Rechtstreeks 2006

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtspraak in Nederland > Rechtstreeks > Rechtstreeks 2006

 Rechtstreeks 2006

>Alles uitklappen
  • Rechtstreeks 2006 nr 2. Onderzocht is welke procedure(s) van zaakstoewijzing op grond van opgedane ervaring — zowel in voor ons land relevante andere rechtssystemen als die in eigen land — zouden aanbevelenswaardig zijn om in ons land ingevoerd te worden?

    Onder leiding van de auteurs Philip Langbroek (Universiteit Utrecht) en Marco Fabri (Universiteit Bologna) — beiden leiding gevend aan de Studygroup on Management and Delivery of Justice — is in opdracht van de Raad voor de rechtspraak een onderzoek uitgevoerd naar de toedeling van zaken binnen het gerecht in Denemarken, Duitsland (Noordrijn-Westfalen), Engeland & Wales, Frankrijk en Italië.

    De inrichting van de toedelingsprocedure van zaken binnen gerechten vormt een onderdeel van het kwaliteitssysteem RechtspraaQ. Omdat dit onderdeel in ons land tot nu nauwelijks object van expliciete discussie en beleidsvorming is geweest, heeft de Raad in 2004 de opdracht verstrekt tot het kennis nemen van de situatie in omringende landen in de hoop dat wij daarvan zouden kunnen leren.

    Door vijf lokale onderzoeksteams is aandacht besteed aan respectievelijk de geldende rechtsregels, de toepassing daarvan in de praktijk en de waardering van regels en praktijk door rechters, gerechtsbesturen en stakeholders. Het nummer wordt afgesloten met een langs dezelfde driedeling gestructureerde korte schets van de stand van zaken in ons land. Vervolgens worden vier spanningsvelden gesignaleerd.

    De toenemende flexibilisering van de inzet van rechters omwille van de optimale benutting van capaciteit levert spanning op met betrekking tot de waarborging van de integriteit.
    De deskundigheid van rechters staat ter discussie in die zin dat de veronderstelling dat een rechter overal inzetbaar moet zijn spanning oplevert met betrekking tot die veronderstelde deskundigheid.
    Debet aan het knagen aan het vertrouwen in rechters en gerechten is de toegenomen zichtbaarheid van het werk via de media.
    Bij de zaakstoedeling wordt tot nu toe zeer sterk op de door rechters geïnternaliseerde professionele waarden van onafhankelijkheid en onpartijdigheid afgegaan. Hoe sterk dit ethos ook is, het alleen afgaan daarop houdt een risico in.

     

  • Rechtspraaklezing 2006. Wat is de rechter waard? Trias: Kneuterdijk tussen Binnenhof en Noordeinde. ‘Rechtspraaklezing’ die mr. A.H. van Delden hield ter gelegenheid van de opening van het nieuwe gebouw van de Raad voor de rechtspraak door H.M. de Koningin op 16 mei 2006.

     

  • Rechtstreeks 2006 - nr. 4. Via de invoering van de gelijknamige wet (1998) werd beoogd problematische schulden meer langs minnelijke weg te saneren. Dit werd gedaan door de invoering van een wettelijk traject dat moest fungeren als stok achter de deur. Verondersteld werd dat crediteuren dan meer tot een minnelijke schikking te bewegen zouden zijn.

    Wat er gebeurde was dat het percentage om een minnelijke regeling daalde en het beroep op de rechter tot onvoorziene hoogte is opgelopen. De wet heeft in dat opzicht dus niet zijn doel bereikt. Hoe deze gang van zaken valt te begrijpen en langs welke wegen de wetgeving invloed had op het gedrag van crediteuren en hulpverlenende instanties, dat wordt door Nadja Jungmann, die vorig jaar over dit alles een proefschrift schreef, bondig uiteengezet.

     

  • Rechtstreeks 2006 - nr. 3. In de rechtspolitieke en rechtsfilosofische literatuur buitelen de eisen die gesteld worden aan de rechter over elkaar heen. De auteur van dit nummer beschrijft vier typen rechters: de gezaghebbende, de neutrale, de efficiënte en de coöperatieve. Deze rechtersbeelden worden in afzonderlijke paragrafen beschreven. Het betoog wordt op dezelfde manier opgebouwd zodat de contrasten tussen de vier rechtersbeelden zo scherp mogelijk — welhaast verabsoluteerd — worden. In de boxen, behorende bij de verschillende paragrafen, worden relevante en illustratieve citaten uit de literatuur weergegeven. Hierdoor krijgen de verschillende auteurs aan het debat een voor de lezer herkenbare plaats toegewezen. Wanneer de vier rechtersbeelden over elkaar worden geschoven, dan verschijnt het beeld van de meervoudige rechter. Dit is een rechter die zich goed bewust is van het feit dat er voortdurend met meerdere maten zal worden gemeten. De meervoudige rechter weet dat hij aan alle eisen moet voldoen en daarop kan worden afgerekend. Dat is geen eenvoudige zaak. Het is duidelijk, de meervoudige rechter is een ‘ideaaltype’ in de oorspronkelijke betekenis van het woord, en daarmee voorbij de menselijke maat.

     

  • Rechtstreeks 2006 - nr 1. In het eerste deel van dit nummer van Rechtstreeks presenteren Prechal en van Ooik een geactualiseerde Nederlandstalige samenvatting van de belangrijkste onderzoeksbevindingen van het in 2005 verschenen onderzoek: Europeanisation of the Law: Consequences for the Dutch Judiciary.

    Op basis van een analyse uit het verleden wordt een beschrijving gegeven welke ontwikkelingen de komende jaren de belangrijkste in het Europese recht zullen zijn. Deze trends worden afzonderlijk besproken. Vervolgens wordt aangegeven hoe deze trends de (organisatie van de) Nederlandse rechtspraak kunnen beïnvloeden. De onderzoekers adviseren de Rechtspraak een aantal maatregelen te treffen om (vroegtijdig) te anticiperen op deze trends. Het is hierbij van belang dat rechters doorlopend bijgeschoold worden in het Europees recht. De organisatie van de Rechtspraak moet zich tijdig aanpassen aan de veranderende Europese wetgeving. Tegenstrijdigheden tussen (ontwikkelingen in) het Europese en het nationale recht moeten hierbij zichtbaar worden gemaakt. Ten slotte is het zaak om nationale en internationale kennisnetwerken van rechters te versterken. De voorgestelde maatregelen moeten het mogelijk maken om de Europese trends constant op de voet te volgen, en naar aanleiding daarvan tijdig actie te ondernemen.

    In het tweede deel van dit nummer zijn drie geactualiseerde commentaren opgenomen die op 14 oktober 2005 tijdens een expertmeeting naar aanleiding van het verschijnen van bovengenoemd rapport zijn gegeven. Van der Schans gaat specifiek in op de gevolgen van de trend van een verdergaande europeanisering van het strafrecht. Meij bespreekt de toenemende complexiteit van het Europese recht. Ten slotte reageert Geelhoed op de trend dat de handhaving van het Europese recht enerzijds centraliseert en anderzijds decentraliseert.