Perry-Quak

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechters > Bijzondere Rechters > Perry-Quak

Wat is de Militaire Kamer?

De militaire kamer in Arnhem berecht Nederlandse militairen die verdacht worden van strafbare feiten, waar ook ter wereld begaan. En het is de hoogste rechterlijke instantie in militaire tuchtzaken. Vroeger had Nederland een Krijgsraad, maar die is in 1991 opgeheven en vervangen door militaire kamers bij de rechtbank en het gerechtshof, voor hoger beroep.
Bijzonder is dat bij ons niet alleen reguliere rechters rechtspreken, maar ook 3 militairen: kolonels die tevens jurist zijn. De meervoudige militaire kamer (die zwaardere strafzaken behandelt) bestaat uit 2 burgerrechters in toga en een militair lid in uniform. Eenvoudige strafzaken komen voor een alleen zittende militaire politierechter of kantonrechter. Die rollen vervul ik regelmatig.

Portret van Perry QuakPerry Quak

Waarom hebben militairen een aparte kamer?

Militairen hebben een bijzondere positie. Ze kunnen altijd over wapens beschikken en moeten die soms ook gebruiken. Een fout met een vuurwapen kan heel wat ernstiger gevolgen hebben dan menige fout die een burger tijdens het werk maakt. Bovendien werken ze in een hiërarchische wereld, met eigen regels en verhoudingen. Daarom zijn er speciale wetten en regels die alleen voor militairen gelden. Worden ze uitgezonden voor internationale missies (denk maar aan de VN-missie in Mali of de NAVO-missie in Afghanistan) dan moeten ze zich houden aan allerlei regels op het gebied van internationaal recht en oorlogsrecht.
Voor de eigen veiligheid en die van de burgerbevolking is het van groot belang dat militairen bevelen opvolgen, op hun collega’s kunnen vertrouwen en wapens alleen gebruiken onder bepaalde omstandigheden. Wie in de burgermaatschappij zomaar wegblijft van zijn werk, kan worden ontslagen. In het leger kan dat als desertie worden beschouwd en tot gevangenisstraf leiden.

Gevangenisstraf?

Ja, dat komt voor, maar wij kunnen ook een taakstraf of boete opleggen. Deserteurs bijvoorbeeld blijken nogal eens psychische problemen te hebben. Wij onderzoeken in hoeverre hun gedrag verwijtbaar is en beoordelen of zij een onveilige situatie hebben veroorzaakt. Verder houden we ook rekening met de bijzondere omstandigheden waaronder militairen moeten werken. Ik heb bijvoorbeeld meegemaakt dat een militair werd veroordeeld wegens diefstal aan boord van een schip. Dat vinden wij zeer ernstig. Zo’n schip is relatief klein en er zijn veel mensen aan boord, dan is harmonieus samenleven erg belangrijk. Diefstal kan dan voor veel onrust zorgen en het onderlinge vertrouwen van de bemanning aantasten. Dat kan het functioneren van het hele schip in gevaar brengen. Daarom bestraffen wij zo’n diefstal vaak zwaarder dan een vergelijkbaar vergrijp in de burgermaatschappij.
Militairen die maximaal 6 maanden gevangenisstraf krijgen, gaan naar een speciale militaire gevangenis in Stroe. Daar is een kazerne waar gedetineerden hun conditie en vaardigheden op peil kunnen houden, zodat ze na hun straf weer als militair ingezet kunnen worden. Tenzij ze vanwege de veroordeling hun veiligheidsverklaring verliezen. Dan volgt doorgaans ontslag door Defensie.

Behandelt de militaire kamer alleen delicten die met het beroep te maken hebben?

Nee, meestal niet zelfs. Het enige criterium is dat de verdachte militair was toen hij of zij het strafbare feit pleegde. Militairen rijden ook wel eens onder invloed of maken zich schuldig aan uitgaansgeweld, zonder dat dat verband houdt met hun werk. Opvallend is dat wij relatief weinig vermogensdelicten zien - mogelijk omdat alle militairen een vast inkomen hebben. Gewelds- en zedendelicten zijn juist geen uitzondering. Dat komt denk ik omdat bij de krijgsmacht veel jonge mannen werken. Maar het kan ook zijn dat ze op uitzending iets hebben meegemaakt waardoor ze hun agressie niet goed kunnen reguleren, of dat de stoppen doorslaan doordat ze een traumatische gebeurtenis herbeleven. Daar zijn wij altijd alert op. Vooral de militaire leden hebben daar een scherp oog voor.

Had de krijgsmacht altijd al uw belangstelling?

Tijdens mijn rechtenstudie koos ik militair recht als bijvak. Daarna moest ik als reserveofficier in militaire dienst en toen ik later een postdoctorale opleiding deed, ging mijn afstudeerscriptie over de politietaken van de Koninklijke Marechaussee. Dus ja, er is een connectie. En ik moet zeggen dat ik daar nu wel profijt van heb. Het maakt dat ik oog heb voor de bijzondere omstandigheden waaronder militairen hun werk moeten doen. Ik zet me ervoor in dat de militaire kamer daar begrip voor heeft, bijvoorbeeld door regelmatige bezoeken aan legeronderdelen. Eind 2016 hebben we nog een werkbezoek aan de Nederlandse VN-militairen in Mali gebracht. ‘Situational awareness’ noem ik dat; dat is heel nuttig.

Is er veel veranderd sinds de afschaffing van de dienstplicht?

Ja. Vroeger waren er veel meer tuchtzaken om dienstplichtigen in het gareel te houden. Daarbij moet je denken aan militairen die te laat op de kazerne komen of een dienstbevel niet opvolgen. Zij krijgen een tuchtstraf, meestal een boete, en kunnen daartegen in beroep bij de militaire kamer. Tegenwoordig hebben we nog maar een paar tuchtzaken per jaar. Dat komt, denk ik, doordat militairen nu allemaal professionals zijn, die er belang bij hebben hun baan te houden.

Is een speciale militaire kamer dan nog wel nodig?

Jazeker. Niet alleen vanwege de kennis van de specifieke bepalingen, omstandigheden en bevoegdheden die met de krijgsmacht samenhangen, maar bijvoorbeeld ook vanwege het feit dat wij over de hele wereld jurisdictie hebben over Nederlandse militairen. Een uitgezonden militair die een misdrijf pleegt in Afghanistan wordt door ons berecht. Je moet er toch niet aan denken dat hij voor een Afghaanse rechter moet komen. Bovendien is de kennis en ervaring van onze militaire leden van onschatbare waarde.