkig was er die nacht geen aanval. De man erkende dat het gebeurd was, maar voerde aan dat hij een grote slaapachterstand had omdat hij in een ongekoelde cabine moest slapen, waar het ’s nachts veertig graden was.

Wie veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf van maximaal zes maanden gaat naar de militaire gevangenis in Stroe. Daar is een kazerne waar gedetineerden hun conditie en vaardigheden op peil kunnen houden, zodat ze, voor zover Defensie ze niet ontslaat, na hun straf weer als militair ingezet kunnen worden. Een langere gevangenisstraf dan zes maanden leidt tot verlies van de veiligheidsverklaring en daarmee automatisch tot ontslag."

       

 

Behandelt de militaire kamer alleen delicten die met het beroep te maken hebben?

"Nee, meestal niet. Het enige criterium is dat de verdachte militair was toen hij het strafbare feit pleegde. Militairen rijden ook wel eens onder invloed of maken zich schuldig aan uitgaansgeweld, zonder dat dat verband houdt met hun werk. Omdat het gaat om mensen met een vast inkomen zien we relatief weinig vermogensdelicten. Gewelds- en zedendelicten zijn weer geen uitzondering. Dat is verklaarbaar omdat bij de krijgsmacht veel jonge mannen werken, maar het kan ook zijn dat ze op uitzending iets hebben meegemaakt waardoor ze hun agressie niet goed kunnen reguleren, of dat de stoppen doorslaan doordat ze een traumatische gebeurtenis herbeleven. Daar zijn wij altijd alert op. Vooral de militaire leden van onze kamer hebben daar een scherp oog voor. Zij zijn zelf uitgezonden geweest en weten precies wat daar allemaal bij komt kijken."

       

 

Had de krijgsmacht altijd al uw belangstelling?

"Helemaal niet, het is gewoon een functie bij deze rechtbank waar ik via het roulatiesysteem in terecht ben gekomen. Maar inmiddels vind ik het erg leuk dat ik die wereld steeds beter leer kennen. We gaan wel eens kijken bij een oefening of op werkbezoek bij een krijgsmachtonderdeel, dat is heel nuttig. Verder vind ik de sfeer in de maandagkamer bijzonder. Bij gewone strafzaken komen verdachten vaak niet opdagen maar bij ons verschijnt meer dan 90 procent, dat maakt de zitting anders. Het zijn over het algemeen correcte mensen, gezagsgetrouw en betrokken. Ze hebben allemaal een baan en gebruiken een eigen jargon. Geen 'ja' of 'nee', maar 'positief' of 'negatief'. Vaak laten ze zich bijstaan door een militair raadsman, een officier die hen goed kent. Die geeft meestal een wat meer op de persoon toegespitst betoog dan de gemiddelde advocaat.

De zaken zijn vaak professioneel heel interessant. Ik was als rechter(-commissaris) betrokken bij de strafzaken tegen Eric O. en Marco Kroon, allebei gerespecteerde militairen, die vervolgd werden en uiteindelijk (grotendeels) vrijgesproken. Zowel het OM als de advocaten maken van dit soort zaken bovengemiddeld veel werk, dat maakt het extra boeiend. Toen ik pas rechter was in Arnhem heeft de militaire kamer de Herculesramp behandeld, een noodlottig vliegtuigongeluk, met tientallen doden. Twee militairen stonden daarvoor terecht, maar ook zij zijn vrijgesproken. Die zaak heeft op mij een grote indruk gemaakt."

       

 

Is er veel veranderd sinds de afschaffing van de dienstplicht?

"Ja. Vroeger waren er veel meer tuchtzaken om dienstplichtigen in het gareel te houden. Dienstweigeraars bestaan niet meer, het zijn nu allemaal professionals die er belang bij hebben hun baan te houden. Wij behandelen nog maar twee keer per jaar tucht-appelzaken. Daarbij moet je denken aan militairen die te laat op de kazerne komen of een bevel niet opvolgen. Zij krijgen een straf, meestal een boete, en kunnen daartegen in hoger beroep bij de rechtbank, maar dat gebeurt dus nog maar heel weinig."

       

 

Is een speciale militaire kamer dan nog wel nodig?

"Jazeker. Niet alleen vanwege de kennis van de specifieke bepalingen en bevoegdheden die met de krijgsmacht samenhangen, maar bijvoorbeeld ook vanwege het feit dat wij over de hele wereld jurisdictie hebben over Nederlandse militairen. Een uitgezonden militair die een misdrijf pleegt in Afghanistan wordt door ons berecht. Je moet er toch niet aan denken dat hij voor een Afghaanse rechter moet komen. Bovendien is de kennis en ervaring van onze militaire leden van onschatbare waarde."