Kamer bespreekt aparte begroting Rechtspraak

Op dit moment is de begroting van de Rechtspraak onderdeel van de begroting van het ministerie van V en J. Door deze constructie is de financiering van de Rechtspraak onderdeel van beleidskeuzes, terwijl in de Wet op de rechterlijke organisatie (Wro) staat dat financiering op objectieve gronden plaats moet vinden volgens een objectieve systematiek. De Raad voor de rechtspraak pleit al geruime tijd voor een niet-departementale begroting. Dat past beter bij de aparte positie die de Rechtspraak als derde onafhankelijke staatsmacht heeft.
Principieel
De minister van Veiligheid en Justitie Van der Steur zei geen aanleiding te zien voor het amendement, niet op financiële en niet op rechtsstatelijke gronden. Hij zei dat het hier om een principiële discussie gaat, dat eventuele gevolgen niet goed te overzien zijn en dat er aanvullend onderzoek nodig is. Hij pleitte er voor dat de loskoppeling eventueel in het nieuwe regeerakkoord wordt geregeld.
Zorgvuldig
Van Nispen van de SP, initiator van het amendement, benadrukte dat er bijzonder zorgvuldig te werk is gegaan. Er is bij de vormgeving ervan ambtelijke ondersteuning geweest, er zijn wetenschappers en deskundigen geconsulteerd. Hij zei dat de Rechtspraak een bijzondere positie heeft en dat die in de financiering tot uitdrukking moet komen. Hij noemde de Raad van State, de Nationale ombudsman, de Kiesraad en de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten als voorbeelden van instanties die ook een aparte, niet-departementale begroting hebben. Van Nispen zegde wel toe een wijziging in het amendement aan te zullen brengen die nog beter duidelijk maakt dat er aan de huidige bekostigingssystematiek niets wijzigt en dat het enige doel is rechtspraak op objectieve wijze te bekostigen. Van Nispen: ‘Het enige verschil met nu is dat de Rechtspraak door dit amendement niet meer als een uitvoeringsorganisatie van V en J kan worden gezien.’
Netherlands Commercial Court
Tijdens het debat kwam ook het Netherlands Commercial Court ter sprake. Dat is een speciale voorziening die de Rechtspraak in het leven wil roepen om internationale handelsgeschillen te beslechten. De voorbereidingen zijn al in volle gang, maar er is wetgeving nodig om echt van start te kunnen gaan. Dit is onder meer nodig om in het Engels te kunnen procederen (Zie ook: Plan voor speciale handelsvoorziening definitief). De minister zei in zijn antwoord ‘groot voorstander’ van het NCC te zijn. Het conceptwetsvoorstel is klaar en het wordt snel ingediend, aldus de minister. De Rechtspraak wil op 1 januari 2017 starten.