Polly van Dijk

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechters > Bijzondere Rechters > Polly van Dijk

'Ook 16-jarige moet uitspraak rechter kunnen begrijpen'

De strafzaak tegen Robert M., die tientallen jonge kinderen had misbruikt, maakte 5 jaar geleden grote indruk op Polly van Dijk. ‘Ik ben al 26 jaar rechter en had ook veel ervaring met zedenzaken, maar dit was van een ongekende heftigheid’, zegt ze. ‘Als ik door de stad fietste en een baby in een kinderwagen zag, kreeg ik allemaal associaties. Daar werd ik gewoon naar van. Terwijl ik niet eens de filmbeelden van het misbruik heb gezien, zoals de andere rechters.’ Van Dijk behandelde die zaak namelijk niet zelf. Ze was erbij betrokken als persrechter, net als bij de 1e Wilders-zaak en bij het grote liquidatieproces Passage.

Portret van Polly van DijkPolly van Dijk

Via het vonnis

Rechters spreken via hun vonnis. Dat is een principieel uitgangspunt in de rechtspraak. Verdachten moeten ervan uit kunnen gaan dat het vonnis het vonnis is, en dat de rechter daar niet ineens iets aan toevoegt als hij het achteraf toelicht. Daarom hebben alle rechtbanken speciale woordvoerders: de persrechters. Zij leggen bij zaken met veel media-aandacht de kern van de uitspraak uit voor de camera’s, op de radio of aan verslaggevers van kranten en websites. Polly van Dijk is één van de persrechters voor strafzaken bij de rechtbank Amsterdam. Ze werd een aantal jaar geleden door het toenmalige hoofd communicatie gevraagd om persrechter te worden, nadat ze op de begrafenis van een collega een toespraak had gehouden.

 

 

Voor de mensen

Het is een vorm van evenwichtskunst, het toelichten van een uitspraak. ‘Je wilt het goed doen voor je collega’s die de uitspraak hebben gedaan en dus een genuanceerd verhaal vertellen. Maar het belangrijkste blijft toch dat de buitenwereld het oordeel van de rechtbank begrijpt. Bij mijn eerste mediatraining werd gezegd: “Het gaat om die mensen, jij staat er voor hen. De nuances moet je vergeten.” Dat probeer ik altijd in mijn achterhoofd te houden.’ Welke taal ze daarbij gebruikt, is volgens haar belangrijk. Een 16-jarige moet het ook begrijpen. Uitdrukkingen als ‘ernstige bezwaren en gronden’ – voor rechters heel normaal – probeert ze daarom te vermijden.

 

 

Snelle jachten en dikke auto’s

Van Dijk vindt dat rechters de laatste jaren enorme stappen hebben gezet om uitspraken duidelijker te maken voor de gewone burger. Er worden steeds vaker voorleesvonnissen gemaakt. Dat zijn korte samenvattingen zonder ingewikkelde juridische termen, speciaal bedoeld om voor te lezen in de rechtszaal. ‘Dat maakt het werk voor mij ook makkelijker, want ik kan daar uit putten voor mijn verhaal. Zo gebruikten collega’s in een fraudezaak het voorbeeld dat de verdachten van het buitgemaakte geld snelle jachten en dikke auto’s hadden gekocht. Daar krijgen mensen meteen een beeld bij.’

 

 

Cameramomenten

Telefonische vragen voor kranten of radio handelt ze meestal alleen af. ‘Dan lees ik het vonnis en dat is vaak genoeg om de vragen te kunnen beantwoorden.’ Bij televisie is niet alleen de inhoud van belang, maar ook hoe de persrechter overkomt op beeld. ‘Ik probeer de uitspraak en de achtergronden zoveel mogelijk in mijn hoofd te hebben in plaats van kant-en-klare antwoorden op papier voor te bereiden. Dat geeft me een bepaalde ontspannenheid en dan ziet het er minder stijf uit. Bij spoedklussen is er helaas vaak geen tijd voor zo’n zorgvuldige voorbereiding.’ Ze bereidt de cameramomenten samen met het hoofd communicatie voor. Hij is er ook bij als ze in actie moet komen. ‘Dan staat hij achter de interviewer en kijkt of het goed gaat. Af en toe gebaart hij bijvoorbeeld dat ik wat langzamer moet praten, of hij steekt zijn duim omhoog als hij vindt dat het goed gaat.’

 

 

Kritiek

In het begin was ze bang voor moeilijke vragen van journalisten, maar in de praktijk blijkt het reuze mee te vallen. Van Dijk vindt dat de meeste journalisten goed geïnformeerd zijn. ‘Ze stellen zinnige vragen.’ Het enige dat ze wel eens vervelend vindt, is als haar verhaal van een paar minuten ’s avonds op tv ingekort blijkt te zijn tot een paar seconden. ‘Dan wordt wat ik heb uitgelegd toch nog uit zijn verband getrokken.’ Wat altijd spannend blijft, is dat ze in haar enthousiasme om het goed uit te leggen iets verkeerds kan zeggen. Gelukkig is dat nog nooit voorgekomen. Kritiek van collega’s krijgt ze nauwelijks. ‘Mijn kinderen zijn mijn grootste critici. Zo zei mijn jongste zoon ooit dat ik wel erg vaak “eh” zei.’

 

 

Grote impact

Van Dijk heeft inmiddels de nodige ervaring met het begeleiden van zaken waar alle ogen op gericht zijn. ‘In die grote zaken was ik bij vrijwel alle zittingen aanwezig. Elke pauze stond er een aantal journalisten met vragen om me heen. Dan heb je als persrechter echt een belangrijke functie. Ik verbeeld me dat het mede daardoor goed in de kranten kwam.’ Ze schoof in de tijd van de zaak van Robert M. ook een paar keer aan bij de lokale zender AT5, om te vertellen wat er die week in het proces gebeurd was en wat er volgende week aan bod zou komen. ‘Die zaak had op alle betrokkenen een grote impact. Er was voor de rechters een psycholoog beschikbaar en na elke zitting zaten het hoofd communicatie en ik klaar met nootjes en een borrel, om na te praten. Het was fijn om er op die manier met z’n allen even los van te komen.’

 

 

Gewoon rechter

Ze wordt voor haar persrechterswerk in grote zaken speciaal ‘uitgeroosterd’, zodat ze geen eigen zaken hoeft te behandelen. Dat is volgens Van Dijk de grootste misvatting die bestaat over persrechters: dat ze dat werk fulltime doen. ‘In werkelijkheid is het maar een klein deel van mijn werk, zo’n 5 tot 10 procent’, zegt ze. ‘De rest van de tijd ben ik gewoon strafrechter.’ Haar bijzondere taak laat wel zijn sporen na in haar werk als strafrechter. ‘Sinds ik ook als persrechter werk, doe ik nog meer mijn best om zo duidelijk mogelijk te vertellen waarom ik bepaalde beslissingen neem.’

Een beknopte versie van dit artikel verscheen eerder in het magazine Rechtspraak.