Rechtstreeks 2005

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtspraak in Nederland > Rechtstreeks > Rechtstreeks 2005

 Rechtstreeks 2005

>Alles uitklappen
  • Rechtstreeks 2005 nr.4.

    Achtergrond van onderzoek

    Het project is in het najaar van 2004 gestart en is uitgevoerd door het Instituut voor Rechtssociologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit in Nijmegen. De afronding vond eind november 2005 plaats. Het complete eindverslag — Meer van minder in de rechterlijke macht: Etnische diversiteit onder rechters in zes landen —, verschijnt in 2006 bij Wolf Legal Publishers, Nijmegen. In dit nummer van Rechtstreeks wordt een samenvattend overzicht weergegeven van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek.

    De centrale vraag is: welke drempels bestaan er voor leden afkomstig uit etnische minderheidsgroepen en in welke mate sorteren welke wervings- en selectiemechanismen het meeste effect in termen van toegang tot het beroep.

    Inhoud

    Op basis van documentenanalyse, literatuurstudie en interviews met betrokkenen wordt door de onderzoeksters een gedetailleerd beeld geschetst van de aanpak in Nederland en vijf immigratielanden (Canada, Duitsland, Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten). De opzet van het onderzoek is als volgt. Een bespreking van een aantal verschillen tussen de onderzochte landen. Deze verschillen zijn waarschijnlijk mede van invloed op de instroom van minderheden in de rechterlijke macht. Vervolgens volgt een analyse van de instroom van etnische minderheden in de rechterlijke macht in Nederland en de vijf andere landen. Hierna worden discussies over de diversiteit van de rechterlijke macht en vormen van diversiteitsbeleid of positieve actie bij de rekrutering van rechters beschreven. Hierop volgt een analyse van factoren die de toetreding van ‘nieuwkomers’ tot de rechterlijke macht belemmeren of stimuleren. Ten slotte worden lessen voor Nederland uit de ervaringen in andere landen getrokken.

    Engels vertaling:

    The Judiciary Quarterly; Ethnic minority representation in the judiciary: diversity among judges in old and new countries of immigration

     

  • Rechtstreeks 2005 nr. 3.

    Erratum

    In de verzonden tekst van Rechtstreeks 3 staat een aantal fouten, die hieronder staan vermeld. De volledig gecorrigeerde tekst staat op deze site en kan via bovenstaande link worden gedownload.

    p.11 Box 1
    Op regel 10 zijn de sectorbenamingen m.b.t. de verzoekschrifprocedures verwisseld. De linkerkolom: Sector kanton, verzoekschriften; de rechterkolom: Sector Civiel, verzoekschriften
    p. 13 onder figuur 2.2
    De juiste legenda zijn: Grijs: Rechtbank; Oranje: Overige gerechten.
    p.22 Box 3
    Figuur 3.1 mist een kolom en de legenda.

    Het WODC (ministerie van Justitie) en de Raad voor de rechtspraak hebben samen een eerste versie van een prognosemodel voor de instroom van zaken bij de civiele en bestuursrechter ontwikkeld. Een dergelijk model heeft tot doel de begroting van de Raad voor de rechtspraak en het ministerie van Justitie beter te onderbouwen en transparanter te maken. Tevens kan het op termijn de gerechten inzichten geven om hun jaarplannen nader te onderbouwen.

    Het ontwikkelde model is bedoeld om voor een termijn van vijf à zeven jaar prognoses te maken van de instroom van civiele en bestuurszaken in eerste aanleg, hoger beroep en cassatie bij de verschillende gerechten. Het gaat daarbij om prognoses per arrondissement of ressort, met een indeling in verschillende typen zaken. Het model brengt de instroom van zaken bij de rechter in verband met maatschappelijke achtergrondfactoren, de beschikbaarheid van rechtshulp en de door rechtzoekenden te betalen kosten.

    Het in het rapport beschreven prognosemodel voor de civielrechtelijke en bestuursrechtelijke keten is nadrukkelijk een eerste versie. De ambitie van WODC en Raad voor de rechtspraak is om het model in de komende jaren te verbeteren en uit te breiden.

     

  • Rechtstreeks 2005 nr. 2 (pdf, 284,1 KB). Ditmaal aandacht voor een van de grote beleidsprioriteiten: snelheid van afdoening. Roland Eshuis, die als onderzoeker bij het WODC al meerdere keren dit onderwerp belicht heeft, presenteert nieuwe gegevens over de civiele bodemprocedures bij de rechtbank. In de afgelopen jaren is een groot aantal maatregelen genomen om de duur van die procedures te verkorten. Hebben die maatregelen nu ook effect? Ja! De procedures blijken gemiddeld bijna vijf maanden korter te duren dan tien jaar geleden. Het percentage zaken dat binnen een jaar is afgerond steeg van 34 naar 49 procent. Het geheim van de smid is dat tegenwoordig reeds in een tamelijk vroeg stadium van de procedure de partijen voor de rechter moeten verschijnen, waar de procedure vroeger goeddeels schriftelijk verliep. Toch is de veel bekritiseerde cultuur van uitstel vragen en uitstel verlenen, die zo kenmerkend werd geacht voor de civiele procesgang, nog niet verdwenen. Ook vandaag nog is uitstel de regel, en de dingen op tijd doen de uitzondering.

    Eddy Bauw en Frans van Dijk, werkzaam op de afdeling Ontwikkeling van het bureau van de Raad, gaan in op het maatschappelijk belang van een snelle rechtspraak. Het is immers een zaak die grote investeringen vergt en dus dringt zich de vraag op welk maatschappelijk belang daarmee gemoeid is. Zij besteden aandacht aan de wachttijd als rantsoeneringsmechanisme en aan het preventie-effect van snelle afdoening.

     

  • Rechtstreeks 2005 - nr. 1 (pdf, 266,2 KB). In dit nummer wordt de Nederlandse rechtspraak – de organisatie en de praktijk – vergeleken met die in Denemarken. Waarom juist Denemarken? Het antwoord is kort en goed: omdat het land sterk op het onze lijkt en het juist wat justitie betreft beter lijkt te doen dan wij.

    Internationaal vergelijkend onderzoek is een niet meer weg te denken onderdeel van wetenschappelijk en beleidsmatig onderzoek. Het is echter wel zaak steeds voor ogen te houden wat het achterliggende belang van zulke vergelijking is: het verkrijgen van een maatstaf waaraan men de eigen praktijk kan beoordelen. Hoe effectief en of efficiënt is onze wijze van doen en wat kunnen we van anderen leren? Denemarken scoort in internationaal onderzoek naar de kwaliteit van het openbaar bestuur en de verdeling van de welvaart net wat beter dan wij. Dat maakt nieuwsgierig wat betreft de justitiesector, de rechtspraak in het bijzonder. Daarover is – of beter: was tot nu toe – weinig bekend.

    De in deze aflevering van Rechtstreeks gepresenteerde vergelijking berust op een aantal vergelijkende onderzoeken; studies die deels verricht zijn in opdracht van de Raad, deels op onderzoek verricht op initiatief van derden. Wat het eigen onderzoek betreft, daarbij valt te wijzen op: de casestudie: Denemarken-Nederland; de rechtspleging vergeleken (Tak en Fiselier, 2004), het onderzoek Bench Marking in an International Perspective (Blank e.a., 2004) en het SCP-onderzoek Vertrouwen in de rechtspraak (Dekker e.a., 2004). Een recent onderzoek specifiek op de rechtspraak betrekking hebbend is European Judicial Systems 2002, verricht in opdracht van de European Commission for the Efficiency of Justice, Council of Europe (CEPEJ, 2004).

    Naast een schets van Denemarken en Nederland in demografische, sociaal-economische en sociaal-culturele termen, wordt de bredere juridische infrastructuur en de rechtspraak in het bijzonder beschreven. Kern vormt de vergelijking van de prestaties van rechtspraak in beide landen, zowel in termen van doelmatigheid als in termen van kwaliteit. Wordt bij het eerste gekeken naar de verhouding tussen financiële en personele inzet en de omvang van de productie, bij het tweede wordt gelet op de mate waarin de rechtspraak publiek vertrouwen genereert.